Toneelstuk, in Londen

Talking to terrorists

«Talking to terrorists is the only way to beat them», zegt een ex-politicus in de eerste scène van de gelijknamige toneelvoorstelling.
Daar wordt in Londen vandaag de dag iets anders over gedacht.

LONDEN – 21 juli. De Eurostar rijdt tegen half drie Waterloo Internatio nal binnen en er lijkt niks aan de hand. De drukte in de hal wijst evenwel op iets anders. Wachttijd voor de taxi’s: anderhalf uur. Een rij van zo’n 150 meter ongeduldige reizigers. Voor de ingang van de ondergrondse hangen roodwitte linten. Vriendelijke functionarissen spreken over een total close-down. Dat wordt wandelen naar het hotel, door een snikhete stad vol gierende sirenes. Op het grasveld naast de Jewel Tower en St. Margareth’s Chapel, recht tegenover de Houses of Parliament en de Big Ben, wacht een verslaggeefster van CNN ongeduldig tot haar came ramannen klaar zijn. Merkwaardige scène: een jongedame in mantelpakje onder drie felle spotlichten, terwijl de koperen ploert zijn stinkende best doet de City te bakken en braden. Ik arriveer in een panische stad anderhalf uur na vier (mislukte) aanslagen, twee weken na 07/07. Het baliepersoneel van het hotel reageert met stiff upper lip: «T’is a bit of a heavy day.» Zegt u dat wel.

Een klein etmaal Londen. Voor een toneelvoorstelling. Over terroristen. Er stond ergens een kort bericht over de productie die off-off-West-End, ver van het commerciële theaterhart van Londen, enkele dagen voor 07/07 in première is gegaan. Talking to Terrorists van schrijver Robin Soans en regisseur Max Stafford-Clark. Door de tien jaar geleden opgerichte toneelformatie Out of Joint. Die naam is een verwijzing naar een regel uit Hamlet (I, 5): «The time is out of joint. O cursed spite/ That ever I was born to set it right». Wat zoveel betekent als: de tijd is uit zijn voegen, verdomd noodlot dat ik hem recht moet buigen.

De groep speelt op Sloane Square, twee kilometer van het regeringscentrum. Een klein, druk plein waar vijf uur na de aanslagen de stad herademt. Afgeladen dubbeldekkers, kiosken met stapels Evening Standard. «My God, Not Again!» in chocoladeletters op de voorpagina. Zonovergoten, stikvolle terrassen rond Theatre Royal Court, waar al vijftig jaar spraakmakende, onafhankelijke toneelproducties worden gepresenteerd. Van de eerste stukken van Harold Pinter en Joe Orton tot nieuw werk van Caryl Churchill, Sarah Kane en Mark Ravenhill. Een kwart eeuw geleden zag ik hier de voorstelling Bent van Martin Sherman, over de vervolging van homo’s door het nazi-regime. Binnen de kortste keren stond die productie in een theater op Piccadilly Circus. Royal Court heeft in de Londense toneelwereld altijd de functie van springplank gehad. Maar het theater heeft zijn authenticiteit nooit verloochend. Nog steeds dat kleine, afgetrapte, lelijk gelambriseerde auditorium (omvang vergelijkbaar met de Amsterdamse Kleine Komedie of de Leidse Schouwburg).

Talking to Terrorists is een voorstelling waar in voornamelijk wordt ver haald en verteld, één-op-één, recht op het publiek. Er is geen sprake van de zogeheten vierde wand, we worden rechtstreeks geconfronteerd met verdachten, getuigen en slachtoffers van terrorisme. Op het kale speelvlak, omringd door be ton nen kolossen die vaak worden gebruikt voor roadblocks bij een calamiteit, staan een tafel en een stel stoelen. Acht acteurs spelen een kleine dertig personages, allemaal op de een of andere wijze betrokken bij terrorisme. Leden van de Koerdische PKK, de brigade van de Al Aqsa Martelaren of de IRA, leggen aan het publiek uit wat hen tot daden van extreem geweld dreef. Gijzelaars, politici en mensen die nipt aan terreurdaden ontsnapten vertellen hun verhaal. Aan de voorstelling is een jaar van research, schrijven en repeteren vooraf gegaan. Het materiaal, de scènes zijn al improviserend ontstaan op basis van een grote reeks interviews met (deels anonieme) betrokkenen. De makers bekennen zich tot de traditie van het zogeheten documentaire theater, toneel op basis van oral history, documenten, verslagen.

Dat oogt hier in het begin wat ongemakkelijk. Documentair verteltheater vereist een droge, casual stijl van acteren. Engelse acteurs – als ik mij deze generalisatie mag veroorloven – hebben de neiging om (zij het door middel van nonchalant tongue in cheek-spel) binnen die kale manier van toneelspelen toch iets van een ingeleefd personage op te bouwen, in character te gaan. In de openingsscène krijgen we daar meteen een pijnlijke demonstratie van. Een voormalige minister van Buitenlandse Zaken vertelt wat talking to terrorists ook letterlijk kan betekenen: onderhandelen. De vrouw ziet eruit als een kruising tussen Madeleine Allbright (de ex-BZ van Clinton) en Margaret Thatcher (ex-PM van Engeland). Op haar orgelende tóóóneeltoontjes klutst ze anekdotes over haar Ierse onderhandelaars moeiteloos door elkaar (Ian Paisley van de unionisten en Gerry Adams van de politieke tak van de IRA). Ik denk geschrokken: mijn God, help, het zal toch niet waar wezen: Brits studentencabaret! Inclusief ongevaarlijke snieren naar de huidige PM: «Tony seems to have learned nothing from history. If you want them to change their minds, you have to talk to them. They won’t do it very willingly because they don’t trust you, but yes, you have to talk to terrorists.» Na die zin gaat de actrice godzijdank snel af.

Wat volgt is de schakeling naar een boekwinkel in de moskee van Luton (de voorstad van Londen waar de vier bombers op 07/07 afscheid van elkaar namen en zich opsplitsten, op weg naar vier toekomstige brandhaarden). Hier vier moslims in heftige discussies. Vanaf dit moment wordt de toon van de voorstelling harder, veel harder. Verbaasder ook («Ik ging de gevangenis in als een idioot, ik kwam eruit als een moslim») en wanhopiger («In de moslimgemeenschap van Luton is één procent fanatiek, maar heel veel meer mensen luisteren naar die gekken»). Getuigenissen van terroristen (of potentiële bommenleggers) worden doorsneden met verklaringen van psychologen («this young bomber-adolescents have the illusion of immortality») of welzijnswerkers die wanhopig projecten bedenken om potentiële fanatici op het rechte spoor te houden.

Binnen een uur kantelt de voorstelling Talking to Terrorists in de hel van het angstige pandemonium (letterlijk: «alle boze geesten bij elkaar», «hels lawaai») waaraan Londen en heel Engeland zich nu spiegelen. De gekmakende ontdekking dat onder al die knuffelallochtonen uit Stephan Frears’ lieve, vrolijke Pakistani/hindoestani-speelfilm My Beautiful Laundrette (1985, godverdegodver, nog maar twintig jaar geleden!) youngsters schuilgaan die geïntegreerd leken, maar die razend en woedend bleken. «A huge part of what we call terrorism arises from no-listening», zegt een welzijnswerker. Een Oegandese vrouw, die als achtjarig meisje kindsoldaat werd in het Nationale Bevrijdingsleger van Oe ganda, vertelt dat ze meedeed aan moorden, martelingen, verminkingen. «Als kind al zag ik tientallen keren wat een volwassene eens in zijn leven te zien krijgt. Ik ben nu 28, soms voel ik me vijftien, soms ben ik tweehonderd jaar oud.»

Na de pauze wordt de voorstelling echt ve nijnig. Er komt een getuigenis voorbij die in Engeland is opgenomen op de conduitestaat van Tony Blair. Een voormalig Brits ambassadeur in Oezbekistan heeft ontdekt dat (overigens volledig waardeloze) informatie over trainingskampen van Al-Qaeda is verkregen door mid del van martelingen door Britse soldaten. Het levend koken van mensen, om precies te zijn. De huidige Engelse minister van Buitenlandse Zaken, Jack Straw, heeft er slapeloze nachten aan overgehouden. De ex-ambassadeur in de voorstelling: «De slaapgewoonten van Jack Straw lijken mij te verbleken bij het lot van mensen die levend worden gekookt. Anders gezegd: het laatste jaar van de ‹schurkenstaten› lijkt ook het laatste jaar te worden van een ‹krachtige maar rechtvaardige Britse regering›.» Ademloos publiek. Hier en daar applaudisseert iemand. Veel langer duurt de stilte als aan het eind van de voorstelling een Palestijns meisje treurt over de dood van haar vriend, per ongeluk getroffen door een Israëlische sluipschutter: «Toen ik de Twin Towers zag op televisie had ik medelijden met die mensen. Nu ben ik blij dat ze dood zijn. Het is hun beurt om te lijden. Ik kan duizenden van hen zien sterven en helemaal niks voelen.»

Talking to Terrorists doet een soms onhandige, soms scherpe poging om hedendaags terrorisme (gezien vanuit Engels perspectief) van heel veel kanten te beluisteren, te benaderen. Zonder antwoorden. Met wel erg weinig weerwoord (er komen geen Israëliërs of Amerikanen aan het woord). Wel veel vragen. Heel veel vragen.

Talking to Terrorists in het Royal Court Theatre Londen, t/m 6 augustus. Inlichtingen: 00-44-207 565 5000, www.royalcourttheatre. com