H.J.A. Hofland

Synoniem voor leugenaar

De opmerking van Jan Pronk dat minister president Jan Peter Balkenende een leugenaar is, heeft verwarring, bijval, opluchting en verontwaardiging veroorzaakt. Hij doelde op de manier waarop het kabinet-Balkenende I Nederland de oorlog in Irak heeft ‘ingerommeld’. Pronk is niet de eerste die dat zegt.

Op 5 april van dit jaar heeft Bart Tromp in een van zijn laatste columns in Het Parool het grondiger aangepakt. ‘De regering blijft liegen’, staat erboven. Het gaat over de weigering van het kabinet om een parlementair onderzoek naar de Nederlandse steun voor de oorlog te beginnen. Dat is door de regeringspartijen vóór de formatie overeengekomen. Over het cda is Tromp niet verbaasd, maar de ChristenUnie heeft haar trots, de rechte rug, ingeleverd voor ministerszetels, en om dezelfde reden heeft de pvda gecapituleerd.

Vervolgens brengt Tromp een paar verklaringen van minister Verhagen ter sprake. In een radio-interview verklaarde hij dat het hoofd van de VN-inspecteurs, Hans Blix, had gezegd dat Irak eind 2002 niet meewerkte aan de inspecties. Klinkklare leugens, schrijft Tromp; en dat valt eenvoudig te bewijzen. Onder resolutie 1441 waren de inspecteurs in november 2002 aan hun werk begonnen. Blix voerde de druk op en was niet ontevreden. Maar de neoconservatieven van Bush wilden de oorlog. Ze beschouwden Blix als een lastpost. De Amerikanen en Britten probeerden de VN tot een resolutie te brengen die sneller militair ingrijpen zou rechtvaardigen. Dat lukte niet. Dan moest Saddam maar zonder de VN worden ontwapend.

Zoals we nu al een paar jaar weten, is de oorlog door Bush en Blair gerechtvaardigd met behulp van een reeks leugens. Er waren geen massavernietigingswapens en zeker geen mvw’s die binnen drie kwartier konden worden afgevuurd. Saddam had niet geprobeerd in Niger uranium te kopen, de geheime contacten met al-Qaeda bestonden niet. Had het toenmalige kabinet-Balkenende daarvan althans een vermoeden kunnen hebben? Ja. Op 12 juni 2004 publiceerde NRC Handelsblad een uitvoerig artikel van Joost Oranje, getiteld ‘Hollandse oorlogslogica’. Een reconstructie van wat zich vóór de oorlog heeft afgespeeld. Een anonieme zegsman van de Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst (mivd) verklaart dat men daar ‘regelmatig tot andere conclusies is gekomen dan de Amerikaanse en Britse leiders presenteerden’. Over de ‘drie kwartier claim’ van Blair zegt de mivd in feite dat dit oud nieuws is. Het gaat over wapens met ‘beperkt bereik en gelimiteerde toepasbaarheid’.

De casus belli voor het kabinet-Balkenende I is dan dat ‘Saddam Hoessein twaalf jaar lang de wereld om de tuin leidde’. De ministers hadden kunnen weten dat Bush en Blair op grond van opgekookte leugens handelden, maar ze hebben de informatie van de eigen inlichtingendiensten terzijde geschoven. Misschien hebben ze zich laten meeslepen door de oorlogscampagne die toen de Amerikaanse openbare mening beheerste. Misschien hebben ze zich laten leiden door de overweging dat ‘Nederland vaste voet in Washington’ moest houden. Dat alles weten we niet, mogen we ook niet weten.

Het enige onbetwijfelbaar zekere is dat de oorlog in Irak voor dat land tot een catastrofe is geworden, en dat Nederland daaraan regelrecht medeplichtig is. Waarom dit hardnekkige verzet tegen een onderzoek naar onze Irak-politiek? In dit potje gaan we niet meer roeren, zei minister Ben Bot. Onderzoek naar Irak? Ja, dat is een goeie, zei zijn opvolger Maxime Verhagen, en daar liet hij het bij. Wat is er tegen een onderzoek als je niets te verbergen hebt? Als je ten onrechte van leugens wordt beschuldigd, is er één waterdichte manier om te bewijzen dat je tegenstanders het bij het verkeerde eind hebben: het onderzoek. Zo keer je ‘t geschut.

Nu heeft Pronk de minister-president een leugenaar genoemd. Zal hij school maken? In zijn column in het Algemeen Dagblad (8 september) noemt Gerard Spong de ‘uithaal volkomen terecht’, zij het dat hij daarvoor andere gronden aanvoert. In Den Haag heeft zich onder de kabinetten-Balkenende een cultuur gevestigd waarin grote woorden worden gevolgd door een zalvend eromheen praten. Is dat een cultuur van leugenaars? Of mogen we dat niet zeggen? Aan het begin van de jaren zeventig, toen de oorlog in Vietnam op zijn eind liep, zag je spandoeken met het opschrift ‘Johnson moordenaar’. Dat mocht niet, want president Johnson was een bevriend staatshoofd. Toen werd moordenaar vervangen door molenaar. Vindt een dergelijke vervanging voor leugenaar en iedereen weet wie je bedoelt en het is even effectief. Een nader onderzoek zal leren wie er gelijk heeft.