’t Allermooist op aard

Ik sta op het pontje naar Noord, zoals half Amsterdam kennelijk. Het is donderdag begin van de avond, het begint net een beetje te schemeren. Al die meisjes, misschien ligt het aan mij, maar ik zie alleen nog maar zwermen meisjes. Ze hebben lang haar, ze roken, ze hebben over hun dikke zwarte panty’s korte strakke broekjes aan, van de weeromstuit worden mijn rokken almaar langer. En ze hebben zo ontzettend genoeg aan elkaar, die meisjes. Ze luisteren naar dezelfde muziek door hun oortjes te delen, ze wrijven over elkaars rug of over elkaars armen, ze kussen elkaar op een wang of in de nek, ze houden elkaar vast alsof ze elkaar honderd jaar niet gezien hebben of niet meer zullen zien, ja ik ben jaloers.

Als je maar lang genoeg denkt dat dit niet het IJ is maar de Hudson, en dat die skyline die daar langzaam voorbij deint niet die van Amsterdam is maar van New York… Maar waarom zou je dat in hemelsnaam moeten denken, behalve dat ik het niet kan laten nog steeds aan New York te denken als de plaats waar je eigenlijk zou moeten zijn. Ik ben getroffen door de aanblik van nieuw stedelijk Amsterdam, vraag me ook af hoe onherkenbaar ik straks Noord zal aantreffen. Maar ik moet toch vooral heel erg mijn best doen niet de hele tijd naar die meisjes te kijken, hun coolness, hun bedrijvigheid, waar gaan ze allemaal naartoe op die Girls-_gympjes, in die _Girls-_hansopjes, wat is er vanavond te doen in Noord, ja ik voel me outdated met m’n _Sex The City-hakken, m’n Sex The City-hangups.

Het is nog best een lang tochtje, want dit is de pont naar het NDSM-terrein, de meest linkse moet je hebben, had de organisatie van de avond me geïnstrueerd. Sunshinestealer, ik kende het woord nog niet, maar las het in een interview met Lena Dunham, en al loerende naar die meisjes, hun verrukte gedoetje inhalerende, vraag ik me af of ik dat niet ook ben, nu. Een sunshinestealer, of dat ik armzaliger ben dan dat, namelijk een gewone loerder. Ik denk het, want als ik het goed heb begrepen is een sunshinestealer een slijmerige vent, werkzaam in Hollywood maar een beetje op z’n retour, niet onmiddellijk uit op handtastelijkheden maar eerder op creatief meeliften met jong succes. Dunham heeft zoveel last van ze dat ze niet kan wachten tot ze tachtig is en alle slijmballen achter zich heeft gelaten. Ook heeft ze zichzelf gezworen: nóóit wraakzuchtig of jaloers zijn. Zei ze in hetzelfde interview niet ook dól te zijn op oude mensen? Om te denken dat je dat bent moet je wel heel jong zijn, ja ik weet het leuk te zeggen.

De schemering zet wat zwaarder in, en hele oude _Sex The City-_verlangens bekruipen me, ik denk aan dansen en aan Long Island Cocktails, aan naakte brandweermannen en nieuwe schoolspullen. Dat laatste komt op het conto van Nora Ephron die herfst in New York associeerde met de aandrift om nieuwe schoolspullen te kopen, potloden te slijpen. Ephron was Dunhams held, ook die van mij, maar Dunham kreeg van haar persoonlijk liefdesadvies waardoor ze nu is met de jongen met wie ze is en niet met de jongen naar wie ze dacht terug te moeten keren.

Nora was like: no no no.

Deze boot vaart duidelijk het avontuur tegemoet. Waar zijn ze, de jongens

Nora was like: you can’t meet someone until you’ve become who you’re becoming.

Wat ik nog wel even een hersenkraker vind. Bestaat er zoiets als een Vollendete ook op identiteitsgebied, en zo ja, heb ik die gezegende staat al bereikt, en ja, ik ga naar een literaire avond met die zware tas aan m’n stuur.

Maar nu we het over jongens hebben… Dat elkaar voortdurend vastpakken en omhelzen van die meisjes onderling, misschien is het allemaal wel droogzwemmen, wacht op het NDSM-terrein het echte werk. Er wordt gekwetterd dat het een aard heeft, deze boot vaart duidelijk het avontuur tegemoet. Waar zijn ze, de jongens, daarover begin ik me nu toch een beetje zorgen te maken, ja ik ben een beetje old school en kan het me zonder jongens nooit zo goed voorstellen.

Meisjes, ik denk eigenlijk dat ik ze een beetje haat inmiddels, de leuke niet te na gesproken. Girls, ik heb alle afleveringen wel gezien hoor, zij het dat ik de helft van de tijd een deken over mijn hoofd had omdat ik het niet goed kon aanzien, en me oprecht begon af te vragen wat voor zin het heeft om ouder te worden als je alles kunt blijven navoelen en er in wezen zo weinig verandert, ja het zijn altijd hele oude mensen die dit soort dingen zeggen en zijn we nu nog niet ter plekke.

Nu dan toch, we meren aan, en als in één stroom zie ik de meisjes naar rechts gaan, richting licht, daar gaan ze. Mijn weg voert naar links, de organisatie van de avond had ’t me nog zo gezegd. Dat het misschien doodlopend lijkt, en dat ik door een donker park moet, gewoon nog even doorfietsen voor een literaire avond.