Syrië straffen heeft wel degelijk nut

Medium commentaar 16 2018 straffen

De afgelopen week was de wereld het toneel van een zeldzame diplomatieke opvoering. Naar aanleiding van een gifgasaanval in de Syrische stad Douma besloten de VS, Groot-Brittannië en Frankrijk om de regering van Syrië te straffen met een aanval op drie militaire installaties, onder protest van Rusland. Op zichzelf genomen liggen deze feiten in lijn met andere voorvallen in de afgelopen twintig jaar. Maar de omkleding was volledig anders. Uit Washington ontsproot na de gifgasaanval een fontein van dreigementen, ontkenningen, tegenstrijdige berichten, opschepperij en geruchten, met name via de Twitter-feed van de Amerikaanse president richting ‘het gasdodende beest Assad’. De permanente chaos rond Donald Trump bereikte daarmee de werelddiplomatie. Uiteindelijk volgde een nogal beperkte militaire actie met weinig risico’s. Aan de basisstrategie van westerse landen verandert verder niets: niet te veel betrokken raken en hopen dat het vanzelf goed komt.

Sinds de aanval van zaterdag zijn in Nederlandse en buitenlandse media alle punten nagelopen waarop deze vergelding de plank mis sloeg. Dat zijn er veel. Ze veranderde niets aan de situatie op de grond en de oorlogsmachine draait weer. Ze was willekeurig, omdat er misschien al een half miljoen Syriërs zijn omgebracht: kennelijk mag het met vatbommen en lowtech wel. De vergelding was zo beperkt dat ze Assad niet werkelijk zal afschrikken. Er was geen sluitend bewijs dat Assads troepen achter de gifgasaanval zaten. Al deze punten zijn terecht. De vergeldingsaanval was ineffectief, symbolisch, willekeurig.

Gifgas wordt in Syrië gebruikt om een theater van angst te creëren onder burgers

Maar daarover schamperen kan ook een makkelijke manier zijn om voor een oordeel weg te lopen. Is op dit punt in de oorlog een klungelig aangekondigde, symbolische aanval die niets verandert, die toont dat de VS onder Trump hard blaffen maar niet doorbijten, die niet op honderd procent zekerheid was gestoeld en die een daad bestraft die veertig van de ruim vierhonderdduizend Syrische slachtoffers het leven kostte, beter dan niets? Ja, dat is beter dan niets. Deze aanval zal de Syrische oorlog niet als bij toverslag ten goede keren. Wel volgde ze op maanden van uiterst bruut geweld van het Syrische regime, geholpen door Rusland, in regio’s ten oosten van Damascus, vastgesteld door de VN, Unicef en mensenrechtenorganisaties. Daarbij was waarschijnlijk een gifgasaanval, waarvan een onafhankelijke VN-commissie er inmiddels al 34 heeft vastgesteld.

Dat woord ‘waarschijnlijk’ was afgelopen week steen des aanstoots voor een bont vredesgezelschap, dat deed alsof er met de aangekondigde westerse agressie een ernstige ethische grens werd overgestoken. Dat was nogal kluchtig. Wie zweeg bij de ongelooflijke misdaden die door alle partijen in de Syrische burgeroorlog zijn begaan en nu hevig ontdaan is omdat westerse landen drie onbemande locaties in puin legden, heeft zijn morele kader flink scheef zitten. Gifgas wordt in Syrië gebruikt om een theater van angst te creëren onder burgers. Het gebruik zegt: wat we ook met jullie doen, niemand heft ook maar één vinger voor jullie op. Ook een gebrekkig antwoord zet daar ten minste iets tegenover.

In elk geval één kritiekpunt op de vergelding snijdt geen hout: dat ze geen enkele indruk maakt op Syrië en Rusland. Ze toont namelijk aan dat hoe mislukt het Syrië-beleid van westerse landen ook is, hoe verdeeld ze zijn, wat voor idioot er ook in het Witte Huis zetelt en in welk schandaal hij ook verwikkeld is, de VS toch binnen een paar dagen samen met militair sterke bondgenoten en veel politieke steun naar believen kunnen toeslaan in Syrië. Die boodschap is in Rusland stevig aangekomen. Russische analisten discussieerden over hoe kwetsbaar de Russische positie in Syrië eigenlijk is. Als dat een voorzichtiger Russische benadering in de hand werkt, die in elk geval sommige wandaden tegen burgers door het Syrische regime probeert te voorkomen, is dat zeker winst.