William T. Vollmann, Europe Central

Symfonisch totaalboek

William T. Vollmann

Europe Central

Viking/Penguin, 812 blz., € 36,-

Eindelijk, pakweg vijftien jaar te laat, heeft William T. Vollmann de National Book Award gewonnen, na in 2003 genomineerd te zijn voor zijn briljante megaproject Rising Up and Rising Down (National Book Critics Circle Award). Het belang van zijn imposante roman Europe Central was ook onmogelijk te negeren. En het moet ge zegd: het is een bemoedigend teken aan de wand dat de Amerikanen weer eens de bewogen woordkunst vóór de commercie en het makkelijk leesbare verhaaltje hebben laten gaan.

Europe Central is een omvangrijke ro man in verhalen die de moordmachine die de twintigste eeuw was in woorden wil vangen. Vollmann is nooit bescheiden geweest met zijn literaire projecten. Het boek, dat zich tussen 1914 en 1975 afspeelt, telt achttien dubbelvertellingen die evenzovele tang constructies vormen. De lezer kan die constructies zowel militair als persoonlijk opvatten. Vroeg of laat raakt hij omsingeld door de alomaanwezige schrijver, die zich weet te verplaatsen in ik-vertellers die zich meer of minder iden tificeren met het gedachtegoed van twee van de grootste massamoordenaars van de vorige eeuw: Hitler («de slaapwandelaar») en Stalin. Als de lezer in ademnood komt, is dat de vooropgezette bedoeling geweest van Vollmann. Het lot van het personage, op de rand van de afgrond, kan het lot van de lezer worden.

In de romanwereld van Vollmann, die een Duitse achtergrond heeft, is Europe Central een reusachtig spoorlijnencomplex met stations die stuk voor stuk de namen van vrouwen, femmes fatales, dragen (wie nu aan Danilo Kis’ Een graf voor Boris Davidovich denkt, zit op het juiste spoor, want Vollmann draagt zijn roman aan hem op). Europa is een vrouw, een onschuldig en braaf meisje dat telkens weer verkracht en verpletterd werd: in de mythe door Zeus, in de twintigste eeuw door nazi-Duitsland en stalinistisch Rusland, totalitaire regimes die meer overeenkomsten dan verschillen kenden. In Europe Central jongleert Vollmann met nog een metafoor, die van de bakelieten telefoon, zodat zijn roman ook een telefooncentrale wordt.

Misschien kan Europe Central het beste vergeleken worden met een symfonie van Dmitri Sjostakovitsj. Niet alleen heeft de roman een motto meegekregen van deze Russische componist («De meeste van mijn symfonieën zijn grafstenen»), hij figureert ook als hoofdpersonage dat ingeklemd zit tussen twee vrouwen (zijn echtgenote en zijn minnares Elena) en tussen zijn artistieke vrijheidsdrang en de stalinistische cultuurdwang. Sjostakovitsj’ leven betekende oorlog op vele fronten. Zijn innerlijk leven vormde een bunker waarin hij voort durend onder vuur lag: geschut van vrouwen en van de cultuurpausen van het socialistisch realisme, die «optimisme» en «nut» van hem eisten en hem beschuldigden van «defaitisme», «burgerlijk obscurantisme» en «for ma lis me». Vollmann koppelt altijd de Grote Geschiedenis aan en verweeft haar met de kleine, dat wil zeggen liefdesverhalen en familiehistorie. Als jongen van negen lette hij even niet op en verdronk zijn zusje in de achtertuin van het ouderlijk huis. Even niet opgelet, nooit meer schone handen, voor eeuwig gecompromitteerd. Sinds dien beweegt Vollmann hemel en aarde om het verleden te herstellen. Daarom verzint hij «helende» en troostende parabels, palindromen, mythologische va rianten op het Nibelungenlied, fabels en andere vertellingen die hij inzet tegen de dood, tegen de alomtegenwoordige moord- en-doodslaggeschiedenis. Europe Central is niet in de laatste plaats een grafsteen voor zijn zusje Julie.

De personages die Europe Central bevolken zijn overtuigde kunstenaars of militairen die pionnen zijn in het grote historische weefsel maar de illusie koes teren dat zij het lot kunnen beheersen: Käthe Kollwitz met haar visionaire variaties op Vrouw met dood kind; documentaire filmer Roman Karmen, Sjostakovitsj, generaal Vlasov, die overloopt naar de nazi’s, en generaal Paulus, die de slag om Stalingrad verliest en later als schim verder leeft in de DDR. Niet alleen verwerkt Vollmann de inzichten van Hitler-biograaf Ian Kershaw en is hij op de hoogte van talloze biografieën, militaire hand boeken, kunst- en muziekgeschiedenis, op mer kelijker is dat hij met noten precies aangeeft waar hij de feiten heeft gefictionaliseerd omdat dit beter in zijn verhaal te pas kwam. Een notenapparaat als kijkje in de keuken van de schrijver. Dat wordt zelden vertoond. Het resultaat is een roman die misschien alleen met de Grote Amerikaanse Roman Gravity’s Rainbow (1973) van Thomas Pynchon is te vergelijken, dat andere «totaalboek» dat de Europese geschiedenis van de twintigste eeuw vanuit talloze afwijkende levenslopen wil belichten.

Vollmann is gefascineerd door mensen die weigeren zich te laten dirigeren door Lot of Geschiedenis, maar die tegelijkertijd weten dat hun inspanningen om de loop van hun eigen leven of die van een ander leven te beïnvloeden tot mislukken zijn gedoemd. Hardlopers zijn doodlopers, overlopers trekken aan het kortste eind. Schone handen blijven een illusie. Wie denkt een overwinning te behalen zal vroeg of laat beseffen dat alleen de dood uiteindelijk victorie kraait.

Maar wie zo’n boek schrijft – tegelijkertijd grafschrift, vie romancé, herschreven ge schiedenis, liefdesaffaire, ideologie kritiek, studie naar artistieke integriteit, muziekessay en nog veel meer – mag zich af en toe bescheiden fluisterend een schepper naast God noemen. Lees Europe Central, de zo veelste roman van Vollmann die niet in het Nederlands wordt vertaald.