Georg Baselitz, Birnbaum (1.Gruppe) – A, 1978 © Friedrich Rosenstiel, Köln / © Georg Baselitz
Bij Sol LeWitt blijft het hoekige beeld, denkbaar, nog bestaan

Vanaf de vroege herfst van 1976 ben ik Georg Baselitz gaan bezoeken. Eerder dat jaar hadden we elkaar in Bern gezien in de Kunsthalle waar een tentoonstelling was gemaakt. Dat was een eerste ontmoeting geweest. De tentoonstelling in Bern was een glashelder overzicht. Mijn houding tegenover zijn schilderkunst was een tijd aarzelend en onzeker geweest. Hier en daar, voornamelijk in Keulen, had ik eerder werk van hem gezien. Dat was streng van toon. Rond van kleur, compact van vorm, de figuratie eigenzinnig en dwars, het handschrift hevig, oppervlakte zwaar van verf. Zo had ik de schilderijen toen in herinnering. Bij schilderkunst had ik meer voorkeur voor een zachter handschrift, naar poederwitte reliëfschilderijen van Jan Schoonhoven, vierkante modellen van Sol LeWitt, of witte vormvlakken van Ad Dekkers. Alles in de buurt van Mondriaan. Dat was kunst waarin ik feilloos thuis was. Die voorkeur bepaalde veel. Kunst van de andere kant zag ik makkelijk over het hoofd.

Maar nu was ik sinds kort museumdirecteur. Ik moest meer aandacht hebben voor de breedte van de kunst. Mijn eigen smaak en voorkeur waren een persoonlijke hebbelijkheid. Ik moest anders gaan kijken. Toen zag ik, of dacht te zien, dat schilderijen van Baselitz geen stilistische variant waren van kleurrijk Duits expressionisme. Eerder waren het weloverwogen constructies van schilderijen waar tegelijk, in het handschrift, expressieve kleurgeving en zware verf een bijzondere rol speelden. Wat ik ook zag waren dwarse vormconstructies als in de assemblages van Kurt Schwitters. Er zat in die assemblages ook veel strakke kleur en hoekige abstractie.

Georg Baselitz, Birnbaum (1.Gruppe) - B, 1978 © Friedrich Rosenstiel, Köln / © Georg Baselitz

De tentoonstelling in Bern, die een samenvatting was van Baselitz, verhelderde mij het beeld van de kunstenaar. Ik was ook komen kijken omdat die door mijn collega Gachnang daar was gemaakt. Hij kende Baselitz al langer. Hij leerde mij het werk beter kennen. Daar in Bern bedacht ik ook in Eindhoven een tentoonstelling te maken. Die moest streng zijn. Naast onze kunst die we gewend waren, werd het tijd voor meer tegenspraak in het museum. Ik heb dat ook Baselitz toen zo gezegd. Zo raakten wij in gesprek. Al gauw ging dat over de rol van het motief in een schilderkunstige verbeelding. Kunst zelf is streng. Elk schilderij, figuratief of abstract, begint met een motief. Dat zei Baselitz. Een motief, laten we zeggen, is een vormbeweging of een beweging van kleur die een schilderij op gang zet. Als een toon of een melodie is het. Voor de gesprekken ging ik naar de stille omgeving van groene bossen in Derneburg waar hij woonde. Daar zaten we in het atelier dicht bij waar schilderijen daadwerkelijk gemaakt werden. Als je over schilderijen spreekt, moet je er tegelijk ook naar kijken. We zagen dan veel verschillen in hoe motieven worden behandeld. Zo kwamen wij erop dat hij een jaar lang schilderijen zou maken, een jaar lang strenge omgang met zijn motieven. Dat leerstuk zou onze tentoonstelling worden.

Sol LeWitt, Incomplete Open Cube, 8/10, 1974 © Collectie Herbert Foundation, Gent

Toen wij spraken liep er in Eindhoven een tentoonstelling van de Incomplete Open Cubes van Sol LeWitt. Het was de versie van 122 kleine modellen die op een grote tafel stonden opgesteld. Als volgt: een kubus zijn zes kanten en twaalf ribben. Een open kubus is de vierhoekige transparante vorm daarvan, alleen door zijn ribben gedefinieerd. Intussen kun je ribben weglaten. Het hoekige beeld blijft dan, denkbaar, nog bestaan. Dat is het programma waarmee Sol LeWitt, stap voor stap, zijn operaties uitvoert. Minimaal zijn drie ribben nodig: twee liggend, de derde staand. Dat is een slanke vorm van het beeld. Als voorbeeld hier staat een grotere versie afgebeeld: van acht ribben, vier afwezig. Het principe van dat beeld is hetzelfde als alle andere. Het is wel omvangrijker. Het geometrisch motief werd door LeWitt in alle programmatische variaties gebruikt en uitgevoerd in wit gemoffeld metaal. Deze reeks was nu precies een andere kunst dan die Baselitz zich voorstelde. In onze tentoonstelling bijvoorbeeld verwerkte hij het motief van een grillig vertakte perenboom. In het schilderij Birnbaum is het verloop van lijnen en takken wonderlijk vergelijkbaar. Hij schilderde drie groeperingen van telkens vier schilderijen. Het was dezelfde boom uit een tuin. Ik heb een foto gezien die hij gebruikte. In alle twaalf schilderijen keert het motief, de gestalte van de boom, als beeldkern terug. Dat wil zeggen, het keert terug op de wijze van het schilderen, met variaties dus. Afgebeeld hier zijn van Birnbaum I de eerste twee schilderijen. Het eerste is een lichtgrijs silhouet van takken in een licht van rood, helder als ochtendgloren. In het andere is dezelfde boom eerst steviger en zwart. We zien het tegen een reflectie, een dubbelbeeld, van helder blauw, verder het donkere bruin van dieper in de tuin. Het schilderen bij Baselitz is melodisch van toon. Ook zit het schilderen vol met nerveuze beweeglijkheid van handschrift. Dat is ook deel van het motief.