Tamboer

Toen ik nog een nieuwsgierige halfvolwassene was, haalde ik wel eens een pornoblaadje van de hoogste schappen bij de sigarenboer. Ik herinner me goedkope boekjes met gelijmde ruggen. Zodra je ze opensloeg, vielen ze uit elkaar. Terwijl het toch de bedoeling was dat je ze met één hand kon vasthouden.

Ik moest daar aan denken toen ik het jongste nummer van het literaire blad Mosselvocht ter hand nam, een nummer dat geheel gewijd is aan literaire pornografie. Onmiddellijk dwarrelden de bladzijden over de grond.
Nadat ik ze snel bij elkaar had geraapt, las ik zinnen als: ‘Groot geschapen… wat is groot? Ik wil de vitrine met de openbaringen van Johannes ontbraken niet.’ En: 'Ook Nietzsche en een apokrieve versie van mijn vingers verder naar binnen te zuigen, dieper, dieper.’
Ik begreep dat ik eerst de bladzijden weer in de goede volgorde moest leggen.
Ik begreep ook dat de schrijvers niet van de straat waren. Nietzsche en neuken - als dat geen literatuur is!
'Voorvocht’ heet dit speciale nummer ven Mosselvocht. En inderdaad: het komt te vroeg. De meeste medewerkers zijn nog niet aan publiceren toe. Maar daar mag ik niet over zeuren. Mosselvocht is immers juist bedoeld voor dat soort schrijvers.
Je kunt zeggen wat je wilt, maar enthousiast zijn ze. Ze leven zich uit, met kennelijk plezier. Maar mag ik even vragen welk idee over literaire porno erachter schuilgaat?
Geen idee, zo blijkt. Men fantaseert er maar zo'n beetje op los. Maar met seksuele fantasieën maak je wel porno maar geen literatuur. In literaire porno is de seksuele verbeelding zelfs van ondergeschikt belang. Ze moet de lezer vooral helpen de toestand van de hoofdpersoon aan den lijve te ervaren.
Maar 'Voorvocht’ doet mij niets aan den lijve ervaren.
Gelukkig maar dat de meeste verhalen weinig pretenties hebben. Op één na. Margherita Pasquini lijkt de enige te zijn die heeft nagedacht. Bij de presentatie van het tijdschrift ergens in de Amsterdamse Warmoesstraat zei ze dat Sades Juliette haar voorbeeld was. Ze schrijft over een gangsterliefje. 'Sonny haalde een joekel van een revolver tevoorschrijn. (…) Een seconde later voelde Norma het koude metaal in haar vulva op en neer gaan. Het uitsteeksel onder de loop bij de tamboer beet venijnig in haar grot-entrée maar moest tenslotte snorkelen, want dit was een deur, die al vaker ingeramd was en erachter heerste de Bermuda-driehoek.’
Wie er iets van snapt, mag het zeggen.
Literaire pornografie vereist, vind ik, optimale helderheid. Het klinkt misschien vreemd, maar literaire pornografie mag juist niets aan de verbeelding van de lezer overlaten.
Die helderheid trof ik in 'Voorvocht’ alleen aan in de bijdragen van Maria Negro en Marieke Groen. In de Warmoesstraat bleek dat een en dezelfde persoon te zijn. Dat verbaasde me niet. Beide verhalen hebben dezelfde frisse toon, dezelfde humor, dezelfde handigheid in het vertellen.
Het is me trouwens vaker opgevallen dat vrouwen, zodra ze porno gaan schrijven, heel fris, vrolijk en komisch gaan doen. Lydia Rood, Anne Vegter. En Marieke Groen. Is dat kenmerkend voor vrouwelijke literaire porno?