Theater: De samoerai

Tanden op elkaar

Afgelopen week heeft een jonge Hagenaar onrust gezaaid door in de Residentie op de 75ste Jaardag van de Majesteit in de Grote Marktstraat met een samoerai-zwaard te zwaaien. Hij is, aldus Omroep West, op de laatste dag van januari om 16.37 uur met getrokken pistool gedwongen zijn zwaard te laten vallen en daarna voor verhoor ingesloten.

Wie zich afvraagt welk verhaal er schuilgaat achter dit persbericht kan tot vlak voor de troonswisseling terecht bij Mimetheatergroep Bambie, voor de laatste (nr. 17) uit hun gesubsidieerde leven, De samoerai. Die voorstelling gaat over drie verlopen Japanse krijgers die in een burcht hun stervende moeder beschermen. Ze kán ook gaan over drie broers uit de Grote Marktstraat te Den Haag, die reeds in hun kindertijd samoerai-riddertje speelden en daar nooit meer mee zijn opgehouden. Ook niet nu zij ombeurten mantelzorger zijn voor hun dementerende moeder. De oudste heet Jochem. Hij drinkt te veel. Maar hij oefent nog dagelijks moeilijke martiale loopjes over wankele meubels. Vroeger kon hij moeiteloos citeren uit het handboek van de samoerai-ridder (‘Moed betekent de tanden op elkaar’). Tegenwoordig heeft hij daar handgeschreven kaarten bij nodig. De middelste heet Ingejan. Hij heeft een mooie baan op een bank en hij doet besmuikt over hun oude hobby. Maar hij doet nog wel mee. Verder moet hij om onheldere redenen veel huilen en zich vermannen. De jongste heet Gerindo. Híj is vermoedelijk vorige week door Bureau Haaglanden ingerekend. Hij is ook het vervaarlijkst met het samoerai-zwaard vergroeid. Ook al is het van hout. En ook al draagt hij een foute sportbroek. In het hoofd van Gerindo lijkt de groei overigens ergens opgehouden. Ze vormen eigenlijk een ontzettend lief trio.

Op het moment dat de samoerai-ridders-tegen-wil-en-dank op het podium een ware bende hebben aangericht, schuift de voorwand van hun burcht als een shovel alles opzij, om in de heropening van de voorstelling plaats te maken voor de moeder. De performers Stavenuiter, Ligt­hart Schenk en Kartadinata krijgen versterking van een van de oermoeders van de Nederlandse mimespeelkunst, Klaske Bruinsma, van Bewth. Een kleine vrouw met de uitstraling van een bewegingsorkaan. In het spel met de adem, de buitenboordmotor van iedere performer, wordt de hilariteit van het eerste deel naar een spannend plan getrokken. Terwijl de rituele frivoliteiten (met bossen bloemen) unverfroren doorgaan. Het reusachtige bed wordt een glooiend landschap van Hokusai. Chaplin en Keaton ontmoeten Kabuki en Noh. En als Magere Hein te dichtbij komt, schilt Moeder Klaske nog eens een appeltje voor haar drie schatten.

Als de Bambies en hun regisseur Jetse Batelaan je weer eens hebben laten voelen hoe dichtbij lach en traan bij elkaar op schoot kunnen kruipen, wordt er uiteindelijk toch nog kamerbreed en ledikantdiep gestorven. De epiloog die de Bambies dan – na een laatste grote zwenking van de burchtwand – voor ons hebben bewaard, is van een godvergeten eenvoud en pracht. Moeder is afgelegd als Bunraku-pop. Haar drie zonen, nu niet meer optredend als samoerai-ridders maar als de ‘zwarte mannen’ in de Japanse poppenspelkunst, helpen haar te dansen naar het eeuwig podiumlicht van een alles verzengende schoonheid.


Bambie 17, De samoerai, is van 7 februari t/m 13 april overal in het land te zien. Inlichtingen en speellijsten bij Bureau Berbee culturele affaires. www.bureauberbee.nl