Symposion ‘peter schat zou zijn opera moeten herschrijven

Natuurlijk staat het een ieder vrij welk verhaal dan ook in een opera te verklanken, meent de historicus Alexander Poznansky. Maar was het werkelijk nodig die onzinnige mythe van ‘de verwarde oude dame’ Orlova daarvoor te gebruiken? Een gesprek met de man die de legende van Tsjaikovski’s zelfmoord weerlegde.

NEW HAVEN - In 1991 publiceerde de historicus Alexander Poznansky het boek The Quest for the Inner Man, een biografie van Tsjaikovski. De schrijver weerlegde aan de hand van bergen archiefmateriaal de mythe dat Tsjaikovski zelfmoord zou hebben gepleegd op bevel van een ereraad, gevormd door zijn voormalige klasgenoten van de juridische academie. Dat alles omdat zijn homoseksualiteit dreigde uit te komen en het uniform van de academie daardoor bezoedeld zou raken. Die mythe werd in 1981 in het leven geroepen door Alexandra Orlova en door vrijwel alle deskundigen overgenomen. Ze is nu te vinden in zowel historische als musicologische standaardwerken. Maar Tsjaikovski, zo laat Poznansky zien, is hoogstwaarschijnlijk gestorven aan cholera.
Poznansky probeert in zijn boek tevens aan te tonen dat de mythe niet strookt met hoe in het negentiende-eeuwse Rusland over homoseksualiteit werd gedacht. Zoals Willem Oltmans opmerkte in een bespreking van het boek in de Gaykrant: ‘Wat mij allereerst is opgevallen is dat het kennelijk in het midden van de vorige eeuw minder gecompliceerd was om er homo-erotische vriendschappen op na te houden in Moskou, dan honderd jaar later in Amsterdam.’
De discussie tussen voor- en tegenstanders van de mythe begint langzaamaan iets hilarisch te krijgen. De 'Poznanskisten’ en de 'Orlovisten’ slaan elkaar om de oren met steeds pikantere details uit de laatste drie dagen van Tsjaikovski. Die dagen kunnen we inmiddels van minuut tot minuut volgen, van stoelgang tot stoelgang, van consumptie tot consumptie, en van bezoeker tot bezoeker. Drie dagen omdat dat de periode was waarin je aan cholera bezweek; stoelgang en consumptie omdat beide activiteiten besmetting kunnen opleveren; bezoekers omdat Orlova aanneemt dat iemand het vergif is komen brengen waarmee Tsjaikovski zelfmoord pleegde. Toch is het bewijsmateriaal van Poznansky overtuigender dan dat van Orlova. Waar Orlova zich baseert op horen zeggen, onnauwkeurig is en de feiten bijschaaft, doet Poznansky niet veel anders dan nauwgezet archieven raadplegen en die als een historicus interpreteren.
Poznansky kwam in 1977 vanuit het toenmalige Leningrad naar de Verenigde Staten en doceert sindsdien geschiedenis aan de Yale University. Hij werkt nog steeds verder aan documentatie over leven en dood van Tsjaikovski. De mythe van diens zelfmoord lijkt echter onuitroeibaar. Hoe komt dat? Poznansky: 'De basis is de westerse onwetendheid. Over de situatie in Rusland in de negentiende eeuw is in het Westen weinig bekend. In Rusland trouwens ook, omdat er in de Sovjetunie sprake was van een informatievacuum waarin geruchten goed gedijden. Vooral geruchten over mensen uit het bohemien-milieu, zoals Tsjaikovski, waren - en zijn trouwens nog steeds erg geliefd. Russen houden van verhalen over beroemde mensen die iemand vermoord hebben, homoseksueel zijn of gearresteerd zijn wegens druggebruik.’
Het verhaal van Orlova valt toch moeilijk als een loos gerucht terzijde te leggen?’
Vanuit het Westen is dat moeilijk, ja. Orlova heeft het verhaal in het Westen gepresenteerd met allerlei verwijzingen naar archieven waar destijds verder niemand toegang toe had. Vooraanstaande Tsjaikovski-kenners zoals David Brown (de Engelse biograaf van Tsjaikovski - jvk) hebben blind op haar gevaren. Maar Brown weet uiteindelijk heel weinig van de Russische geschiedenis. De feiten die Orlova naar het Westen meebracht, heb ik inmiddels weerlegd. Ze is een verwarde oude dame.’
Het schijnt niet te helpen. Er wordt nog steeds geloof aan haar gehecht.
'De meeste belangstelling komt tegenwoordig van de roddelpers. In Engeland is nu een journalist van de Sunday Express bezig met een boek over Tsjaikovski, waar het hele verhaal natuurlijk weer in wordt opgedist. Die journalist schreef eerder een boek over het Britse koningshuis en op advies van zijn agent is hij nu aan Tsjaikovski begonnen. Het is net zoiets als de kwestie wie JFK heeft vermoord - daar komt ook nooit een eind aan.’
Is er eigenlijk sprake van een serieuze discussie over Tsjaikovski en zijn dood, of zijn de partijen onverzoenlijk?’
Ieder jaar gaan er meer archieven open en wordt het duidelijker dat het verhaal over zijn gedwongen zelfmoord niet waar kan zijn. Dit jaar bijvoorbeeld is er een briefwisseling vrijgegeven tussen twee mensen die erbij betrokken zouden zijn geweest, een heel intieme briefwisseling, die mensen schreven werkelijk over alles aan elkaar. Het is moeilijk voor te stellen dat ze zo'n geheim niet besproken zouden hebben. Maar wanneer ik daarover publiceer, komt er nauwelijks reactie op.
Het meest kwalijke is echter dat musicologen de muziek van Tsjaikovski tegenwoordig bijna alleen nog maar beluisteren met de mythe in hun achterhoofd. Men denkt in zijn muziek te horen dat hij gekweld werd door zijn homoseksualiteit. Dat komt niet overeen met het beeld dat ik van de man heb. Men meent bijvoorbeeld te weten dat hij de Symphonie pathetique heeft geschreven in de wetenschap van zijn naderende dood. Maar hij had nog een heleboel plannen en wilde nog allerlei reizen maken. Zijn dood was werkelijk prematuur.’
Was homoseksualiteit in de praktijk inderdaad niet zo'n groot probleem in Rusland?
'De sociale geschiedenis van Rusland is een relatief nieuw terrein, dat nu pas tot ontwikkeling komt. Wat betreft homoseksualiteit was er een groot verschil tussen de wet en de werkelijkheid. Er was een opmerkelijk aantal homoseksuele mannen die een hoge positie hadden, zelfs als adviseur van de tsaar. In de Russische pers werd met afschuw gereageerd op de berechting van Oscar Wilde. Die geschiedenis is een soort spiegel van het verhaal over Tsjaikovski. Van Tsjaikovski wist ook iedereen het, maar toch zag men hem in de eerste plaats als een grote Russische componist.
'Waarom is Tsjaikovski dan toch getrouwd als het allemaal relatief eenvoudig was er een andere manier van leven op na te houden?’
Dat is heel gecompliceerd. Het was een combinatie van druk vanuit zijn familie, zijn eigen romantische illusies over het gezinsleven, en zijn verlangen een leven te leiden zoals iedereen. Er werd tegelijkertijd in Moskou ontzettend veel geroddeld over zijn homoseksualiteit, en hij haatte dat.
'Zijn er wellicht belangen mee gemoeid om de legende levend te houden?’
Er staan natuurlijk reputaties op het spel, grote reputaties zoals die van David Brown. Die kan niet zeggen: sorry, ik had het mis. Hij is een belangrijk wetenschapper. Orlova kan wel geexcuseerd worden; die wist niet beter. Orlova is opgegroeid in stalinistische tijden en ze heeft een stalinistische mentaliteit. Maar Brown had zijn feiten moeten checken. Een van de bronnen die hij gebruikt, is een biografie die is geschreven in opdracht van de sovjetregering, een biografie waarvan men inmiddels heeft toegegeven dat er allerlei verzinsels in staan.
Echt, in het Westen toont men nauwelijks belangstelling voor hoe mensen in Rusland voor de revolutie leefden. Men is alleen geinteresseerd in gekke en gestoorde Russen. Men gelooft in het Westen al snel dat Russen de meest absurde dingen doen, zoals zelfmoord plegen op commando van een ereraad. Maar stelt u zich dat eens voor: een groep juristen die bij elkaar gaat zitten, mensen die de wet kennen en doodleuk een moord beramen! In werkelijkheid waren ze er trots op dat Tsjaikovski bij hen in de klas had gezeten. Psychologisch is het een onmogelijke constructie, en historisch is er geen schijn van bewijs. En esthetisch gesproken is het kitsch.’
Is het libretto van de opera 'Symposion’ ook kitsch?
'Dat libretto legt allerlei rechtlijnige verbanden. En er zijn verschillende elementen in verwerkt, zoals Plato’s Symposium, Thomas Manns Dood in Venetie en Rimski-Korssakovs Mozart en Salieri. Maar het geheel doet heel mechanisch aan. Het is natuurlijk de artistieke vrijheid van een librettist om welk verhaal dan ook te gebruiken - daar heb ik in principe niets op tegen. Maar wat ik ervan heb gelezen, is het een pervertering van de kunstenaar Tsjaikovski. Aan het einde van zijn leven had hij zijn homoseksualiteit allang geaccepteerd. Hij was geen doodongelukkige, eenzame man die gekweld werd door schuldgevoelens.’
En de opera 'Symposion’ zelf?’
Ik heb respect voor Peter Schat, ik ken zijn werk al heel lang. Maar ik ben niet gelukkig met dit stuk. Hij ziet verbanden die er helemaal niet zijn. Hij zou het moeten herschrijven. Er is voldoende liefde en drama in Tsjaikovski’s leven. Je zou hem zelfs met cholera besmet water kunnen laten drinken bij wijze van Russische roulette. Het is namelijk helemaal niet uitgesloten dat hij op die manier cholera heeft gekregen.’
Van biografen zegt men vaak dat ze op den duur het onderwerp van hun werk gaan haten. Was dat bij u ook het geval?’
Toen ik het boek af had, was ik er vooral heel erg moe van. Maar ik vond Tsjaikovski nog steeds een groot kunstenaar, ik haatte hem niet. Eigenlijk was Orlova mijn zwarte muze, zij hield me aan de gang, omdat ik dat verhaal over die gedwongen zelfmoord zo'n eclatante onzin vond.’