Tandeloos verzet in Gambia

Banjul – Gambia, een slurfje land in West-Afrika op twee oevers van de gelijknamige rivier. Populaire (seks)toeristenbestemming. Eén buurland: Senegal. En één man aan de macht, sinds 1994: His Excellency The President Sheikh Professor Alhaji Doctor Yahya Abdul-Aziz Jemus Junkung Jammeh. Bekende uitspraak: ‘Wie tegen mij is, zal het berouwen ooit geboren te zijn.’

Geen loze woorden, de man heeft een genadeloze inlichtingendienst en een legertje of twee. Die zijn de baas en dat zal men weten ook. Langs de weg in het binnenlandse stadje Farafenni staat een kazerne. Wie daar langs wil moet wachten, ook al is er nergens verkeer. Wachten, net zo lang tot de soldaat voor de poort het genoeg vindt. Dan loopt hij naar de auto en geeft een klap op het raam. ‘Doorrijden’, gebaart hij. Zijn ogen zeggen: ik kan hier doen en laten wat ik wil. Met instemming van de baas, die vorig jaar nog negen mensen liet executeren omdat de beruchte Mile 2-gevangenis ‘te vol’ zou zitten. In 2001 liet hij veertien jonge demonstranten doodschieten op straat. De opdracht luidde: ‘Maak ze af, het tuig.’

Wat kun je daar nu tegen ondernemen? Die vraag bracht eerder dit jaar een groepje gemoedelijke mensen bij elkaar rond een vergadertafel en een overvloedige maaltijd. Plaats van handeling: de Senegalese hoofdstad Dakar. Een prominent aanvoerder van de nieuwe dissidentenbeweging is ex-minister van Buitenlandse Zaken dr. M.L. Sedat Jobe. Zijn taak: ‘Iedereen op één lijn krijgen voor de goede zaak.’ Daarnaast weidt Jobe gaarne uit over de hoogtepunten van zijn diplomatieke carrière.

Amy Diouf, Gambiaans journalist en ook uitgeweken, is sceptisch over de nieuwe dissidentenbeweging. ‘Als je zelf in een vuile regering hebt gezeten, word je er ook een beetje door besmet’, zegt ze. Hoe zit dat dan met Jammeh’s vroegere openbare aanklager en minister van Justitie (1998-2000), inmiddels hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof? Helaas: Diouf houdt zich over Fatou Bensouda zeer op de vlakte.

President Jammeh heeft ook nog een tweede legertje. Dat zijn ‘rebellen’ die regelmatig de grens oversteken naar de Zuid-Senegalese provincie Casamance en daar banken overvallen en mensen ontvoeren. Hij zei daar in juli dit over: ‘Ik kan niet helpen het probleem in Casamance op te lossen wanneer Senegal individuen herbergt die het op mij gemunt hebben.’

Keiharde chantage. Werkt het? Absoluut. De dissidenten mogen in Senegal eten en vergaderen. Meer niet.