Symfonie voor een neger en de wereld

Frank Martinus Arion, De laatste vrijheid. De Bezige Bij, 315 blz., f39,90
‘IK VIND EN blijf vinden dat het literaire niet alles is. De roman moet doordringen in de aspecten waar de sociologie niet kan komen, ze moet onderzoeken en de uitslag van het onderzoek moet “waar” zijn en “waarheidslievend” worden opgetekend’, legde de Curacaose schrijver Frank Martinus Arion twee jaar geleden in Vrij Nederland uit aan Gerard van Westerloo. Een boek moet voor Arion meer dan alleen maar mooi zijn, de leugenachtige vervormingen die de louter literaire schrijver koestert, zijn hem een gruwel.

Al in de jaren zeventig, na het publiceren van zijn meesterwerk Dubbelspel in 1973, zette Arion uiteen dat hij het verschaffen van kritische kennis over de werkelijkheid als de primaire functie van literatuur beschouwde. Personages moesten niet alleen voor zichzelf staan, je moest er iets van de samenleving in zien. Aldus zijn Arions romanfiguren vaak pionnen in politiek getinte verhandelingen over kolonialisme, racisme en klassentegenstellingen. Het ligt daarbij voor de hand dat de witte, westerse, rijke schaakstukken slecht zijn en de zwarte, arme stukken goed.
Althans, dat is zo in Afscheid van de koningin uit 1975 en Nobele wilden uit 1979. In Dubbelspel daarentegen wasemt van begin af aan - op een curieus postscriptum na, waarin Arion zijn o zo goede bedoelingen onderstreept - de geur van het woeste Curacaose landschap, door de roman waait vanaf de eerste pagina een zoele erotische zeewind. En de dominospelende eilandbewoners Boeboe Fiel, Janchi Pau, Manchi en Chamon Nicolas die het boek bevolken, worden mannen van warm vlees en bloed. De latere romans, zo constateert Van Westerloo met spijt, verhouden zich tot de eersteling als gestructureerde ideeenverzamelingen tot het werkelijke leven. De Frank Martinus Arion van de Hogere Ideeen heeft het daarin gewonnen van de Arion van het Echte Leven.
Na een zwijgen van ruim vijftien jaar schreef Frank Martinus Arion een nieuw boek. Eigenlijk geeft de titel ervan, De laatste vrijheid, al aan dat de Arion van de Hogere Ideeen wederom prominent aanwezig is. De vrijheid moet worden veroverd op politiek, economisch, cultureel en persoonlijk gebied, daar is Arion idealist voor. Het boek heeft een onmiskenbaar sociologische inzet: Arion schetst een minutieus portret van de Cariben, geeft feitelijke historische uiteenzettingen van de bevrijdingsbewegingen in verschillende beneden- en bovenwindse eilanden, verwijst naar bestaande Surinamers en Curacaoers, polemiseert expliciet met V. S. Naipaul die de Cariben als de meest uitzichtloze hoek van de wereld beschouwt, et cetera. En de personages zijn inderdaad zetstukken.
IN VRAAGGESPREKKEN heeft Arion meermalen aangegeven dat de traditionele, lees: westerse, roman een tragische held van hoge komaf presenteert. Het wordt hoog tijd dat schrijvers een positieve held van lagere afkomst als uitgangspunt nemen. In De laatste vrijheid herhaalt Arion dat inzicht: van Shakespeare tot Goethe, van Remarque tot John le Carre is het in de westerse literatuur ‘een en al doemdenken’. Want: 'Europeanen kennen alleen maar tragische, tot de dood voorbestemde helden.’ Natuurlijk schotelt Arion de lezer in De laatste vrijheid een positieve held voor, een eenvoudige, zwarte held nog wel, 'een heroische maar o zo naieve neger’. Het 'type rationele neger’, zonder geweer, maar met krachtige woorden.
Die held heet Daryll Guenepe. Hij is een revolutionaire zwarte onderwijzer die op Amber - een denkbeeldig Caribisch eiland dat alle schoonheid van het gebied samenbalt - het 'verloren paradijs uit Genesis’ heeft opgegraven. Het probleem is dat het paradijs wordt bedreigd. Daryll woont nameljk vlak bij een vulkaan die volgens de specialisten, de witte Engelse geoloog Arnold Brouce voorop, op uitbarsten staat. De vijftigduizend mensen die in de buurt van de vuurspuwende berg leven, zijn massaal geevacueerd. Maar Daryll weigert te vertrekken, hij is ervan overtuigd dat regering en deskundigen het paradijs op een onverantwoordelijke manier kapot willen maken. Zijn weigering is niet rationeel gemotiveerd, hij baseert zich op zijn gevoel en de overtuiging dat de natuur logisch is. 'Ik heb niets misdaan, dus kan ik niet gestraft worden. Als het toch gebeurt, dan maakt de natuur een fout. En de natuur hoort geen fouten te maken’, zijn de krachtige woorden van Daryll.
De heroische, naieve Daryll wordt afgeschilderd als een moderne Socrates omdat hij zich op geen politieke ideologie of gevaarlijk stambewustzijn beroept, maar alleen op de kennis van zichzelf. Hij is een neger als Nelson Mandela, hij steekt de vermaarde politieke leider zelfs naar de kroon: 'Mandela had toch iets plechtigs, toch iets van een dominee. Daryll niet.’
Erg overtuigend is Darylls heroiek niet. Natuurlijk, Arion voert zijn held ook met de nodige ironie ten tonele. Daryll wordt beroemd door een televisieuitzending en de westerse media creeren graag helden. En hij wordt in de eerste plaats held omdat hij het leven redt van een Amerikaans staatsburger. Maar de ontknoping van de roman beloont Darylls onnozele moed wel degelijk: de natuur maakt geen fout, als de vulkaan ontploft worden de westerse specialisten gedood en blijft Daryll in leven. Is het toeval dat hij aan het vallend gesteente weet te ontkomen in een grot die de naam 'Spelonk der Vrienden’ draagt omdat in de tijd van de grote slavernij de gevluchte slaven zich daar verstopten? Te vrezen valt van niet.
DARYLL IS NIET de enige pion in het schaakstuk van Arion. De laatste vrijheid heeft een onwaarschijnlijk duizelingwekkend plot. Naast de veelheid aan broodnodige politieke boodschappen, biedt de roman het vermaak van een overvol vierdelig televisiedrama. Alle problemen van de wereld, maar ook alle zaken des levens - liefde, huwelijk, scheiding, kinderen en kinderloosheid, dood - zijn erin ondergebracht. Behalve het verhaal van de vulkaanuitbarsting vertelt Arion omstandig de levensgeschiedenissen van Joan Mikolai en Aideline. Joan Mikolai is een vermaarde Amerikaanse televisiejournaliste van een CNN- achtig programma, die naar Amber wordt gestuurd om verslag te doen van de natuurramp. Ze is van Litouwse afkomst, waardoor haar sympathie vanzelfsprekend bij de underdog ligt. Ze wordt door de andere personages gezien als 'Engel des Onheils’ omdat waar ze voor haar reportages is, altijd doden vallen. Via haar smokkelt Arion Joegoslavie, Ruanda en Palestina het boek binnen.
Aideline is de vrouw van Daryll die hem heeft verlaten om 'haar ding’ te doen. Ze is componiste - jawel, een zwarte, vrouwelijke componiste - die in de buurt van de dominante Daryll niet tot ontplooiing kan komen. Daryll is namelijk geen macho man, hij is ook moederlijk, waardoor Aideline haar eigen mannelijke kant niet kan ontwikkelen. Samen hebben ze een tweeling waar Daryll voor zorgt. In Amsterdam, waar ze naar is uitgeweken, probeert Aideline inspiratie te putten uit een erotisch avontuur met twee mannen - een tweeling - tegelijk. De escapade moet resulteren in de Fuga voor tweeling met minnares. Met haar levensverhaal brengt Arion ook nog een fikse toef feminisme aan in De laatste vrijheid.
Kiest Aideline voor de onafhankelijke, feministische optie, de autonome, kinderloze Joan Mikolai zet juist een conventionele stap. Zij kiest ervoor haar carriere op een lager peil te zetten en bij Daryll te blijven, zij nestelt zich in het 'ei van geborgenheid’ dat het gezin is. Als Aideline op de televisie ziet dat Daryll en Joan samen zijn, neemt ze zich voor een nieuw stuk te schrijven: Sonate voor een neger met twee vrouwen.
ZOVEEL IS MET de allerminst volledige weergave van het verhaal wel duidelijk: De laatste vrijheid is geenszins een sonate. Eerder is het boek een kakafonische symfonie waar heel veel samenleving en wereld in is gepropt. Hoe mooi en oprecht de bedoelingen van Arion ook zijn, de lezer blijft tureluurs achter. In die onontwarbare kluwen van thema’s en verhaallijnen kan het niet anders dan dat de politieke en sociale inzichten schematisch blijven. Zo krijg je, om een nogal beladen begrip van stal te halen, een akelig 'politiek correct’ boek, waarin wit het tegen zwart aflegt, de vermaledijde westerse specialisten het onderspit delven en de zwarte gevoelsmens overwint, de tragische Europese held ten onder gaat en de positieve neger blijft leven.