Takkenwerk

Richard Wood maakt zijn houten cirkels niet zelf. Hij geeft aan hoe hij het hebben wil.

DE EERSTE KEER al dat Wood Circle van Richard Long in het Eindhovense museum werd vertoond, hebben we het daar zelf neergelegd. Eigenlijk was dat helemaal niet zo moeilijk. Maar ik herinner me discussies of zulke werken van gewone takken nog wel echt zijn als ze niet door de kunstenaar zijn geïnstalleerd - onder het toezicht van, zogezegd, zijn eigen gevoelige oog. Er waren ook werken die, voor wat betreft hun neerleggen, veel overzichtelijker waren. Sixty Stones dat bestaat uit zestig ruwe stukken zwerfsteen die op de vloer moeten liggen in de vorm van een rechthoekige zigzag waarvan elke slag of elk segment uit tien stenen moet bestaan. Zo heeft Long het voorzien en vormgegeven. Bij het werk hoort een getekende plattegrond met nauwkeurige instructies, door de kunstenaar eigenhandig in potlood uitgevoerd en gesigneerd. Daarin staat hoe de stenen op hun platste kant op de grond en met de smalste uiteinden tegen elkaar op een rechte lijn geplaatst moeten worden (als wybertjes): tien na elkaar en dan, na een rechte hoek, weer tien, enzovoort. Als je in de hoek van de zaal begint komt de hele zigzag mooi diagonaal door de ruimte te liggen. Het geheel meet dan gemiddeld ongeveer zeven maal vijf meter. Elk van de zestig stenen meet zo tussen de vijftien en twintig centimeter. Afhankelijk dus van de volgorde van de stenen kan in de zigzag de lengte per rij licht verschillen. Er is geen reden, wat in sommige musea schijnt te zijn gebeurd, de stenen aan de onderkant te nummeren. Wisselvalligheid zit in de natuur van het werk. In de instructies staat ook dat je de stenen gelijkmatig moet neerleggen: dan weer een grotere en zwaardere, dan weer een die lichter en slanker is. Daardoor ontstaat een afwisselende lijn min of meer vanzelf.
De belangrijkste aanwijzing in het certificaat voor Wood Circle is dat de takken in een omtrek van zeven meter doorsnede qua lengte en dikte met afwisseling moeten worden neergelegd en ook dat ze elkaar maar licht mogen raken. Storende restruimtes moeten vermeden worden. Het maken van zo'n cirkel is een langduriger werk, kan ik zeggen, dan het neerleggen van die stenen. Door de natuurlijke kromming van de boomtakken namelijk ontstaan er onvermijdelijk van die patronen die we in deze foto ook kunnen zien. Een soort gebogen driehoeken zijn het die dan met kortere takken moeten worden opgevuld. Hoe je de cirkel ook begint te leggen, die vorm met haar mooie verbuigingen komt er ongeveer altijd zo uit. Het werk heeft een goed herkenbare vorm, zelfs een handschrift - maar met het levendige principe van variaties.
De kunstpraktijk van Richard Long begint met lopen en, kort gezegd, het zichtbaar maken van geografische omstandigheden en ervaringen. (Ooit heette het land art.) Hij gebruikt landkaarten, fotografie en ook gevonden materialen. De vormen die gebruikt worden duiden, zoals een zigzag, beweging aan of, tijdens een wandeltocht, stilstand - zoals bijvoorbeeld deze cirkel. In de natuur worden materialen gebruikt die er voorhanden zijn: zwerfstenen of takken. Die worden neergelegd maar zijn daar ten gevolge van weersomstandigheden nauwelijks permanent. Vaak ook geeft de kunstenaar in zijn documentatie vaag aan waar een vorm zich bevindt. Ze zijn dus half anoniem; het zijn ook geen dingen die ontworpen zijn maar sporen van wat ergens is gebeurd - vormen die gegroeid zijn om tijdelijk te bestaan. Er zijn met voetstappen cirkels en lijnen op het strand gemaakt die na de volgende vloed alwaar verdwenen waren. Als dingen zo efemeer zijn is het niet vreemd dat Long, tegen mensen die bezorgd vroegen wat te doen als het hout zou verrotten, kon zeggen: ‘Any wood from any North European forest will do.’
Zijn collega Hamish Fulton, die ook lange voettochten maakt (vaak met Long samen), gebruikt vooral fotografie of beknopte woordbeelden om de zonderbare intensiteit van zijn waarneming vast te leggen. De berg Mount Thor werd gefotografeerd tijdens een zesdaagse tocht van zeventig mijl in de Canadese wildernis. Het is geen fraaie, scenische foto van een landschap. Ooit heeft de kunstenaar mij verteld dat de zware inspanning van het lopen zo moe maakt dat je alles anders gaat zien - dat wil zeggen, dat je alleen nog het echt wezenlijke ziet, zonder franje. De opname van de berg is smal en frontaal. Daarom zien we hem als een kale, harde wand - een blok onpeilbaar gewicht, zwaar op de rotsige voorgrond van nog meer grijze steen. In deze fotosculptuur zien we ook het ontzag van Fulton voor de berg - zoals we bij de cirkel van Richard Long gaan nadenken over alle geheimen van de natuur. Een klassieke vanitas.

PS De cirkel van Richard Long ligt deze dagen in het collectie-ensemble in het Van Abbemuseum in Eindhoven. In dezelfde zaal hangt ook een werk van Hamish Fulton, Sun Below the Horizon. Kijk eens aan