Taalregt

‘ONZE TAAL is ons alles’, zegt de jonge blonde vrouw achter het hek van de Jan Celliers Hoerskool in Johannesburg. ‘Ze kunnen nog zo hard proberen om haar uit te roeien, als het moet vechten we ons er dood voor.’ Ze vermijdt nadrukkelijk te kijken naar de kleine zwarte jongen Themba, voor wie zijn moeder en ik een school zoeken. De boodschap is duidelijk: dit gaat om meer dan taal alleen. Als Themba Afrikaans wil leren, moet hij dat maar ergens anders doen. ‘Die school? Daar zie je niet eens kinderen met donker haar’, had een buurvrouw al gewaarschuwd.

De defensieve houding van de Afrikaner juf heeft alles te maken met de ‘total onslaught’ die in zwart geregeerd Zuid-Afrika gaande zou zijn tegen de Afrikaner, zijn taal en zijn cultuur. Voor wie van 'potjiekos’ en Sarie Mareis houdt, lijkt er zeker reden tot bezorgdheid. In regeringsgebouwen is Engels tegenwoordig de voertaal, openbare Afrikaner scholen zieltogen na het wegvallen van de subsidies, Afrikaner spreekbuizen als Rapport en Die Burger vullen pagina na pagina met nu eens wanhopige, dan weer oorlogszuchtige commentaren omtrent de huidige 'discriminatie’ van het ooit zo machtige Voortrekkervolk.
Maar de Afrikaanse taal stelt zich hardnekkig teweer tegen de zwarte stormvloed: 'Waak oor die taal van die land, waak oor die taal wat vir julle voorouders in die stryd en leed lief geworden het, die taal waarin julle Bybel geskryf is’, zei 'Oom Paul’ Kruger al. 'Als julle onverskillig word vir julle taal, dan word julle ook onverskillig vir julle voorouers en julle Bybel en tenslotte ook vir julle godsdiens, ja ook vir julle eie volksaard.’ De taal is de Boerengeschiedenis, is de ideologie van de Boerenleiders van de laatste decennia, is de 'volksaard’ van het blanke volk dat zichzelf door dominees en Nationale Partij liet voorhouden dat het door God uitverkoren was om de blanke, christelijke beschaving te brengen en te behouden op het zwarte continent. Valt de taal weg, dan valt dat goddelijke plan weg. Andersom geldt dat elke poging tot het instellen van gelijke behandeling (zoals het programmeren van Sotho-tv-programma’s naast Afrikaanse op het vroeger exclusief Afrikaanse tv-kanaal, of het gelijktrekken van subsidies voor alle scholen) wordt gezien als een vijandige daad tegen de Afrikaner.
Niemand kan ontkennen dat het Afrikaans in de post-apartheidsjaren een zorgelijker bestaan leidt dan vroeger. Niemand zal ook staan te juichen als het Afrikaans verdwijnt. Het zou jammer zijn als niemand Elisabeth Eybers of Breyten Breytenbach meer kon lezen. Hun Afrikaans is lichamelijk, vol heftige beeldspraak van bloed, aarde, vuile nagels, eenzaamheid en oorlog en vol hartstocht voor het wilde, verweerde land op de uiterste zuidpunt van het continent. De taal zou alleen al moeten blijven bestaan om woorden als melkskommel (milkshake), moffie (homo) en sweetpak.
Het probleem van het Afrikaans is dat het zich, onder de vaderlijke leiding van Oom Paul en later Verwoerd en P.W. Botha, zo besnoeid en beknot heeft. In plaats van bejubeld omdat hij boeken in het Afrikaans schreef, werd de schrijver Breytenbach opgesloten. Het Afrikaner literatuuronderwijs hield zich tot in de late jaren tachtig vrijwel uitsluitend bezig met de Ossewa-poëzie van C.J. Langenhoven (het volkslied Die stem van Suid-Afrika) en de werken van aartsvader-literator J.C. Kannemeijer. Elk Afrikaans geluid dat niet paste in de mythe van het 'uitverkoren’ Boerenvolk, werd in de Afrikaner instituten uitgestoten en weggepoetst.
'TAALREGT’ IS HET Afrikaanse woord voor deze taal- en volkspuristische houding, die wordt gesymboliseerd door het Taalmonument bij het Kaapse stadje Paarl. De gedenksteen voor het ontstaan en de glorieuze geschiedenis van het Afrikaans bestaat uit een 'tot in de hemel reikende’ witte obelisk. Om deze torenhoge fallus heen wijst een aantal onooglijke bobbeltjes op de 'andere invloeden’ die er vanuit Afrika sinds de zeventiende eeuw op zijn uitgeoefend; volgens de officiële Afrikaner geschiedschrijving ging het slechts om een aantal woorden uit de talen van autochtone volkeren of van destijds uit Maleisië aangevoerde slaven.
Dit nu is niet waar. Het Afrikaans ontstond in die eerste jaren van de Kaapkolonie uit de dagelijkse communicatie tussen de Boeren, hun bruine slaven en de autochtone Kaapse volkeren die door hen 'Hottentotten’ en 'Bosjesmannen’ werden genoemd: de Khoi en de San. Het was een kleurlingentaal met een rijke, uit verschillende samenlevingen afkomstige woordenschat en met een begrippenkader dat betrekking had op Afrika, niet op de oude 'Hollandse’ cultuur. De grammatica leek meer op die van het Engels dan op die van het Nederlands en het waren niet de Hollanders, maar de religieuze leiders in de Maleise slavengemeenschap die er als eersten een schrijftaal in zagen. Deze ontstaansgeschiedenis werd, evenals de niet-blanke mensen die haar dagelijks spraken, door de Zuid-Afrikaanse Boerenleiders consequent genegeerd.
Zo ontstond een paradox. Terwijl de Voortrekker-Afrikaners met doelbewuste politieke en culturele maatregelen hun versie van de taal in stand hielden, uitbreidden en andersgekleurden opdrongen (Die stem moest op alle scholen worden gezongen; het Onze Vader werd voor zwarten aangepast tot een Afrikaans O, vader, aangezien God niet echt de vader van zwarten kon zijn), leefde en groeide het oorspronkelijke Afrikaans door in de kleurlingengemeenschap van de Kaap. Een van de eerste verzetsliederen tegen de apartheid is een lied in het Afrikaans: 'Ons bruin mense, seuns van slawe, gee ons terug ons Afrika’… op de wijs van 'Oh my darling Clementine’.
In de townships rond de andere grote steden in het land was het de zwarte jeugd die zich de taal van de blanke 'masters’ en de Boeren toeëigende en omvormde tot iets wat hen paste. Vooral de Afrikaner krachttermen vonden gretig aftrek onder de rebelse jongeren. Zij mengden uitdrukkingen als 'ek moer jou’ (ik sla je in elkaar) vlekkeloos met begrippen uit hun eigen achtergrond. Zo ontstond de tsotsi-taal, een 'gangster’-taal. De tsotsi-taal was Afrikaans, maar leek qua begrippenkader in niets op het officiële Afrikaans van de onderdrukker. Er werd niet in gebeden maar gevloekt. In 1976 kwam de tsotsi-taal sprekende Soweto-jeugd in opstand tegen de invoering van het officiële Afrikaans als standaardtaal op de zwarte scholen. Authentieke kartonnen borden waarop woest geschreven staat 'To hell with Afrikaans’ zijn sinds de democratisering te bezichtigen in de nationale musea.
OOK NA 1976 bleef de voertaal in vele townships de tsotsi-taal. Zelfs in de guerrillakampen van het ANC-verzet, waar vele opstandige townshipjongeren terecht kwamen, werd het in de dagelijkse communicatie gehanteerd. Vandaag vormen het gekleurde Afrikaans van de Kaap, de tsotsi-taal en het 'verzwarte’ Afrikaans dat tien miljoen plattelandszwarten zijn gaan spreken na generaties van landarbeid voor blanke boeren, met het blanke Afrikaans een meerderheidstaal in Zuid-Afrika.
Liefhebbers van de Afrikaanse taal als zodanig zouden dus niet bang hoeven te zijn dat de taal uitsterft. De angstige Afrikaners hoeven de niet-blanke sprekers en schrijvers van de 'eie taal’ alleen maar te omarmen om dat te voorkomen. Maar daar willen ze niet aan. Nog steeds wordt het niet-volkseigen gebruik van de taal gezien als een aberratie van het blanke, van God gegeven Afrikaans. Dit jaar nog werden bruine Afrikaanstalige schrijvers uitgesloten van een literaire westrijd in Bloemfontein. Een Afrikaanstalige gedichtenbundel van de zwarte ANC-bestuurder Matthews Phosa wordt in de 'taalregte’ Afrikaner onderwijsinstellingen net zo genegeerd als vroeger Breyten Breytenbach. Afrikaanstalige radioprogramma’s worden bedolven onder een stroom van klachten en ingezonden brieven als er een gekleurde Afrikaansspreker in aan het woord komt.
Sommige scholen staan zelfs liever leeg dan zich te ontfermen over Afrikaanstalige, bruine en zwarte leerlingen. Kort na de eerste democratische verkiezingen in 1994 stroomden de zwarte Afrikaanssprekertjes naar de voormalige blank-Afrikaanse scholen in de noord-Transvaal. Ze werden geweigerd en weggepest nog voordat ze hun schooltassen hadden neergezet. Nadat Mandela’s politie had ingegrepen en het stof weer was gaan liggen, zaten de scholen vol zwarte kleintjes die geen woord Afrikaans meer wilden horen. Door het hele land ziet men nu hoe het trotse Afrikaner schoolsysteem vervalt. De scholen die nog steeds zwarten weigeren, staan leeg; de scholen die de 'township’ toelieten, zijn het Afrikaans kwijt. Het had niet zo gehoeven.
EVENMIN ALS Afrikaans-opgevoede kleurlingen en zwarten uit Eersterus en Mamelodi willen liberalere Afrikaner volwassenen nog worden geassocieerd met het officiële Afrikaans. De progressieve Afrikaner schrijvers die stand hielden en bewezen dat ook in de taal van het blanke kamp rebelse dingen konden worden gezegd, bleven uitzonderingen. Veel Afrikaans-schrijvers van zwarte en bruine origine keerden zich helemaal af van de blanke traditie en gingen zich uiten in het Engels. Zelfs Afrikaner ouders (21 procent, volgens een conservatieve schatting) sturen hun kinderen niet meer naar Afrikaner scholen. 'Wat moet mijn kind straks met een minderheidstaal die nergens serieus genomen wordt?’, vroeg laatst een blanke Afrikaner ouder op de Engelstalige school van mijn dochtertje. Deze vader houdt van zijn taal en cultuur; hij zou zijn zoon graag op een Afrikaanstalige school doen als daar ook, als tweede taal, behoorlijk Engels werd onderwezen: 'Die mensen zijn zo verkrampt dat ze geen Engels willen leren praten.’
Progressieve Afrikaanssprekenden hebben de laatste jaren tal van pogingen gedaan om de taal los te maken uit de wurggreep van Oom Paul. Een Afrikaner domineese in Middelspruit probeerde het zwarte deel van haar gemeente te betrekken bij haar op gelijkwaardigheid gestoelde christendom. Bruine schrijvers die jarenlang uit verzet tegen apartheid in het Engels hadden geschreven, begonnen zich weer voorzichtig in het Afrikaans te uiten. Een Afrikaner alternatieve theaterschrijver, Ryk Hattingh, werd hoofdredacteur van een nieuw Afrikaanstalig seksblad: het blad Loslyf portretteerde zijn voluptueuze blondines voor het Voortrekkermonument, plaatste bijtend anticalvinistische cartoons en schreef over interraciale seks. Jonge televisiemakers stelden vragen bij de compositie van het Taalmonument: was de taal nu echt gebaat bij dit beeld van een blanke fallus met wat bruine 'strontjies’ eromheen? In een ander tv-programma werden de ontstaansjaren van het Afrikaans op levendige wijze uitgebeeld: een van de scènes van 'eerste communicatie in het Afrikaans’ was een bedscène met een Maleise slavin en een Hollandse Boer.
Het werd ze allemaal niet in dank afgenomen. De domineese werd, met goedvinden van de NG Kerk, uitgestoten door haar blanke gemeente in Middelspruit. De tv-programma’s kwamen de publieke omroep op demonstraties en kijkgeldboycots te staan. En de seks zonder taboes en racisme werd de ondergang van Loslyf. Het blad werd onder een nieuwe hoofdredacteur omgevormd tot een 'gewoon’ pornoblad en Ryk Hattingh emigreerde naar Nieuw-Zeeland.
VOORALSNOG lijkt het laager machtig genoeg om de taal onder zich te houden. De publieke omroep heeft onlangs karrevrachten nette presentatrices en natuurfilms laten aanrukken om het Afrikaner kijkersvolk weer aan zich te binden; mogelijk aanstootgevende films, documentaires over politiek 'gevoelige’ onderwerpen en comedyseries met min of meer intelligente grappen zijn verschoven tot na tienen, als het Boerenvolk in bed ligt. Plannen om straatnamen in Pretoria te veranderen zijn uitgesteld sinds een voorstel om het Paul Krugerplein te herdopen tot Oliver Tamboplein van Pofadder tot Orania woedende reacties opriep.
De campagne voor het behoud van het 'blanke’ Afrikaans is het krachtigst op Kaap de Goede Hoop, de enige door de Nationale Partij geregeerde provincie. 'Het bruine Afrikaans is een dialect’, vindt de Kaapse dichter, literator en Afrikaans-voorvechter Daniël Hugo. 'Dat heeft elke taal toch, een standaardvorm en een dialect? Natuurlijk kan de standaardtaal mettertijd zelf veranderen, maar dan nog blijft dat de standaard. Ik zou het zonde vinden als er Engelse of andere leenwoorden in de plaats kwamen van goede, oude Afrikaanse woorden.’ Bruine verzetsschrijvers zijn meer dan welkom in Hugo’s literaire radioprogramma, maar niet als hoofdvertegenwoordigers van de Afrikaanstalige literatuur. 'Deze schrijvers hebben zo lang het Engels gehanteerd dat ze, nu ze weer terug zijn bij het Afrikaans, niet meer goed in de traditie passen. Ze zijn eenvoudigweg niet goed op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen in de hoofdstroom.’ Maar is er dan geen sprake van een nieuwe 'hoofdstroom’ nu de recent heropgerichte Afrikaner Skrywersvereniging voornamelijk bestaat uit progressieve bruine Afrikaanstalige schrijvers? 'Daar zouden meer blanke schrijvers lid van moeten worden’, zegt Hugo aarzelend. 'Maar dat doen ze niet. Misschien omdat deze schrijvers zichzelf altijd consequent “zwart” noemden. Dat schrikt de blanken af.’
WELLICHT HEEFT het Afrikaans nog de grootste kans op ontwikkeling en 'oorlewing’ in het Engelstalige Johannesburg. Johannesburg is het zakencentrum van Zuid-Afrika en is als zodanig meer gericht op groei en op nieuwe culturele uitingen dan welk ander gebied ook. Het is de woonplaats van de progressieve tv-makers en van de eerste Loslyf-redacteuren; het is tevens de plaats waar twee jaar terug een nieuwe Afrikaanstalige cartoon werd geboren, de Bitterkomix. Bitterkomix, opmerkelijk genoeg bedacht en gedreven door Anton Kannemeijer, zoon van de Afrikaanse literaire aartsvader J.C. Kannemeijer, gaat over seks, geweld, racisme en de heteronorm: het laat huisvrouwen zien die strychnine in de koffie van vader doen, meisjes die zwarte mannen platneuken en vette karpatenkoppen die verdacht zwetend op bed zitten met hun hond. Waar Loslyf, als onderdeel van het almachtige Hustler-concern, het onderspit moest delven, gaat een nieuwe generatie rebelse Afrikaners gewoon door met nadenken en scheppen in hun taal. Het mag dan een kleine minderheid zijn die de taboes doorbreekt, het is wel een groeiende minderheid.
'Het lijkt wel alsof hier in Johannesburg licht gloort aan het einde van de tunnel’, zegt een progressieve Afrikaanstalige journalist, die uit vrees voor reacties van volksgenoten anoniem wil blijven. 'Wij hebben Bitterkomix. Afrikaanstalige journalisten hebben hier over vroegere apartheids- en zelfcensuur getuigd voor de Commissie van Waarheid. Onze Afrikaanse krant, Beeld, is niet zo conservatief als de Kaapse Burger. Beeld is sinds kort zelfs in het Engels op Internet te vinden, als e-Beeld. Natuurlijk volgde daar weer een golf van verontwaardiging op, maar zo komt de wereld wel te weten wat de niet-conservatieve Afrikaner te zeggen heeft.’
Dus de nieuwe Afrikaner wordt geboren in de ou Transvaal?
'Dat hoop ik’, verzucht hij. 'Het is of dit, of de Volksstaat.’