Tankreiniger richard cordes

‘NIEMAND KENT ONS werk. De mensen denken dat alles maar over elkaar heen geladen wordt. Ene product eruit, andere erin. Mooi niet. Als er olie in een tank heeft gezeten en de boel wordt niet gespoeld, dan hang je. Het is goed opletten en koppie d'r bij houden. Je mag geen fouten maken.

Als wij ermee stoppen, staat alles stil. Staan er dertig-, veertigduizend onbruikbare, vuile tankwagens. Fabrieken kunnen niet draaien. Niemand krijgt meer schone grondstoffen. En wat er met het voedsel gebeurt wilt u niet weten. Dierlijke vetten in uw biertje en erger. Als wíj iets verkeerd doen, vindt u straks iets in uw chocolaatje wat er niet in hoort.
We hebben best een grote verantwoordelijkheid. We spoelen ons dag in, dag uit een ongeluk zodat er weer een ander product in een schone tank kan. Maar zeg nou eerlijk, staat u daarbij stil?’
‘TANKREINIGING IS verplicht. Niemand kan er onderuit. Soms mag eenzelfde product eroverheen geladen worden. Bijvoorbeeld met vruchtensappen. Maar negenennegentig procent van de tanks moet gespoeld. De chauffeur moet ervoor tekenen dat zijn tank schoon is. De klant wil een certificaat zien, hè. Dat heet een “reinigingsattest”. Als dat zoek is, moet alles opnieuw. Da’s geen pretje. Kost bergen geld.
Als mensen vragen hoe dat nou eigenlijk gaat, tankreiniging, dan zeg ik: “Wij hangen een spuitkop in een vuile tankwagen. We typen iets in de computer en dan wordt de rotzooi er met veel water en kracht uitgeperst.” Meestal vertel ik er niet bij dat we soms zelf een tank in moeten om hem helemaal schoon te krijgen.
Het wordt vaak een enorme rotzooi, vooral als we met vet werken. We proberen het zo goed mogelijk schoon te houden. De vloer spuiten we na elke auto. We doen er zo'n veertig per dag. Eén keer per week borstelen we de hele hal met veel zeep.
We gebruiken waterstralen met een druk van honderd bar. Het water is vijfentachtig graden. Moet je niet op je lijf krijgen. Dat voelt als een kogel. In de tank hangen we een grote spuitkop waar heel fijne straaltjes uitkomen. Net snij-ijzers. Heb ik een keer in mijn been gekregen. Erg pijnlijk. Je kunt er brandblaren aan overhouden. Je moet echt oppassen als je op een tank loopt. Soms ontsnapt er een straal.’
'KAARSVET IS ellende. We spoelen het vrij vaak. Als het stolt, ben je zuur. Komt het in de goot, dan raken de leidingen verstopt. Alles wordt glad. Het blijft plakken onder je laarzen. Je krijgt het alleen weg met heel heet water of stoom. De grootste bende die je kunt bedenken. Maar ik hou wel van moeilijke producten.
We steken altijd eerst even onze kop in zo'n tank. Soms zegt de chauffeur dat-ie leeg is, terwijl er nog liters kaarsvet in drijven. Dan stomen we hem op tot honderd graden. Komt er bijna puur kaarsvet uit. Dat vangen we op in bakken. Dan gaat de tol erin. De kleine dingen doen we met de hand. Deksels, slangen, leidingen, vacuümventieldopjes, noem maar op. Daarmee ben je een half uurtje zoet. Dan hangen we de droger erin en controleren we hem. Is-ie goed schoon, dan leggen we het deksel op de knevel.
Da’s vaktaal, knevel. Heeft te maken met de wartels. Vleugelmoeren waarmee je de deksels vastdraait. Daar leggen we dus dat deksel op, zodat de tank niet sluit. Kan de damp eruit en droogt hij onderhand. De tank is van roestvrij staal. Wordt zo'n graadje of vijfentachtig. Dat wil wel drogen.’
'JE WORDT FLINK smerig van dit werk. Geeft niks, daar heb je een overall voor. Die moeten we vaak verschonen. Je kunt niet na een chemisch product lekker een chocoladetank gaan spoelen. Chemie en voeding zijn streng gescheiden. O wee als dat fout gaat.
Natuurlijk lopen we hier risico, maar dat heb je overal. Voeding is niet zo erg, maar in de chemie heb je veel troep. Je moet precies weten waar je mee bezig bent. Als we de gegevens over een stof in de computer stoppen, krijgen we een uitdraai met beschermende maatregelen die we moeten nemen. Mooi dat we ons daaraan houden. Sommige stoffen zijn ontzettend gevaarlijk. Het is wel lastig om weer eerst naar je kluisje te moeten lopen om je gasmasker te pakken, maar je kunt het maar beter doen. Als ik met uitzendkrachten werk die dit nog nooit gedaan hebben, krijgen ze minder gevaarlijke klusjes. Stel dat er wat misgaat. Dat wil ik niet op mijn geweten hebben.
Fosforzuur is ontzettend gevaarlijk. Als je een druppel op je been krijgt, brandt het erin. Krijg je het in je oog, dan word je blind. Je spoelt het omdat het moet, maar het is geen lolletje. Fenol is nog erger. Heb ik één keer gespoeld. Dat was wat mij betreft meteen de laatste keer. Eén drupje op je hand en je ligt onder de grond. Het dringt je lichaam binnen. Je mag het absoluut niet inademen. Speciaal pak aan, speciale handschoenen, gasmasker op. Kijk, ik vind dit leuk werk, maar spoelen met de dood in de ogen gaat wat ver.’
'ZE HEBBEN HET hier slim bekeken. Amsterdam Tankreiniging is een onderdeel van transportonderneming Van den Bosch. Hoeven we het reinigen van onze wagens niet uit te besteden. Tachtig procent van wat we hier spoelen, komt van buiten het bedrijf. Er werkt hier een mannetje of tien. We beginnen ’s morgens om zes uur tot drie uur ’s middags. De andere ploeg werkt vanaf één uur tot het werk klaar is. Soms tot vier uur ’s nachts.
Ik werk vooral met mijn broertje en mijn zwager. Je moet goed met elkaar kunnen opschieten. Als je een gasmasker draagt, ben je aangewezen op gebarentaal. Moet je zo'n ding op je kop, dan weet je dat er geen lekker product in de tank zit. Dan moet iedereen de hal uit. Eentje blijft achter het raam van het kantoortje staan om de boel in de gaten te houden. Je moet elkaar kunnen vertrouwen. Mijn broertje ken ik van haver tot gort. Dat werkt perfect. We praten veel over ons werk. We hebben het hier naar onze zin.
Ik ben een week geleden tweeëntwintig geworden. Mijn broertje is negentien. Ik doe dit werk al vanaf mijn zestiende. Ze noemen me “snoetje” omdat ik zo jong ben. Eén van mijn collega’s noemen ze “headbanger”. Omdat-ie overal zijn kop tegen stoot. Da’s normaal hier, bijnamen.
Toen ik hier net werkte haalden ze een geintje met me uit. Kregen we een tank vol dextrose. Wist ik veel wat dat was. Ze keken er nogal ernstig bij. Dus ik mijn pak aantrekken en dat bloedhete gasmasker op. Sta ik dik aangekleed boven op die tank, neemt er eentje een hap uit. Druivesuiker, verdomme. Nu ben ik tweede man. Als de voorman weg is, ben ik de baas. Míj fokken ze niet meer.
Hoe de chauffeurs met ons omgaan verschilt nogal. Als ze ons behandelen als schoonmakers, kunnen ze wat mij betreft opkrassen. Er moet respect zijn. Vooral Italianen, Polen en Spanjolen geven gedonder. Je verstaat geen woord van die lui. Hebben ze uren gewacht, komen ze met een Spaanse vrachtbrief. Kunnen we niets mee. Dan heb je écht mot.’
'NEOCRYL IS EEN rotproduct. Het is net melk, maar het hecht zich aan de wand. Vooral aan de kop en de kont. Dan moeten wij er dus in. Moeten we eerst een formulier tekenen. Dan wordt het zuurstofgehalte gemeten. Bij sommige producten gebruiken we stikstof. Als dat er nog in zit en je gaat die tank in, kom je er niet meer uit. Dat geef ik je op een briefje. Is al een paar keer misgegaan. Niet bij ons, gelukkig.
Zit er genoeg zuurstof in de tank, dan gaan we naar beneden. Met een pannensponsje en een flesje Jif. Lekker schuren. Er blijft er altijd eentje op de tank staan. We zitten aan een koord zodat-ie ons eruit kan trekken. Ik heb wel eens twee dagen in zo'n ding gezeten. Om het uur moet je er even uit. En dan weer verder.
Van binnen is het net een langwerpige theeketel. Weinig aparts aan. Je kunt er makkelijk in staan. Vaak kun je er zelfs in springen. Moet je wel uitkijken, want soms zitten er sproeiers aan de bovenkant. Daar kun je je kop gemeen aan stoten. Vraag maar aan Headbanger.
Vroeger vond ik het het best geinig om zo'n tank in te gaan. Toen was het maar één keer per week nodig. Maar neocryl wordt steeds meer gereden, dus nu is het elke dag raak. De lol gaat er dan wel af. Het is steeds hetzelfde en je wordt er hondsmoe van. Lamme armen, weinig lucht. Dat schuren is niemands hobby, maar het moet gebeuren. Stel je voor dat er daarna motorolie in komt en er blijven schilfertjes achter in die tank. Dan gaan er heel wat automotoren naar de knoppen.’
'SOMMIGE STOFFEN zijn geurloos. Neocryl ruik je niet. Maar dat zijn er niet veel. Ze moeten bij mij niet proberen iets op te geven wat niet in de tank zit. Ik kan precies ruiken om welk product het gaat. Als ik mijn kop in zo'n tank steek, weet ik precies wat ik voor mijn kiezen krijg. Soms stinkt het vreselijk, soms ruikt het lekker. Eén stof ruikt héérlijk. Een beetje als bitterkoekjes. Wel verneukeratief, het is supergiftige rotzooi. Maar die geur, écht waanzinnig.’