Toneel: Don Juan in het Amsterdamse Bos

Tandeloos bandeloos

Theater Het Amsterdamse Bos brengt dit jaar een eigen versie van de «duizend ‹Don Juans›» die in omloop zijn. De toeloop is zo groot dat er publiek moet worden weggestuurd.

Op de vlucht voor de Lul-In-Sok-Gay-Canal-Parade van Siep de Haan, te oud voor Dance Valley, en ternauwernood ontsnapt aan De Parade, belandde ik afgelopen weekend voor brood & spelen en ophef & vertier in het auditorium van het grootste podium van Nederland: het Openluchttheater in het Amsterdamse Bos. Regisseur en co-auteur Frances Sanders lichtte vooraf de dilemma’s toe die zouden ontstaan als het nu gratis toegankelijke Theater Het Amsterdamse Bos opeens entree zou gaan heffen. «Moet je voor een picknickmand ook een kaartje kopen?»

De picknickers waren dit keer dermate ruim en vroeg oververtegenwoordigd dat al een uur van tevoren potentiële toeschouwers moesten worden weggestuurd: het ruim tweeduizend plaatsen tellende theater was om half negen vol. Ik heb vanaf dat moment tot kwart voor twaalf gestaan. Wat me daar vaker is overkomen. En wat dit jaar niet meeviel. Er werd een nieuw stuk gespeeld, Don Juan, geschreven door Frances Sanders en haar dramaturg Martine Vosmaer.

De Don Juan-figuur duikt in 1630 voor het eerst op in de literatuur, in het toneelstuk van de Spaanse monnik Tirso de Molina, El burlador de Sevilla y Convidado de piedra («De verleider van Sevilla of De stenen tafelgenoot»). In deze «oerversie» van Don Juan «treedt alleen zijn schandelijk spel met vrouwenharten op de voorgrond», aldus de Duitse essayist Otto Rank in zijn Don Juan-opstel uit 1924. «Latere schrijvers», aldus Rank, «aan wie een dergelijk karakter kennelijk te grof en onmenselijk voorkwam, hebben het allengs op sentimentele wijze vervalst, doordat zij de liefde, ja zelfs het huwelijk introduceerden.» Tot die latere schrijvers hoorden Molière (wiens Don Juan of De stenen gast in 1665 verscheen), en Mozarts librettist Lorenzo da Ponte, die in 1787 het libretto schreef voor Don Giovanni. Deze bronnen — en meer — zijn door de auteurs van de nieuwe Don Juan voor de openlucht anno 2003 geraadpleegd en geplunderd.

Het nieuwe stuk kent drie delen. De minnaar, zich afspelend in Napels en op het eiland Terradura, met als belangrijkste veroveringen van de Don: prinses Isabella en de vissersdochter Zerlina; De moordenaar, te Sevilla, met als verovering de kolonelsdochter Elvira, en als voornaamste slachtoffer de kolonel zelf; De monnik, eveneens te Sevilla, met als verovering de moeder van Elvira, Anna, en als voornaamste slachtoffer uiteindelijk Don Juan zelf, die krachteloos ter helle zakt.

Door het her en der bijeen vergaren van plotjes en bijplotjes is deze nieuwe Don Juan een slap stuk geworden. Toegegeven, de oneliners gaan er bij het tweeduizendkoppige publiek in als Gods woord in een ouderling. Het is vet lachen als bij Don Juans knecht Leporello wordt geïnformeerd waar zijn meester zit en hij antwoordt: «Ik denk meneer niet dat hij zit.» En als Don Juan in het laatste bedrijf vraagt wat hij in een bordeel heeft te zoeken, antwoordt de hoerenmadam Celistina: «Dat is een vraag die maar weinig mannen stellen.» Tja. Zelf vermoed ik dat het duo Hein van der Heijden (Don Juan) en Ad Knippels (Leporello) meer waren gaan vlammen in Molières dialogen tussen de Don en zijn knecht Sganarelle. Rutger Le Pooles vloekend om zich heen meppende kolonel was meer dan goed voor ruim een dozijn lachsalvo’s, maar werkte op den duur toch vermoeiend. Evenals de talloze door Don Juan in zijn verbale verleidingsnetten verstrikte kirrende huppel trutjes — met de Zerlina van Gaby Milder overigens als welkome uitzondering.

Onder de verveling die mij overviel steekt — ik zal het niet verbergen — een sterke voorkeur voor Molières ijzersterke komedieplot en flitsende dialogen. Temeer daar in zijn Don Juan of De stenen gast een krachtig, vrouwelijk weerwoord op de kwadratuur van de verleiding rondloopt, in de persoon van Elvira. Dat moet ook Otto Rank in zijn eerder vermelde Don Juan-essay, waarin hij Molière beschuldigt van de verburgerlijking van de Don Juan-figuur, ruiterlijk toegeven. «Bij Molière is het de eerste keer dat Don Juan een zo trotse, verheven vrouwengestalte tegenover zich ziet.» De Elvira in de Bos-voorstelling (gespeeld door Eva van der Gucht) is daarbij vergeleken slechts een schim van dat fraaie personage.

«Onze voorkeur gaat uit naar verhalen uit de wereldliteratuur die van alle tijden zijn», schrijven Sanders & Vosmaer in hun voorwoord bij het tekstboek. «Daarom zijn Shakespeare en Brecht zo geschikt om hier te worden opgevoerd.» Shakespeare is de voorbije jaren razend populair geweest in het Openluchttheater tussen Bos- en Bulderbaan. Brecht is er bij mijn weten nog maar één keer gespeeld. Dit magnifieke podium schreeuwt om de eerste Hamlet, Macbeth of De storm in zijn bestaan. En wat te denken van Brechts Moeder Courage en haar kinderen of De goede mens van Sezuan in het Bos? Of de eerste openluchtversie van Edmond Rostands Cyrano de Bergerac? De diverse overheden zijn voor de zoveelste keer gewaarschuwd: als ze deze prachtige speelvloer, waar tienduizenden mensen in de zomer van toneel leren houden, opnieuw niet langjarig subsidiëren, dan wordt dit podium tussen Amstel en Schiphol op den duur veroordeeld tot avontuurloos vermaak. Met alle respect opgeschreven, deze Don Juan hoort daartoe. Bandeloos maar tandeloos.

Don Juan is t/m 30 augustus van dinsdag t/m zaterdag te zien in het Openluchttheater Amsterdamse Bos. Toegang gratis (er wordt na afloop op een prettig dwingende manier met de pet rond gegaan), aanvang 21.30 uur. Het verdient aanbeveling tussen 19.30 en 20.00 uur aanwezig te zijn. Na 20.30 uur loopt u de kans te worden teruggestuurd. Duur van de voorstelling: ongeveer twee uur. Bij twijfelachtig weer kunt u op de dag zelf bellen met 020-6433286 om te vragen of de voorstelling doorgaat.