Sympathiek

Roger Scruton
Waarom cultuur belangrijk is
Vertaald door Jabik Veenbaas
Nieuw Amsterdam, 144 blz., € 16,95

Als iemand die over cultuur schrijft op de eerste bladzijde met instemming Oswald Spenglers Der Untergang des Abendlandes citeert, weet je al hoe laat het is. Dat geldt helemaal wanneer die schrijver in dezelfde eerste zin weet te melden dat de cultuur van het Avondland wordt bedreigd door ‘de radicale islam’ en het ‘multiculturele denken’. Je hebt dan zeer waarschijnlijk niet te maken met een serieuze studie naar de westerse cultuur, maar met het soort cultuurpessimistische pamfletten dat wordt afgescheiden door opgewonden onheilsprofeten als Frank Furedi, Theodore Dalrymple en Bart Jan Spruyt, en waarmee je inmiddels de gracht kunt dempen.

Ideologisch gezien behoort Roger Scruton zeker tot bovengenoemde conservatieven, maar hoewel ook hij in dit boekje af en toe een hysterische toon aanslaat, heeft hij meer te vertellen en schrijft hij vele malen beter dan zij. Tegen wat hij met veel eruditie en enthousiasme schrijft over het belang van Bildung, over de desastreuze gevolgen van het ontkennen van een onderscheid tussen ‘hoge’ en ‘lage’ cultuur, over de vormende waarde van klassieke muziek valt weinig in te brengen.

Zijn aanvallen op denkers als Foucault, Derrida, Lacan en Said zijn even scherp als terecht, maar vallen tevens in de categorie ‘oud nieuws’. Bovendien is het zeer de vraag of er onder de academische en artistieke elite velen zijn die nog altijd menen dat er geen wezenlijk verschil bestaat tussen enerzijds de Ilias en de Divina Commedia en anderzijds de laatste thriller van Sakia Noort, of tussen Bach en 50 Cent. Waar hij wel gelijk in heeft, is dat het de taak is van het onderwijs om duidelijk te maken wat die verschillen zijn.

Scrutons tirade tegen het nihilisme van veel twintigste-eeuwse kunstenaars en denkers is zonder meer sympathiek. Maar wanneer hij schrijft dat het kenmerk van de westerse beschaving bestaat uit het onophoudelijk zoeken naar de waarheid, vergeet hij één ding. Juist dat voortdurende zoeken naar de waarheid, dat permanent bevragen van de werkelijkheid, leidt ertoe dat alles onder kritiek wordt gesteld. In zijn Nihilisme en cultuur (1960) heeft Johan Goudsblom heel indringend laten zien hoe dit ‘socratische waarheidsgebod’ in zijn uiterste consequentie leidt tot nihilisme, en dat de westerse cultuur juist gekenmerkt wordt door de voortdurende spanning tussen het verlangen naar objectieve waarden én rücksichtslose kritiek. Het is juist die spanning die ontbrak in grote beschavingen als het oude China en de middeleeuwse islam die de westerse cultuur haar dynamiek verschaft.