Systeemkaartjes

Welke drie boeken heeft u afgelopen zomer gelezen? Acht maanden voor zijn dood kreeg Vladimir Nabokov (1899-1977) deze vraag van The New York Times Book Review. Het is zo’n typisch tijdschriftenverzoekje, zoals schrijvers dat tegenwoordig wekelijks in hun mailbox aantreffen. Ondanks zijn slechte gezondheid ging Nabokov erop in. In het brievenboek Zuivere kleuren (Privé-domein, 1989) is zijn inzending opgenomen, zodat we nu weten wat Nabokov las in zijn laatste zomer: Dante’s Het Inferno, een boek over vlinders en The Original of Laura, ‘het nog niet geheel voltooide manuscript van een roman die ik vóór mijn ziekte was begonnen te schrijven en herschrijven en die in mijn hoofd af was’.
Hier is geen misverstand over mogelijk: dat boek wilde hij afmaken en publiceren. Hij werkte zelfs al aan de marketing ervoor, en gebruikte dit boekenrubriekje slim als teaser voor wat elders in een brief zijn ‘driedelige nieuwe roman’ heet. Dat zou de keuze kunnen rechtvaardigen van zijn zoon Dmitri Nabokov om het onvoltooide manuscript, na het dertig jaar in een kluis te hebben weggestopt, alsnog uit te laten geven. Ware het niet dat vader Vladimir hem op zijn sterfbed gevraagd heeft het te verbranden.
Dmitri en zijn uitgevers deden bijkans het tegenovergestelde: elke papiersnipper, alle losse aantekeningen en fragmenten zijn in een facsimileachtige uitgave naar een wereldwijd miljoenenpubliek gestuurd. Voor een schrijver lijkt me dit de grootst denkbare nachtmerrie. Ik moet er niet aan denken dat mensen een eerdere versie van een van mijn romans onder ogen zouden krijgen. Zelfs het versturen van een ongecorrigeerde eerste drukproef naar recensenten vind ik al op het randje. Laat staan dat mijn handbeschreven aantekeningenboekjes in plaats van de roman werden gepubliceerd.
Ook Vladimir Nabokov dacht er zo over. Was iets eenmaal in druk, dan wilde hij het liefst alle voorafgaande versies vernietigen. Zo schijnt zijn vrouw Véra hem ervoor behoed te hebben alle systeemkaartjes waarop hij Lolita schreef in de tuin te verbranden. De systeemkaartjes van The Original of Laura kun je nu echter uit het boek loshalen langs een geperforeerde rand, zodat je als lezer uiteindelijk exact hetzelfde stapeltje in handen hebt.
Mij hebben die systeemkaartjes altijd tot de verbeelding gesproken. Ze zijn de voorloper van de tekstverwerker, waarin je passages naar hartelust kunt verschuiven, extra scènes kunt inlassen, enzovoort, terwijl ze toch met de hand – dat wil zeggen: met bloedwarme inkt – zijn geschreven. Ik moet opbiechten dat mijn eerste als student geschreven probeerseltjes ook op systeemkaartjes zijn geschreven, als aanstellerige Nabokov-persiflage of -eerbetoon. Gelukkig zijn die kaartjes verdwenen, en zal niemand ze ooit lezen.
Maar de doden, en vooral kunstenaars, hebben weinig te vertellen. Elke papiersnipper wordt omgedraaid, en als je maar beroemd genoeg bent, dan verschijnen er zogenaamde ‘wetenschappelijk geëditeerde’ uitgaven, met alle gevonden eerdere versies erin, die dan ‘varianten’ heten, alsof het evengoed anders had gekund en de auteur niet het laatste woord heeft.
Had Dmitri het manuscript moeten verbranden? Ik vind van wel. Zeker nu blijkt dat het werk totaal onvoldragen is, het echt alleen maar losse fragmenten zijn en in bijna niets lijkt op het gedroomde boek dat alleen in Nabokovs hoofd voltooid was toen hij er alvast free publicity voor maakte in The New York Times: ‘Ik moet het wel vijftig maal hebben doorgenomen en heb het, in mijn dagenlange ijltoestand, keer op keer voorgelezen aan een klein droompubliek in een ommuurde tuin. Mijn gehoor bestond uit pauwen, duiven, mijn lang geleden gestorven ouders, twee cipressen, hier en daar een hurkende jonge verpleegster, en een huisarts zo oud dat hij bijna onzichtbaar was.’
Aan de andere kant ben ik natuurlijk blij dat Dmitri die systeemkaartjes niet heeft verbrand. Tegen mijn zin in ben ik namelijk nieuwsgierig. Ik heb een bescheiden fetisj voor dit soort dingen. Zo heb ik als student eens een paar dagen doorgebracht in de Dousakamer van de Universiteitsbibliotheek in Leiden met een schriftje waarin Jan Jacob Slauerhoff Het verboden rijk had geschreven. Dat kon je gewoon aanvragen en mocht je zonder witte handschoentjes doorbladeren!
Op dezelfde manier bekruipt me nu bij Nabokov het volkomen onterechte en irrationele idee: maar ík mag die systeemkaartjes wél zien. En het liefste ik alléén. Of anders hooguit drie of vier andere malloten. Maar geen honderdduizenden! The Origin of Laura is op het eerste gezicht een serieuze, gedegen facsimile-uitgave voor fijnproevers, maar zodra je de perforatieranden voelt, weet je dat het tevens een ordinaire gadget is, een uitscheurbaar hebbedingetje voor de massa.
Over boekverfilmingen merkte Nabokov eens op: ‘Turning one’s novel into a movie script is rather like making a series of sketches for a painting that has long ago been finished and framed.’
In zijn hoofd was The Origin of Laura al ‘finished and framed’. Jammer dat wij het nu met het filmscript ervan moeten doen.