H.J.A. Hofland

Taboe

Het verstandigst zou het zijn de Amerikaanse buitenlandse politiek tot na de presidentsverkiezingen af te schrijven. In de hitte van de strijd veroorloven de kandidaten zich de meest geweldige uitspraken. Hillary Clinton sluit niet uit dat onder haar verantwoordelijkheid Iran zal worden gebombardeerd. Wordt John McCain president, dan zullen in 2013 de meeste Amerikaanse troepen uit Irak zijn teruggetrokken. Dan is Irak een goed werkende democratie geworden. En Osama bin Laden is gevangen. Dat zei McCain vorige week. Eerder verklaarde hij dat de Amerikanen desnoods honderd jaar in Irak zouden blijven. De president zelf, op verjaardagsbezoek in Israël, liet in een toespraak weten dat over nog eens zestig jaar harmonie in het Midden-Oosten zal heersen. Hoe weten ze het allemaal?

Barack Obama heeft zich tot dusver binnen de grenzen van het menselijke voorstellingsvermogen gehouden. Hij beschouwt Israël als een van de belangrijkste bondgenoten, maar hij sluit niet uit dat er eens met vertegenwoordigers van Iran zal worden gepraat, desnoods met president Ahmadinejad zelf. In Israël zag Bush zijn kans. Zonder de kandidaat bij naam te noemen, beschuldigde hij hem van appeasement. ‘We hebben die dwaze verhalen eerder gehoord. Toen in 1939 de tanks van de nazi’s Polen binnenrolden, riep een Amerikaanse senator dat die ramp voorkomen had kunnen worden als hij met Hitler had kunnen praten. Altijd weer de schijnveiligheid van het appeasement!’ En toen kwam de frappe. ‘Er zijn mensen die beweren dat we alle problemen in het Midden-Oosten kunnen oplossen door met Israël te breken.’ Niemand weet wie dat zijn, maar het ei was gelegd.

Refereren aan het appeasement, het ‘Peace in our time’ van Chamberlain, nadat die in 1938 met Daladier in München voor Hitlers eisen was gezwicht, behoort tot de goedkoopste propagandatrucs van deze tijd. Wat zou er zijn gebeurd als toen al de oorlog was uitgebroken? Niet veel anders dan wat er een jaar later is begonnen. Veel leerzamer zou het zijn het verloop van de Koude Oorlog als grondslag voor vergelijkingen te gebruiken. 24 juni is het zestig jaar geleden dat de Sovjet-Unie de blokkade van West-Berlijn begon. In Washington is toen overwogen met geweld de toegang te forceren. Waarom niet? Amerika was nog de enige kernmacht. In Hiroshima en Nagasaki was bewezen wat een atoombom kon aanrichten. De uiterste dreiging lag voor de hand.

In plaats daarvan begon twee dagen later de luchtbrug. Tot 12 mei 1949 zijn 2,2 miljoen West-Berlijners en achtduizend geallieerde militairen van alle levensbehoeften, ook brandstof, voorzien. De Koude Oorlog was definitief begonnen. Nog een paar hoogtepunten. In Teheran voltrok zich onder leiding van Mohammed Mossadeq een democratische revolutie. Die werd met medewerking van de CIA ongedaan gemaakt, omdat Mossadeq de olie-industrie wilde nationaliseren. De betrouwbare sjah kwam terug, met zijn geheime politie. De Egyptische president Nasser nationaliseerde in 1956 het Suezkanaal. Met medewerking van Israël probeerden de Britten en Fransen de geschiedenis terug te draaien, maar president Eisenhower veroordeelde die onderneming. De herovering ging niet door.

De geschiedenis van de Koude Oorlog kan worden beschreven als een aaneenschakeling van crises, die stuk voor stuk bijtijds of op het nippertje zijn bedwongen doordat de leiders van de twee supermachten inzagen dat er moest worden gepraat. Beide partijen waren ervan overtuigd dat ze zouden winnen. Chroesjtsjov verzekerde dat hij ‘het Westen zou begraven’. Maar wapengeweld was uitgesloten omdat een onvermijdelijke escalatie een kernoorlog tot gevolg zou hebben, en daarmee de wederzijdse vernietiging een feit zou zijn. De topconferenties horen daarom tot het wezen van deze in grote trekken geweldloze krachtmeting die veertig jaar heeft geduurd.

Op 11 september 2001 leek de diplomatie een definitief verouderde vorm van internationale communicatie te zijn. In plaats daarvan kwam Bush’ ‘wie niet voor ons is, is tegen ons’. Daarmee werd de wereld in zwart en wit verdeeld. Zeven jaar later wordt dit onderscheid nog altijd gehandhaafd. De fronten zijn langer en ingewikkelder, de vijanden talrijker en we weten niet wat ze denken. Wie zonder de geringste gedachte aan ‘capitulatie’ voorstelt eens te gaan praten, wordt getroffen door de vloek van het appeasement, het taboe op de diplomatie. Als straks McCain of Clinton gaat doen wat hij/zij in de verkiezingsstrijd heeft beloofd, is de kans groot dat de machtigste natie ter wereld zich verder in de steeg manoeuvreert, met Nederland in de trouwe achterhoede. Het wordt tijd voor weer eens een interview met minister Verhagen.