Holland Festival - Dans

Tableaux vivants uit de Kamasutra

Het Zweedse Cullberg Ballet brengt twee stukken die spelen met seksuele ambiguïteit, het spel van kijken en bekeken worden en de geschiedenis van de moderne dans.

Medium hfcull

In de pauze speur ik op het programmablad over de namen van de dansers. Ja, het klopt toch: vier mannen, vier vrouwen. Maar wie waren dan de vrouwen? Mijn verwarring na het zien van Reproduction van de Hongaarse choreografe Eszter Salamon betekent waarschijnlijk dat het Cullberg Ballet in elk geval één doel bereikt heeft: een verwarring over de seksen.

Acht mannen – onder wie dus vier verklede vrouwen – betreden het podium. Ze staan er als een staalkaart van modestijlen: classy, urban, metal, business casual. En als de muziek stopt begint, in stilte en slow motion, een spel van kijken en verleiden. Loerende blikken, dubbelzinnige gebaren, aftastende, omtrekkende bewegingen. Beetje bij beetje is er meer toenadering, totdat het geheel uiteindelijk via baltsgedrag en aanrakingen één grote orgie wordt – gekleed, dat wel, en ook daardoor blijft de genderverwarring in stand.

De slow motion en de stilte – soms minimaal onderstreept door vogelgeluiden – werken als een vergrootglas op de handelingen. Als publiek ben je niet alleen voyeur, je wordt ook nog eens bij je nekvel gepakt en er met je neus middenin gedrukt. Kijken zul je. Elke stap in dit grote paringsgebeuren, elke streling, al het likken, schuiven en schuren zul je met je ogen moeten opzuigen of je wilt of niet. En die dwingende vertragingstechniek zorgt ervoor dat je je in toenemende mate ongemakkelijk begint te voelen. En niet alléén omdat er een paar rijen voor me een moeder met een dochter van rond de tien zit, waarschijnlijk gelokt door het woordje ‘ballet’. We zijn mijlenver verwijderd van de tutu’tjes en de spitzen. Je kunt je zelfs afvragen of we ons nog wel binnen de kunstvorm ‘dans’ begeven. De voorstelling balanceert op een grensvlak van dans, mime en performance. De vrijages, in paren van wisselende samenstelling, hebben iets uitgesproken sculpturaals. Het zijn traag in en uit elkaar schuivende en verstrengelde standbeelden, in onwaarschijnlijk atletische standjes. Het zijn een soort tableaux vivants uit de Kamasutra.

Het stuk stelt vragen over de rolverdeling van kijkers en bekekenen. Wie leidt, wie volgt? Wie manipuleert wie? Wie heeft er de meeste macht, de performer of de toeschouwer? Degene die zich laat bekijken of degene die bekijkt?

Het stuk wordt geleidelijk steeds hitsiger, en niet minder verwarrend. De beklemming van de ingehouden adem hangt in het muisstille publiek, dat gelukkig een paar momenten krijgt om te ontladen in gelach, namelijk wanneer de rollen radicaal omkeren en de ‘mannen’ één voor één als ‘vrouw’ verkleed hun hernieuwde entree maken. Of beter: als mannen die zich verkleed hebben als vrouw. Want ook de vrouwelijke danseressen vertolken travestierollen, als dit nog te volgen is. Klaarblijkelijk is er dus ook nog een verschil tussen vrouwelijke mimiek en door mannen nagebootste vrouwelijke mimiek.

Door dit soort dubbelzinnigheden, omslagen en het contrast realiseer je je hoe waanzinnig knap de dansers hun werk doen. Tot in de kleinste details beheersen ze de vrouwelijke en de mannelijke gecodeerde mimiek die in alle houdingen doorspeelt.

Ik bekijk de voorstelling in het Zweedse Malmö, op de avond na de première, en heb toevallig op de reis erheen een taalkundig nieuwtje over Zweden gelezen. In de vers verschenen versie van het Zweedse officiële woordenboek was een nieuw ‘geslachtsneutraal’ voornaamwoord toegevoegd. Naast han (hij) en hon (zij) mag je sinds april ook hen zeggen en schrijven. Daarmee kan een Zweed verwijzen naar iemand zonder het geslacht te noemen, bijvoorbeeld omdat het om een transgender gaat.

Het is duidelijk dat in Reproduction acht van zulke ‘hens’ aan de gang zijn. Verklaart dat mijn ongemak? Zou dit minder zijn als er voor mijn ogen copulatiescènes zouden plaatsvinden van ‘normale’ man-vrouw-situaties? En wat wil dit stuk hiermee beweren?

Het is duidelijk dat het gaat om kijken, bekeken worden, ook in interactie tussen dansers en publiek. En blijkbaar wil het stuk ook ‘iets’ met modebeelden doen. Er wordt van alles ‘ter discussie gesteld’, al vind ik dat soort begrippen altijd wat lastig, want wat is dan precies de discussie? Wat wil dit stuk beweren? Dat we vroeg of laat allemaal half man, half vrouw worden, als een soort noodzakelijke middelpuntzoekende kracht in de evolutie? Dat de reclame een corrumperende blik heeft? Dat we onder de mode-uitingen ‘allemaal hetzelfde zijn’? Dat we, onder de opgelegde codes van de verschillende confectiestijlen, niets dan geile beesten zijn?

Wie manipuleert wie? Wie heeft de meeste macht, de performer of de toeschouwer?

Het zou allemaal kunnen, maar het zijn hoogst particuliere en in zekere zin willekeurige associaties. Persoonlijk heb ik bij moderne dansvoorstellingen liever net iets meer narratief houvast. Reproductions is het type stuk dat je tijdens de voorstelling ondergaat zonder dat het meteen aanzet tot allerlei reflecties, zonder dat het je duidelijk in één interpretatieve richting wil duwen, maar dat in de dagen erna door je hoofd blijft spoken en kennelijk nog iets van je wil.

Medium hfcull2

Kort na mijn bezoek las ik in Der Spiegel een groot interview met de Sloveense filosoof Slavoj Žižek, waarin hij sprak over de krachten die de Europese cultuur bedreigen. Hij wees op de radicale islam met z’n strenge man-vrouw-hiërarchie, die in het Westen nu juist doorbroken is. Maar ook vanuit Rusland hoorde hij er een echo van. Neem de reactie op de overwinning van Conchita Wurst op het Eurovisie Songfestival. De nationalist Vladimir Zhirinovsky had meteen geroepen: ‘Er zijn in Europa geen mannen of vrouwen meer, alleen nog maar “het”.’ Alleen nog maar hen, op z’n Zweeds.

En in Peter Sloterdijks Het kristalpaleis stuitte ik op een passage over ‘het snelle verval van de historische mannelijkheid’ in de westerse samenleving. Met het wegvallen van oorlogen is die veranderd van de traditionele krijger in de ‘sociaal-psychologische succesfiguur’: ‘De nieuwe man is de civiel ontspannen man’, die een soort ‘designermannelijkheid’ kan consumeren. Ook daarvan is deze dansvoorstelling een weerspiegeling, van een cultuur waarin beelden van mannelijkheid en vrouwelijkheid te koop zijn als confectie.

Het stuk na de pauze, The Return of the Modern Dance, is van de New Yorkse choreograaf Trajal Harrell, en is in thematiek een logische vervolgstap. Harrell raakte tijdens zijn dansopleiding gefascineerd door de New Yorkse ballroom_-scene_ uit de jaren tachtig, waar travestieten en homoseksuelen – vaak van Latijns- of Afro-Amerikaanse afkomst – hun eigen versie van glamoureuze modeshows gaven.

Nu presenteert Harrell vier mannelijke dansers die een ode brengen aan de grote danseressen uit de geschiedenis van het vak. Zij dansen een eerbetoon aan de grandes dames van de moderne dans zoals Martha Graham en de negentiende-eeuwse Isadora Duncan.

Het levert een prachtige voorstelling op: elegant, vloeiend, virtuoos. De visuele esthetiek, die bij Eszter Salamon op de tweede plaats leek te staan, wordt hier uitbundig gevierd. Onvoorstelbaar precies getimed, visueel sterk gecomponeerd, met een minimum aan kostuums en decor – dat uit twee vierkante witte plateautjes bestaat – waardoor alle aandacht naar de lichamen en hun techniek uitgaat. Het is een feest, ook als je de referenties aan die historische danseressen niet opmerkt.

Dit is het soort dans zoals we dat in Nederland kennen van de sterkste uitvoeringen van het Nederlands Danstheater (ndt), waar het acht jaar jongere Cullberg Ballet (opgericht in 1967) in stijl en internationale oriëntatie aan verwant is. De voormalig artistiek leider, de Zweed Johan Inger, werd associate choreographer bij het ndt, terwijl het Cullberg juist net een Nederlander als nieuwe artistiek leider heeft gekregen, Gabriël Smeets. Dit duo van prikkelende, uitdagende stukken is het startschot voor de nieuwe richting die hij het gezelschap in wil sturen.

Ook hier valt me op hoe sterk de mannen van het Cullberg Ballet zijn in het vertolken van vrouwenrollen. En dan pas realiseer ik me dat, van de Oudheid tot en met Shakespeare, het altijd al mannen zijn geweest die vrouwen uitbeeldden en het publiek moest daarin meegaan. In die zin is de verschijning van transgenders en travestie helemaal niet zo eigentijds. Wie in de achttiende eeuw naar de opera ging hoorde mannen als vrouwen zingen, zag voortdurend echtgenoten en minnaars van geslacht veranderen. En zelfs bij de iconische heteroseksuele man, Casanova, kun je lezen over de fascinatie voor seksueel ambigue wezens. In die zin is Conchita Wurst een reïncarnatie van wat eeuwenlang, gedurende het overgrote deel van de theatergeschiedenis, een gangbare verschijningsvorm was.

Door mannen een ode te laten brengen door ze beroemde vrouwen te laten dansen lijken we een flinke stap in de 21ste eeuw te zetten, maar tegelijkertijd is dit een ‘return’ naar een nog veel eerder tijdperk. Highlights, zoals de overkoepelende titel luidt die aan dit tweeluik is gegeven, is sterk in het blootleggen van zulke ironie.


Cullberg Ballet, Highlights, 19, 20 en 21 juni in Theater Bellevue in Amsterdam


Beeld: (1) Cullberg Ballet, Reproduction; (2) The Return of the Modern Dance (Carl Thorborg)