Veertig jaar na de Vondelstraat-rellen

Tanks tegen de woningnood

Op 3 maart 1980 werden pantserwagens en tanks afgestuurd op de barricades rond een gekraakt pand in de Vondelstraat in Amsterdam. Dat daarbij doden konden vallen, werd niet uitgesloten, blijkt uit onlangs opgedoken notulen van het overleg tussen Amsterdam en de regering.

Opruiming van barricades door tanks bij de krakersrellen in de Vondelstraat, Amsterdam, 3 maart 1980 © Nationaal Archief / Collectie Spaarnestad / ANP

Op vrijdagmiddag 29 februari 1980 bezetten krakers een pand op de hoek Eerste Constantijn Huygensstraat/Vondelstraat in Amsterdam. Het pand, eigendom van een beruchte speculant, was een week eerder gekraakt maar op last van de officier van justitie meteen ontruimd wegens huisvredebreuk, volgens de krakers onterecht. De krakers laten het er niet bij zitten en organiseren een tegenactie. Als afleidingsmanoeuvre vertrekt die vrijdag een demonstratie naar de burgemeesterswoning op de Herengracht, om te pleiten voor vrijlating van Nanda. Een week eerder is zij gearresteerd na een actie bij een opleidingsschool voor de Mobiele Eenheid (ME) met een verfspuitbus op zak. Ze weigert een verklaring af te leggen en zit nog altijd vast.

De demonstranten weten zich in de gaten gehouden door de politie die voor de zekerheid de ME achter de hand houdt. Als de stoet de burgemeesterswoning heeft bereikt, snelt van een andere kant van de stad een bezettingsploeg naar de Vondelstraat en herkraakt het pand. De demonstranten krijgen hierop het teken om naar de Vondelstraat te komen, om rugdekking te geven. De ME arriveert te laat en ze worden opgewacht door de krakers. Er volgt een heftige confrontatie, waarbij aan de kant van de politie 25 gewonden vallen. De ME druipt af, de Vondelvrijstaat is een feit.

De autoriteiten zien met lede ogen toe hoe diezelfde avond tussen de Van Baerlestraat en het kruispunt met de Overtoom honderden toegestroomde krakers en sympathisanten barricades opwerpen, soms een paar meter hoog. Het verkeer en het openbaar vervoer aan de zuidwestkant van de stad lopen volledig vast. Een dag later worden de barricades alsmaar hoger en komen er nieuwe bij, die steeds verder van het gekraakte pand af liggen, mede dankzij de hulp van de mensen die een kijkje komen nemen. De gemeente doet verwoede poging om met de krakers in gesprek te komen, maar die nemen hun besluiten strikt basis-democratisch, waardoor onderhandelingen tijdrovend zijn en chaotisch verlopen. De meesten hebben het overigens veel te druk voor vergaderingen. Elders in de Vondelstraat nemen ze de gelegenheid te baat om een andere louche onroerend-goedhandelaar de voet dwars te zetten: Klaas Bruinsma, ongekroonde koning van de illegale hasjhandel, beklaagt zich er bij de politie over dat de krakers zijn pand ‘compleet gesloopt hebben’.

Een afvaardiging van de fractievoorzitters uit de gemeenteraad die vrijdagavond een bemiddelingspoging komt doen, wordt weggehoond. De krakers vertrouwen het niet dat de gemeente opeens het pand van een speculant zou willen huren om er buitenlanders in op te vangen die in brandgevaarlijke pensions wonen. De toezegging dat ze in het pand kunnen blijven tot de opvang van start kan gaan, zien ze als een truc. Sowieso hoort de ene groep woningzoekenden niet tegen de andere te worden uitgespeeld, vinden ze. De krakers formuleren vervolgens drie eisen: het pand niet ontruimd, de ME terug in zijn hok en niet meer zichtbaar op straat, Nanda vrij omdat er geen enkel bewijs tegen haar geleverd is. Het zijn pragmatische en niet al te verregaande politieke eisen, typerend voor de kraakbeweging die nooit gestoeld is geweest op diepgaande ideologische maatschappijkritiek. Toch bestempelt burgemeester Wim Polak die zaterdag de situatie als ‘revolutionair’, blijkt uit de notulen van het beraad van de Amsterdamse driehoek met de regering in Den Haag die onlangs opdoken.

Het opwerpen van barricades is inderdaad geen alledaagse aangelegenheid. Daar komt bij dat ze worden verdedigd door, volgens waarnemingen van de autoriteiten, ‘vier- tot zeshonderd zeer gemotiveerde en zeer goed uitgeruste krakers’. Ze gaan bovendien ook nog eens ‘zeer professioneel te werk en zijn bewapend met ijzeren staven en kettingen, stenen, basalt en butaanflessen’, Bovendien gebruiken ze molotovcocktails waarvoor, aldus Polak, ‘vaten benzine worden aangevoerd’.

De situatie krijgt ook een revolutionair karakter doordat de gezagsdragers in Amsterdam twijfelen. En waar het gezag twijfelt, wankelt de macht. De autoriteiten willen de situatie vanwege de wegversperringen zo snel mogelijk beëindigen, maar kunnen, behalve hun wens om er onderhandelend uit te komen, slechts één oplossing bedenken om als overwinnaar uit de strijd te komen. Maar die oplossing heeft zulke verregaande gevolgen dat ze zich genoodzaakt voelen de zaak op een hoger niveau te bespreken.

Op zaterdagmiddag legt de Amsterdamse politie in een overleg met de burgemeester, de hoofdofficier van justitie, het Provinciaal Militair Commando en de Koninklijke Marechaussee een ontruimingsplan voor. Het is duidelijk dat men niet zomaar de ME over de barricades heen het pand kan laten bestormen. De verloren veldslag een dag eerder heeft in het korps de nodige sporen nagelaten. In het Amsterdamse plan zullen tanks de stormtroepen vervangen en eerst de barricades opzij schuiven. Hierna volgen pantserinfanterievoertuigen om de politie bij het pand af te zetten. In zo’n voertuig passen elf passagiers, naast de twee bestuurders. Er zal dus een omvangrijke colonne pantservoertuigen moeten worden aangerukt om genoeg politie in de buurt van het pand te krijgen.

Nadere beschouwing van militaire deskundigen leert echter dat het plan op deze manier onuitvoerbaar is. De tanks kunnen door de krakers gemakkelijk onschadelijk gemaakt worden. Tenminste als die ervan op de hoogte zijn dat zo’n machtige tank een aantal zwakke punten heeft, zoals een luchtinlaat. Voor de bemanning kunnen levensgevaarlijke situaties ontstaan als een molotovcocktail op of in de buurt van de luchtinlaat een tank treft. Een tank is nu eenmaal niet bedoeld om tussen actievoerders te manoeuvreren.

Ook de periscoop kan vrij eenvoudig witgekalkt worden, waardoor de tankbestuurder niets meer kan zien, met alle risico’s op overreden actievoerders van dien. Vanwege deze zwakke punten mag een tank nooit tot stilstand komen. In de straten van Amsterdam zijn verder de rupsbanden nog een zwakke schakel. Daar kan van alles in gestoken worden, wat de tank tot staan kan brengen. En met een gestrande tank, die tot nieuwe barricade omgebouwd wordt, is men nog veel verder huis. Brigade-generaal M.G. Woerlee, die zijn strepen verdiend heeft in Suriname en tijdens de Nederlandse Unifil-missie in Libanon, wordt incognito als verkenner achter de barricades gestuurd om poolshoogte te nemen. Hij ziet geen andere oplossing dan dat de legervoertuigen aan de flanken begeleid worden door bewapende infanteristen, die in noodgevallen, als er molotovcocktails gegooid worden, gericht moeten kunnen schieten.

H et beoogde vuurwapengebruik speelt in het Amsterdamse aanvalsplan een cruciale rol. Dit gaat echter de lokale beslissingsbevoegdheid te boven en daarom vraagt burgemeester Polak een beraad aan met de ministers Hans Wiegel (Binnenlandse Zaken), Job de Ruiter (Justitie) en Willem Scholten (Defensie). Aan het overleg nemen, behalve de ministers en hun hoogste ambtenaren en burgemeester Polak, ook de top van het Openbaar Ministerie en de Amsterdamse politie deel, evenals de commissaris van de koningin van Noord-Holland Roel de Wit en de chef-staf van de Koninklijke Marechaussee. Op zaterdagavond 1 maart schuiven om even over half negen 23 heren aan in een zaal op het ministerie van Binnenlandse Zaken in Den Haag. Alleen Wiegel is afwezig, minister van Justitie De Ruiter zal de vergadering daarom voorzitten.

Op tafel ligt de door Polak voorgestelde militair-strategische aanpak en de toestemming voor het vuurwapengebruik. Maar voor de vergadering daaraan toekomt, wil De Ruiter het hebben over het Amsterdamse beleid en de achtergronden van de crisissituatie. ‘We bevinden ons in een afschuwelijk dilemma’, opent De Wit de bespiegelingen. Want als er wordt opgetreden kan men niet terug. De autoriteiten moeten dan tot het einde toe doorzetten. Dat zou echter betekenen dat er vuurwapens gebruikt kunnen worden met mogelijk doden tot gevolg. Ook verwacht De Wit dat door het optreden zich niet alleen ‘complicaties’ zullen voordoen op 30 april tijdens de troonswisseling in het Paleis op de Dam, maar dat de kans ook aanwezig is dat er op politiek vlak ‘ongewenste co-incidentie’ plaatsvindt met andere vormen van sociale onrust. ‘Dit geeft mogelijk een proces van escalatie’ wat te allen tijde voorkomen moet worden.

De Wit duidt hier onder meer op de protesten van de fnv tegen het sociaal-economisch beleid van het kabinet-Van Agt. Deze zullen op dinsdag 4 maart een voorlopig hoogtepunt bereiken, als er overal in het land massale werkonderbrekingen plaatsvinden. In Amsterdam is die dag een grote demonstratie naar de Dam aangekondigd (die overigens na de gebeurtenissen in de Vondelstraat verboden en verplaatst werd, waarop fnv-bestuurder Herman Bode de verontwaardigde arbeiders toeriep: ‘Willen we naar de Dam, dan gaan we naar de Dam’!). In het licht van het mogelijke falen van de operatie en een verdere escalatie wordt de kernvraag voor de vergadering geherformuleerd: ‘Moeten we wel beginnen met optreden als vuurwapengeweld niet uitgesloten is.’

Verslaggeefster van Radio Stad aan het werk tijdens de Vondelstraat- acties © ANP
Om vijf uur werpt een helikopter waarschuwingen uit boven de krakers met de boodschap dat wie molotovcocktails gooit, wordt neergeschoten

Tijdens het crisisberaad loopt men vooruit op het mislukken van de onderhandelingen. De hoogste ambtenaar van Defensie, secretaris-generaal Gerard Peijnenburg, stelt dat dan niet alleen de barricades moeten worden opgeruimd, maar dat ook het pand dient te worden ontruimd. Maar het uitgangspunt voor beide gevallen is wat hem betreft ‘niet schieten’. Minister De Ruiter is het ermee eens ‘dat niet besloten moet worden er met dieper geweld op af te gaan’. Hij stelt dat ‘we er geen goed aan doen om een veldslag als in een oorlogssituatie op te roepen’.

Er gaan ook stemmen op het structureler aan te pakken. Het is immers wel duidelijk dat wanneer de situatie rond de Vondelstraat is opgelost er wel weer een ander pand door de krakers zal worden uitgezocht. Bovendien zitten de autoriteiten ook nog met de Groote Keijser in hun maag. Een door de rechter gelaste ontruiming van deze zes gekraakte panden op de Keizersgracht heeft de burgemeester enkele weken eerder niet doorgezet omdat de panden zo gebarricadeerd waren dat ze alleen met een enorme politiemacht en een gerede kans op een grote verstoring van de openbare orde ingenomen konden worden. Volgens minister De Ruiter leggen de krakers terecht een verband met de woningnood. Hij vindt dat ‘de maatschappelijke angel moet worden aangepakt’ en beaamt dat het probleem inderdaad structureel is. Dat roept bij secretaris-generaal van Justitie Leo Oranje de vraag op hoe de rest van de Amsterdammers er tegenover staat. Is het mogelijk dat er een tegenreactie ontstaat? Hij vraagt zich af of de bevolking de straat op kan gaan. ‘Kunnen we een revolte krijgen?’

Polak vindt het ‘uitermate verwonderlijk’ dat de acties in de Vondelstraat en in de Groote Keijser nauwelijks tot een reactie hebben geleid. ‘Er bestaat zelfs vrij veel begrip voor’, moet de burgemeester toegeven. Hij had verwacht met het afblazen van de ontruiming van de Groote Keijser een hoop kritiek over zich heen te krijgen, maar dat viel erg mee. Wel had hij een ‘de-escalatie’ verwacht en ook dat de aandacht van de krakers zou verslappen. ‘Maar dat gebeurt niet’, moet de burgemeester constateren. Polak wil er overigens ook niet ‘met groot fysiek geweld op af’, maar vraagt zich wel af waar de grens ligt. Er is een hoofdader van het verkeer afgesloten (de Overtoom) en dat kan niet weken blijven voortduren. Wel vraagt hij zich af wat de gevolgen zijn als men niet ingrijpt, al dan niet gewelddadig. ‘Rechteloosheid en wetteloosheid is nabij’, meldt de burgemeester.

Commissaris van de koningin De Wit meent dat ‘het evident is dat er een onderstroom van steun aan de acties is’. Hij heeft sterk het gevoel dat ‘wanneer een crash met vuurwapens plaatsvindt waarbij doden vallen dit niet te voorspellen reacties bij de burgerij geeft’. Hij memoreert het Palingoproer van 1886, toen Amsterdam ook de hulp van het leger inriep en er bij het tegengaan van volksvermaak in de Jordaan 26 mensen werden doodgeschoten. En in 1966 tijdens het Bouwvakkersoproer ‘hebben we’, volgens De Wit, destijds wethouder in Amsterdam, ‘langs de rand van de afgrond gelopen’. Na de plunderingen van het hoofdkantoor van De Telegraaf door boze bouwvakkers konden burgemeester Gijs van Hall en hoofdcommissaris Hendrik Jan van der Molen hun biezen pakken.

De autoriteiten zijn er gefrustreerd over dat de Binnenlandse Veiligheidsdienst (de voorloper van de aivd) nauwelijks met informatie komt. Men heeft geen idee ‘wie er als master-brein achter de acties zitten’. Wat wel vaststaat, is dat het om een harde kern gaat met wie men bij de Groote Keijser al kennis heeft kunnen maken. ‘Het enige wat ze willen’, verzucht De Wit, ‘is het uitvechten met de overheid’.

De volgende avond komt het gezelschap opnieuw bijeen, deze keer op Schiphol. Nu is minister van Binnenlandse Zaken Wiegel wel van de partij, hij treedt op als voorzitter. De onderhandelingen hebben nog geen enkel resultaat opgeleverd. In het pakket dat de krakers was aangeboden, wordt benadrukt dat de gemeenteraad over de toekomst van het gekraakte pand beslist en ‘tot die tijd is ontruiming van het pand niet aan de orde’. De krakers worden maandagmorgen uitgenodigd op het stadhuis om over die toekomst te komen praten. Aangezien het pand met rust gelaten wordt, moeten de gemeentelijke diensten dan wel al kunnen beginnen met het opruimen van de barricades. Wat de eis van vrijlating van Nanda betreft, zeggen de politieke partijen toe dat ze eraan werken.

Hoewel de krakers terughoudend reageren, zeggen ze toe de voorstellen onderling te bespreken. Dat kan echter wel even duren, maar als bewijs van goede wil wordt alvast op zondagavond het kruispunt op de Overtoom vrijgegeven, opdat de barricades opgeruimd kunnen worden en de tram er weer door kan. Polak blijft desalniettemin somber gestemd. Alle barricades moeten zo snel mogelijk weg.

De Amsterdamse politie heeft ondertussen een aanvalsplan voor de opruiming van de barricades gereed, waarbij het pand niet meer wordt ontruimd. Tanks vormen nog steeds het uitgangspunt. Ze krijgen op drie manieren dekking: de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten geeft mandekking, er komt een pantservoertuig met vijf scherpschutters die met karabijnvuur molotovwerpers moeten uitschakelen en een waterkanon zal de tanks nat houden en blussen als ze toch worden geraakt. Hierachter komen enkele pantservoertuigen van de marechaussee en de ME. In totaal zullen meer dan duizend manschappen bij de operatie betrokken zijn. Minister Scholten (Defensie) meldt nog dat de uitgebreide bijstand die verleend wordt door zijn departement ‘een ontregeling van de grensbewaking tot gevolg heeft’.

Omdat vuurwapengebruik niet helemaal kan worden uitgesloten, vraagt Wiegel uitdrukkelijk of de lokale bestuurders hiermee akkoord gaan. Polak geeft aan dat de operatie per se moet slagen en dat dit dan de consequentie is – maar alleen ter bescherming van de bemanningen van de tanks. Toch houdt Polak nog zijn bedenkingen. Hij acht het namelijk niet uitgesloten dat ‘de krakers niets doen om aldus de overheid belachelijk te maken’. Wiegel stelt hem gerust en zegt volledige steun toe van de regering als de burgemeester dit optreden noodzakelijk vindt.

Polak wordt van diverse kanten duidelijk gemaakt dat de gesprekken met de krakers op een goed moment moeten stoppen wil de uitvoering van de operatie niet in het gedrang komen. Secretaris-generaal Aat Vis van Binnenlandse Zaken drukt Polak op het hart dat ‘de actie alleen wordt afgelast bij doen van de zijde van de krakers en niet bij praten’. Met de geruststellende mededeling van Wiegel dat de machinegeweren op de pantservoertuigen niet zullen worden gebruikt, wordt het crisisberaad om 22.45 uur afgesloten.

Zondagavond laat zeggen de krakers in een persverklaring toe dat ze een gesprek over de toekomst van het pand niet afwijzen. Omdat ze het kruispunt op de Overtoom ook al hebben vrijgegeven, stemt dat velen hoopvol dat een vredelievende oplossing nabij is. Toch confronteert Polak de krakers midden in de nacht met de eis dat ze garanderen geen verzet te bieden bij de verwijdering van alle overige barricades door de gemeentediensten. Ze krijgen tot 4.00 uur de tijd om te antwoorden. De krakers kunnen en willen op dit ultimatum niet ingaan, op z’n vroegst aan het eind van de ochtend zijn ze in staat om een antwoord te geven. Het niet voldoen aan de voorwaarde is voor Polak het teken om de operatie in gang te zetten. Om vijf uur werpt een helikopter waarschuwingen uit boven de hoofden van de verzamelde krakers met de boodschap dat wie molotovcocktails gooit, wordt neergeschoten, dat het pand niet zal worden ontruimd en dat men maar beter van de barricades wegblijft: ‘De colonne – eenmaal in beweging – kan niet worden gestopt’. Als een van de tanks om zes uur door de eerste barricade breekt, is de klus binnen een paar uur geklaard. Op een enkeling na blijven de krakers weg van de tanks en de barricades. Er vallen geen doden, alleen enkele tientallen gewonden tijdens de ongeregeldheden die elders in de stad uitbreken.

Burgemeester Polak stelde zelf het ultimatum vast en riep zonder ruggespraak met de rest van het stadsbestuur de hulp van het leger in. Omdat men het risico op uitlekken zo klein mogelijk wilde houden, wist niemand in Amsterdam wat er precies op stapel stond. Het enige wat Polak aan de fractieleiders in de gemeenteraad en de commissie Openbare Orde kwijt wilde, was dat het ‘zwaar ingrijpen’ zou zijn. De tanks verschenen voor menigeen als een complete verrassing. Ze zorgden ervoor dat de trams weer konden rijden, maar dat was dan ook een van de weinige positieve resultaten van de militaire operatie. De gemeenteraad weigerde in een speciaal raadsdebat met een motie het optreden van Polak goed te keuren. De burgemeester wankelde maar mocht aanblijven.

Het is waarschijnlijk de enige keer geweest in de naoorlogse Nederlandse geschiedenis dat autoriteiten zich geconfronteerd zagen met een situatie die men ernstig genoeg achtte om haar ‘revolutionair’ te noemen. Men was zich maar al te goed bewust dat de overheid tegenover de woningnood weinig daadkrachtig optrad. De autoriteiten realiseerden zich dat een militaire operatie waarbij men compromisloos met vuurwapengebruik haar gezag zou laten gelden niet alleen de nodige slachtoffers zou opleveren, maar ook politieke zelfmoord betekende. Het ingrijpen kreeg daardoor een halfzachte uitwerking: wel de barricades opruimen, maar het pand, waar het uiteindelijk allemaal om begonnen was, ongemoeid laten. Het toch inzetten van tanks en pantserwagens om het conflict te beslechten was voor de autoriteiten vooral een poging om hun gezag overeind te houden.

Nanda werd diezelfde maandag nog vrijgelaten en het pand is niet ontruimd. Sterker nog, het pand werd korte tijd later aangekocht door de gemeente en geschikt gemaakt voor jongerenhuisvesting. Bij de krakers ging door het succes van de Vondelvrijstaat de geest uit de fles: verzet tegen de overheid werkt! Het overweldigende ingrijpen van het leger op 3 maart 1980 luidde de krakersrellen in die in Nederland nog jarenlang zouden plaatsvinden, om te beginnen tijdens de kroning van Beatrix op 30 april.