Buitenland

Syrië’s voor-altijd-oorlog

Dat de eindstrijd tegen Islamitische Staat er niet fraai uitziet, zal voor niemand een verrassing zijn. Wel opvallend is de bijna-stilte waarin die plaatsvindt. De zomer van vorig jaar was gevuld met wereldwijde woede over bombardementen van de Syrische regering op haar eigen burgers. Het jaar ervoor was de woede gericht op bombardementen door Rusland. De Britse minister van Buitenlandse Zaken Boris Johnson opperde zelfs dat Russische generaals en politici terecht moesten staan voor oorlogsmisdaden. In de zomer van 2017 zijn het bombardementen door andere landen die de meeste dood en verderf zaaien onder Syrische burgers. Landen die vliegen onder de naam Operatie Inherente Vastbeslotenheid: de VS, Groot-Brittannië, Nederland en andere coalitieleden in de oorlog tegen IS. De laatste maanden neemt de ‘bijkomende schade’ van die oorlog onder de burgerbevolking nogal snel toe.

De ngo Airwars, die de internationale bombardementscampagne in Irak en Syrië nauwkeurig probeert te volgen, stelde al eind maart dat ‘de gerapporteerde slachtofferaantallen vergelijkbaar zijn met de ergste perioden van Russische activiteit in Syrië’. Sindsdien gingen de geschatte aantallen burgerslachtoffers alleen nog maar omhoog, naar cijfers van vele honderden per maand. Dat ligt aan de verovering van Mosul en Raqqa, en mogelijk aan ruimere richtlijnen die president Trump het Pentagon heeft meegegeven. Airwars schat dat Nederland cum suis op dit moment in Syrië en Irak driemaal zo veel burgerslachtoffers maken als Rusland. Meer ook dan IS of het regime van Assad. En dat gebeurt schijnbaar in complete stilte.

Dat is om meerdere redenen vreemd. In de eerste plaats omdat die oorlog best belangrijk is en omdat burgerslachtoffers er niet alleen toe doen als de vijand ze maakt. Maar ook omdat burgers in een democratie horen te weten wat hun strijdkrachten in een ander land precies doen, en wat de motieven van hun gekozen regering daarvoor zijn. Je hoeft trouwens je hart niet eens op de juiste plek te hebben of een vurig democraat te zijn om daarover te willen meedenken. In oorlog na oorlog is aangetoond dat burgerslachtoffers van bombardementen de bevolking aanzetten tot steun aan diegene waarvoor de bommen bedoeld waren. Daar hoef je niet voor terug naar Bremen of het platteland van Vietnam: je kunt ook terecht in het Afghanistan of Jemen van nu.

Nederland trekt een muur op waar het onze lucht­aanvallen betreft

Maar de aandacht in Nederland en andere coalitielanden is klein. Toen Airwars in december bekend maakte dat Nederland een van de coalitielanden is die weinig helderheid geven over hun luchtaanvallen (niveau Bahrein en Jordanië) haalde dat bij wijze van spreken nog net de krant. Nederland trekt een muur op waar het onze luchtaanvallen betreft. Volgens Airwars negeerde het ministerie van Defensie een dozijn verzoeken om informatie. Het lijkt alsof Nederlanders zo weinig mogelijk willen weten over wat er bij het wegwerken van IS komt kijken. Maar dit is een ongemakkelijke waarheid: om IS uit te schakelen, moeten Nederlandse vliegeniers Syrische en Iraakse burgers ombrengen – tien, tientallen, honderden? Zoals het jongetje Omran Daqneesh, wiens foto vorig jaar, waarop hij versuft en bebloed zat te wachten in een ambulance, zoveel verontwaardiging losmaakte.

Het vacuüm waarin de luchtoorlog boven Irak en Syrië zich afspeelt, lijkt nu te worden opgeblazen door Russisch-Amerikaanse kat-en-muisspelletjes. Terecht was het (wel) groot nieuws toen Rusland deze week aankondigde Amerikaanse vliegtuigen (en die van bondgenoten zoals Nederland) ten westen van de Eufraat als doelwit te beschouwen. Wie wil weten wat voor risico dat inhoudt, hoeft niet verder terug dan anderhalf jaar geleden, toen Turkije bijna in oorlog raakte met Rusland na het neerschieten van een Russisch vliegtuig. Oorlogen zijn nou eenmaal om kleinere aanleidingen begonnen, en met minder impulsieve en onvoorspelbare leiders aan het roer dan Donald Trump en Vladimir Poetin.

Ruslands ‘rode lijn’ betekent niet alleen in dat opzicht slecht nieuws. Poetin demonstreert ermee dat Rusland nog altijd bereid is om agressief het Syrische regime te steunen bij zijn herovering van Syrië, en zeker niet bereid is om het grondgebied van IS over te laten aan bondgenoten van de VS of Saoedi-Arabië. Syrië glijdt daarmee verder de afgrond in van zijn eigen voor-altijd-oorlog, de term die op de decennialange reeks conflicten in Afghanistan wordt geplakt. Alle landen die daar vechten, ook Nederland, glijden mee.