Kunst: Marokko

Tactische tentoonstellingen

Beeldende kunst: De politieke lading van Turkije- en Marokko-exposities

Kunst is politiek voortgezet met andere middelen. Turkije wil graag bij de Europese Unie horen en Marokko wil de sceptische polderbevolking laten zien dat het meer te bieden heeft dan radicale imams, hasj en importbruiden. Tegen deze achtergrond zijn in Londen, Am sterdam en Rotterdam de tentoonstellingen Turks: A Journey of a Thousand Years (600-1600), Marokko: 5000 jaar cultuur en Marokko: kunst & design 2005 te bezichtigen. Don’t mention the Islam!

De tentoonstelling in de Royal Academy of Art in Londen is voor het grootste deel gesponsord door het Turkse bedrijfsleven, dat alle belang heeft bij een «Europees» Turkije. Het is daarom ironisch dat de nadruk ligt op de Aziatische wortels van de Turkse cultuur. Sterker, de Turken kómen uit het Centraal-Aziatische deel van China, waar rond halverwege het eerste millennium onder meer de Turks sprekende Oeigoeren leefden, een van de vele nomadenstammen in dat gebied, steppevolkeren, die door de Chinezen als barbaren werden beschouwd. De Oeigoeren trokken westwaarts, de Zijderoute volgend, en gingen op in een andere stam, de Seldsjoeken, die de eerste «Turkse» dynastie vormden in een gebied dat nu onder meer Iran, Turkmenistan, Syrië en Irak omvat. Uit deze tijd stammen de tekeningen van «Mehmed met de Zwarte Pen», de Aziatische Da Vinci. De volgende dynastieën waren die van de Timoeriden en natuurlijk de Ottomanen. Kunst en architectuur werden door de heersers gebruikt om hun mach tige positie te legitimeren.

De tentoonstelling is alles behalve gemakzuchtig in het tonen van de Ottomaanse schatten, al is het zwaard van Suleyman de Grote – de Britten noemden hem, met een combinatie van bewondering en angst, «The Magnificent» – de heerser wiens offensief in Europa eindigde voor de poorten van Wenen. De samenstellers proberen vooral te laten zien hoe ge makkelijk de Turken, geboren han delaren, zich andere culturen en religies in het verleden hebben eigengemaakt, met de adoptie van de islam in de tiende eeuw als cruciale gebeurtenis.

Dezelfde toon is hoorbaar in de Nieuwe Kerk te Amsterdam, waar Marokko door haar ministerie van Cultuur als multicultureel mirakel wordt gepresenteerd. De di recte aanleiding is de vierhonderd jaar oude vriendschapsband tussen beide landen, die elkaar vonden in hun strijd tegen Spanje. En om de vriendschap te laten voortbestaan is op de kaart in de catalogus de Westelijke Sahara alsnog toebedeeld aan het rijk van Zijne Koninklijke Hoogheid Mohammed VI.

Maar de hoofdzaak is dat de tentoonstelling na 11 september en de moord op Theo van Gogh ook een politieke lading heeft gekregen. Het beeld van Marokko was hard toe aan een opknapbeurt. Niet het parlement, maar het museum, of in dit geval een kerk, blijkt daarvoor de aangewezen locatie. Dat de nadruk vooral ligt op de Berbers (een term die via het Grieks is afgeleid van «Barbaren»; zelf noemden ze zich liever «vrije mensen») heeft niet te maken met de achtergrond van de Marokkaanse gemeenschap hier te lande, maar met het feit dat de Berber-cultuur van oudsher de dominante cultuur is. En aanvankelijk niet-islamitisch. Vanwege de ligging was het in de streek die we thans als Marokko aanduiden een komen en gaan van volkeren, va riërend van Romeinen en Duitse Vandalen tot de Arabieren uit Jemen, welke laatste rond de zevende eeuw de islam introduceerden in Marokko, dat tot dan toe voornamelijk christelijk en joods was. Het nieuwe geloof bleek een doorslaggevend succes, vooral dankzij een «formidabel aanpassingsvermogen» dat, zo staat het in de catalogus, juist open staat voor autochtone tradities. Deze bewering kan leiden tot de vraag of dit ook opgaat voor het huidige Nederland, waar ook de minder pragmatische kanten van de islam zichtbaar zijn.

De nadruk van de tentoonstelling ligt echter niet op religie in enge zin, maar op de dagelijkse gebruiken, de sociale tradities, de versierde voorwerpen, de ambachtelijkheid. Iets om trots op te zijn, maar ook iets waar Nederland helaas te weinig van terugziet, of terug wil zien. Is de Marokkaanse gemeenschap hier soms aangestoken door het nationale gezelschapspel dat «Uitverkoop van de Beschaving» is gaan heten? Tijdens een van de debatavonden bij deze tentoonstelling werd er ten faveure van democratie en integratie gepleit voor meer Marokkaanse politici, maar het zou wellicht nuttiger zijn om te pleiten voor meer Marokkaanse ambachtslieden («artisans»), schrij vers, schilders, zangers en, ja ook, voetballers.

Niet alleen deze tentoonstelling maar ook het Rotterdamse Marokko: kunst & design 2005 kan daarbij dienen als Operatie Zelfvertrouwen. Daar laten, voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis, 21 moderne Marokkaanse schilders, (mode)ontwerpers, videokunstenaars, fotografen en een beeldhouwer hun werk zien, en daarmee een andere kant van Marokko. Het is geen toeval dat deze kunstenaars, op een paar na, afkomstig zijn uit Casablanca, Marrakesj en de hoofdstad Rabat, plaatsen die meer met de westerse cultuur gemeen hebben dan de plaatsen in het Rif-gebergte waar «onze» Marokkanen vandaan komen. Het streven moet een expositie zijn met het verzameld werk van Nedermarokkaanse kunstenaars uit Spangen, Kanaleneiland en Overtoomse Veld.

Turks: A Journey of a Thousand Years (600-1600)

Royal Academy of Art in Londen

Tot en met 12 april

Marokko: 5000 jaar cultuur

Nieuwe Kerk in Amsterdam

Tot en met 17 april

Marokko: kunst & design 2005

Wereldmuseum Rotterdam

Tot en met 5 maart 2006