Sytze van der zee

Gedwongen ontslagen wil hij vermijden. Maar hij zal wel moeten, als Het Parool inderdaad op de tabloid-toer gaat. Arme Sytze van der Zee - hij bleef zo graag de koning van het eindeloze compromis.
ALS DE WONDERBAARLIJKE Wibautstraatvariant van de honkballer Babe Ruth: zo kwam Sytze van der Zee (56) acht jaar geleden als eerste slagman bij Het Parool binnen. De krant sukkelde, zwak uitgedrukt. De abonnees liepen massaal weg, de verliezen waren torenhoog. Slechts doordat Het Parool de meerderheid van de aandelen Perscombinatie bezat, redde de krant het steeds weer.

Maar dat jarenlang van elke gulden winst die de Volkskrant maakte er negen dubbeltjes naar Het Parool gingen, was funest voor de onderlinge verhoudingen binnen de Perscombinatie. Maar al te vaak waren collega’s ‘van de overkant’, de echte cijfers op een viltje notulerend, na een paar borrels bereid aan buitenstaanders te verklaren dat 'het eindstadium bij Het Parool nu definitief in zicht was gekomen’. Voor het overige bleven oplage- en verliescijfers echter 'het best bewaarde geheim van de Wibautstraat’.
Officieel ging de krant tussen 1973 en 1988 terug van 170.000 naar 113.000 abonnees. En dat was niet alleen te wijten aan de naweeen van de late jaren zestig, toen Het Parool nog pal stond voor het Amerikaanse optreden in Vietnam op het moment dat de Amerikanen zelf bij hun haastig vertrek hun helikopters al in zee kieperden. Het was zelfs niet te verklaren uit de zelfingenomen truttigheid die de redactie had bevangen, door de toenmalige hoofdredacteur Gortzak eufemistisch omschreven als het 'vertraagd reageren op maatschappelijke processen’. De teruggang van de krant kwam, en komt, eenvoudigweg voort uit de veranderende stad: Amsterdammers wilden liever in Almere wonen, de allochtonen die ervoor in de plaats kwamen, lazen Het Parool niet meer, en de spraakmakende goegemeente verkoos NRC Handelsblad.
Voor die laatste krant was Van der Zee, voor hij in 1988 aantrad bij Het Parool, jarenlang correspondent te Washington. De op Amerikaanse leest geschoeide Van der Zee werd aangetrokken om als vanouds de knuppel in het hoenderhok te gooien en Het Parool weer aan slag te laten komen. Maar toch deed zijn overstap, zij het met een tussenstop bij Elsevier, menige wenkbrauw fronsen, niet in het minst die van zijn echtgenote. 'Toen ik gevraagd werd voor Het Parool, wilde mijn vrouw per se niet naar Amsterdam. Veel te gevaarlijk.’ Het werd Amstelveen: een typisch Van der Zee-compromis.
Er zouden er heel wat volgen. De krant moest Amsterdamser worden, dat wist Van der Zee ook wel. Maar het zou voor hem te veel gezichtsverlies opleveren om helemaal terug te gaan naar een regionaal sufferdje. Max de Jong (thans reorganisator van het hoofdstedelijke vervoersnet) en Van der Zee vonden elkaar op een formule die meer compromis dan uitgangspunt was; 'Een groot-Amsterdamse krant met een landelijke allure.’
ALS EERSTE BELEIDSDAAD schopte de nieuwe hoofdredacteur de blokjes die ter redactie minuutjes werden genoemd omdat ze binnen die tijd konden worden gelezen, van de voorpagina: 'Geboorte op vluchtheuvel’, 'Scheiding via bankroof’, 'Post bezorgd in vuilnisbak’. En de krant werd inderdaad Amsterdamser: de jongerenpagina 'Goochem’ vloog uit de kolommen, er zou meer aandacht worden besteed aan kunst en economie, en Amsterdam plus regio kreeg maar liefst drie pagina’s toebedeeld. Tegelijkertijd trok Van der Zee correspondenten aan uit alle uithoeken van de wereld. Maar al spoedig moest hij gas terugnemen: 'Als je als Randstadkrant een keer in de twee weken een berichtje over Haarlem brengt, maak je die pretentie niet waar.’ Dus bleef er nog maar een pagina Amsterdam over en verkondigde Van der Zee via Adformatie dat 'Het Parool Amsterdams moest zijn, maar niet op het niveau van de huis-aan-huisbladen. Die zijn er om de keutels van de straat te rapen.’
En dus bleef de 'boereneditie’ bestaan. In 1995 kon het Parool dan ook bogen op naar eigen zeggen 93.860 abonnees in de regio en welgeteld 99 abonnees in Groningen. Een zinloze charade: een rondje bellen langs adverteerders leert dat Het Parool allang niet meer serieus wordt genomen als landelijke krant.
GEEN KRANT HEEFT er zo'n handje van te goochelen met eigen cijfers. Volgens het zogeheten Summo-onderzoek (Samenwerkingsverband voor het Uitvoeren van Multi Media Onderzoek) had het Parool naar eigen opgave in het tweede kwartaal van 1992 een bereik van 255.000 lezers. Ervan uitgaand dat elk exemplaar door 2,6 mensen wordt gelezen (het zogeheten meeleescijfer), zou de oplage al in juni 1992 onder de honderdduizend zijn geschoten. Maar officieel zat die toen nog steeds op 100.300. Twee jaar later had Het Parool, wederom naar eigen opgave, een bereik van 228.000, maar nog steeds een oplage van 102.500. Daarmee zou Het Parool, uniek in de geschiedenis van de dagbladen, de eerste krant zijn bij wie de oplage stabiel blijft terwijl het bereik zakt.
En dus moest Van der Zee krachtig de schijn ophouden. Dat leidde tot een opmerkelijk aantal pijnlijke aanvaringen met collega’s. Zodra een medium durfde te suggereren dat Het Parool een veel lagere oplage had dan de krant zelf opgaf, klonk prompt boven de drukpersen uit het geluid van de loopgravenschop. In een brief aan de Krant op Zondag in oktober 1991 vroeg Van der Zee zich af of er nu sprake was van 'totale oorlog’, maar smeekte hij nog om 'enig begrip voor waar wij mee bezig zijn’. Toen Vrij Nederland in oktober vorig jaar ronduit schreef dat de betaalde oplage rond de 70.000 zweefde, sprak Van der Zee van 'onzin’ en 'een kwaadaardige aanpak’. En nog recenter verklaarde hij de redactie van AT5, het tv-station voor Amsterdam en omstreken, de 'totale oorlog’ toen de zender in een nieuwsitem had gemeld dat ontsla gen op termijn niet uit te sluiten waren.
Even bizar als byzantijns was het hoofdredactioneel commentaar dat Van der Zee daarop schreef, met als kern dat 'het voor ons van groot belang is in alle rust een nieuw inspirerend perspectief te ontdekken’ - met andere woorden: collegae, kunt u een tijdje uw werk niet meer doen?
Door het fusieproces tussen PCM (het conglomeraat van Perscombinatie en Meulenhoff) en Nederlandse Dagbladunie belandde de hele zaak in een stroomversnelling. Dat ging snel. Bij het eeuwfeest van de Amsterdamse Pers, vorig jaar oktober, meende Van der Zee nog dat de fusie geen invloed zou hebben op de positie van Het Parool. Nauwelijks vier maanden later blijkt er al die tijd al een werkgroep-Van der Schoot te zijn, die twee opties overhoudt: of een regionale, Amsterdamse krant, of een landelijke tabloid. En blijken PCM-directeuren Smaling, die voor de regio gaat, en Blom, die het tabloid-idee steunt, het hevig oneens. Hoe dan ook, de tijd van compromissen is voorbij, zo heeft PCM-directeur Cees Smaling intern maar al te vaak gezegd.
DE VRAAG IS NU hoeveel Van der Zee er nog voor zijn redactie weet uit te slepen. De projectgroep-Van der Schoot vond de panacee in de tabloid. De doelgroep voor de tabloid - een woord dat overigens op de redactie taboe is vanwege de associaties met de Britse roddelbladen - zijn jonge, zappende lezers tussen de 20 en 35 jaar in de Randstad. Volgens de PCM-directiewerkgroep zit daar een markt van 350.000 potentiele lezers. Maar als die lezers zo zappend zijn, wie garandeert dan, zoals Adformatie terecht opmerkte, dat Het Parool ze kan vasthouden?
Op de achtergrond speelt dat de redactie deze optie aantrekkelijker vindt omdat er minder ontslagen bij zouden vallen. Al zou het te denken moeten geven dat aanpassing van 'normaal’ kranteformaat naar A3-formaat altijd het laatste stadium lijkt voor de definitieve ondergang - zie wijlen De Waarheid, de Krant op Zondag en Liberation.
Van der Zee is in een weinig benijdenswaardige positie beland. Sinds de fusie moet PCM de broekriem aanhalen. De nieuwbouw voor de nieuwe offsetpers in Diemen is afgeblazen en de vernieuwing van de redactiesystemen opnieuw op de lange baan geschoven. Daarnaast blijft ING de lening voor de fusie als een hete aardappel doorschuiven. En Het Parool maakt al enige tijd meer dan vijftien miljoen verlies. Dat is veel: de totale winst van PCM bedroeg in 1994 zestig miljoen.
Er zal dus moeten worden geslagen door een hoofdredacteur die niet als 'de ontslag- man op het laatste honk’ de geschiedenis in wil. Weliswaar niet in dit jaar, want in 1996 ('het zaai-jaar’, aldus de PCM-directie) wil de PCM nog een keer geld in de krant stoppen. Maar in journalistenkringen wordt altijd als gouden vuistregel gehanteerd dat een krant per duizend abonnees een redacteur in dienst heeft. Het Parool zit dan met 122 redacteuren ruim boven die grens. Men moet dus, zoals dat heet, de redactie naar sterkte aanpassen - zeker als ze bij een tabloid rekenen op een oplage van 90.000. Maar: 'gedwongen ontslagen zijn daarbij niet aan de orde’, houdt Van der Zee dapper vol.
Arme Van der Zee - nota bene nog steeds opererend vanuit Amstelveen! Bijna symbolisch voor de afstand die hij wilde hebben van die vermaledijde grachtendgordel. En al roepen (ex-)medewerkers als Jeanne Roos, Max Pam, Theo van Gogh en Frits Barend vanaf de zijlijn: Zee, doe nou gewoon een leuk Amsterdams krantje, de hoofdredacteur is nog steeds op zoek naar een compromis dat al lang niet meer haalbaar is. Het roer moet om, inderdaad. Maar, zoals Adformatie venijnig stelde: waar zit dat? Het Parool zou inderdaad een mooie Amsterdamse krant kunnen worden. Als ze maar wilden. Als Sytze van der Zee maar wou.