Tante leen

Afgelopen zaterdag is op het Johnny Jordaanplein te Amsterdam het beeld onthuld van volkszangeres Tante Leen. Op het eind van haar leven placht ze daar elke zondag langs te komen om het standbeeld van haar ‘schatje’ Johnny te groeten. Nu is ze er zelf vereeuwigd.

HELENA KOK-Polder werd op 28 januari 1912 geboren op de Lindengracht, een paar huizen naast de latere platenwinkel De Draaitafel en boven het Gruttertje, waar ze in puntzakken erwten en halve onsjes suiker verkochten. Later verhuisde ze naar de Willemsstraat.
‘Mijn vader stierf toen ik zeven was’, zei ze tegen Hanneke Groenteman in Het Parool. 'We waren met negen kinderen thuis en mijn moeder moest heel hard werken.’ Van de in totaal zestien kinderen waren er enkelen dood ter wereld gekomen. 'Anderen stierven heel jong aan stuipen, dat kwam toen veel voor.’ Leentje was de op een na jongste.
Voor haar verjaardag kreeg ze twee centen om schoenen te kopen op de Lindengracht. Twee verschillende. Of een lap stof, als Bruin het kon trekken. Haar enige ontspanning was zingen, maar muziekles heeft ze nooit gehad. 'Dat was vroeger niet in de gewone buurten. Mijn broer had een oude grammofoon. Dat was het enige.’ Reden om te feesten was er niet, want zo jong als ze was moest ze voor de kost garnalen pellen of op de markt staan. 'De kinderen voedden elkaar op en moeder zorgde voor ons allemaal. We hadden het arm, maar fijn thuis. We hadden een reuze lieve moeder, ze was visschoonmaakster.’
Freddie, haar zoon: 'Ze trouwde met Andries Kok, die bij de gemeente werkte en nadat ze tien of twaalf jaar getrouwd waren, werd hij gedeporteerd naar Duitsland om in Bremen te werken. Bij een bombardement door de Engelsen is hij omgekomen.’
Ze werd toen werkster en dweilde de vloeren van de Effectenbeurs. Dat was zwaar werk, maar het zingen was er niet minder om. Freddie: 'In 1946 ontmoette ze Bram Jansen. Hij kwam uit Amsterdam-Noord en was kraanmachinist bij de Gasfabriek. Samen werden ze zetbaas in cafe Concert Royal, Nieuwendijk 103, waar twee muzikanten werkten die later haar vaste begeleiders werden: accordeonist Jan Schallig en drummer Flip den Ouden. In 1947 ben ik geboren.’
Andere kinderen waren er niet.
OP 3 MAART 1955 deed Leen mee in de finale van het concours voor de Beste Stem van de Jordaan in Krasnapolsky, georganiseerd door His Master’s Voice. Peter Pols, huisvriend: 'Het personeel en de klanten van het cafe waar ze werkte wilden haar inschrijven, maar zij zei: “Ze zitten niet op mij te wachten met mijn schelvisstem en ik heb niet eens een behoorlijke jurk om aan te trekken.” Maar ze hebben haar opgegeven zonder dat ze het wist.’ Van de 103 deelnemers werd Johnny Jordaan eerste met 'De parel’ en zij tweede met het liedje 'Hand in hand’. Ze was drieenveertig jaar en van de ene dag op de andere beroemd in het hele land.
Freddie: 'Ik was acht jaar. Aan de ene kant was ik geweldig trots en blij voor haar, maar ik was ook geirriteerd en dacht: ze is toch van mij. Dat was ook zo, want na elk optreden kwam ze thuis. Het gaf niet hoe laat ze naar bed ging, maar om half acht stond het ontbijt klaar en als ik om twaalf uur uit school kwam, zat ze altijd op me te wachten. Ook ’s avonds aten we samen en daarna kwam mijn vader uit de zaak naar boven om te gaan eten.’
Ze kreeg een platencontract bij Bovema. Door het onbeschrijflijke succes van Johnny en Tante Leen werd Bovema een miljoenenbedrijf. Trouw en fideel als ze was zou ze Bovema haar hele leven niet verlaten, hoewel ze genoeg andere aanbiedingen kreeg. 'Bovema is goed voor mij geweest en ik vond het helemaal niet erg dat ze aan mij verdienden.’
Zij en Johnny vormden een uniek duo. Hij weet heel goed waarom ze zo geliefd is: 'Omdat ze de liefste schat ter wereld is.’ Tante Leen bewonderde Johnny en ze hadden dezelfde smaak: 'John heeft veel porselein en dat heb ik ook. Hij houdt van pluchen kleden en franjes en ik ook.’
Pols vertelt: 'Toen ze een keer in Brussel optraden - of zoals Tante Leen het noemde: werkten - zei Johnny tegen haar: “Er zitten me toch een stelletje snobs in de zaal, Tante Leen, ze praten alleen maar Frans.” Tante Leen stond te bibberen, ze was altijd zenuwachtig voor een optreden, maar Johnny zei: “Als het eerste nummer niet aanslaat, Tante Leen, gaan we meteen terug naar huis.” Nou, het hele balkon ging op en neer.’
In 1968 werd Tante Leen uitgenodigd om deel te nemen aan het Songfestival. Ze was ze buitengewoon vereerd ('Ik dacht: dat had mijn moeder mee moeten maken’), maar ze trok zich op het laatste moment terug. 'Ik heb nooit iets geleerd, ik ken geen muziek en geen Engels. Stel dat ik win, dat is wel leuk hoor, maar dan moet ik ook nog naar Engeland.’
'TUSSEN 1955 EN 1965 was haar glorietijd’, vertelt Freddie. 'Ze kreeg een gouden plaat, dat was toen nog voor 250 duizend stuks en dat in een tijd dat maar een op de drie huisgezinnen een pick-up had. Ze genoot ten volle van haar succes.’
In 1972, toen ze zestig jaar werd, antwoordde ze op de vraag van Hanneke Groenteman wat haar liefste wens was: 'Een goeie gezondheid en voor de rest ben ik gelukkig zoals ik nu ben. Met Ome Bram, mijn zoon Freddie en dat ik mijn kleinzoon Gaby voorspoedig mag zien opgroeien.’
In cafe Royal, dat Ome Bram en zij 1956 hadden gekocht, zong ze elke avond. Van heinde en verre kwamen de mensen om de 'Nachtegaal van de Willemsstraat’ te horen. Freddie: 'Thuis zong ze mee met platen van Vera Lynn, Johnny, Willy Alberti en later ook Koos Alberts. Nooit haar eigen liedjes, want dat was werk. Elke donderdagmiddag ging ze met mijn vader klaverjassen in cafe Verwoest op de hoek van het Rembrandt- en Thorbeckeplein. Daar kwam ik uit school naar toe en dan gingen we samen eten. In de Oesterbar of zo. En daarna meestal naar de bioscoop. Behalve als Ajax voor de Europa Cup uit speelde. Dan gingen ze mee.’
Peter Pols: 'Ze was hartstikke gek op autorijden en als zij en Ome Bram naar de caravan in Vinkeveen gingen, waar ze naast Fanny Blankers-Koen stonden, zat zij achter het stuur van de wagen. Ze kon aardig scheuren, de versnellingsbakken dreunden door de vloer.’
Joop Goos is de accordeonist die haar en Johnny de laatste jaren begeleidde: 'Tante Leen wilde, nadat ze haar cafe Royal op de Nieuwendijk eind 1975 sloot, graag op de Lindengracht in de nieuwbouw wonen, waar de Venco-dropfabriek had gestaan, maar ze ging naar de Heemstedestraat in West.’
Freddie: 'Mijn moeder had altijd gezegd dat ze zou stoppen op haar vijfenzestigste en wat ze zei, deed ze. Helaas waren mijn ouders geen lid van een woningbouwvereniging en mijn moeder wilde zich niet op de voorgrond dringen. Ze zei nooit iets kwaads over haar collega’s, want aan roddelen had ze een hekel. Ze was er nooit op uit om meer applaus te krijgen dan een ander en dus wilde ze ook niet voordringen op de lijst van het CBH.’
In 1983 kreeg ze de eremedaille in goud in de Orde van Oranje-Nassau.
HET OVERLIJDEN VAN haar man zou ze nooit te boven komen. Met Ome Bram had ze lief en leed gedeeld. Samen hadden ze Johan Cruijff zien komen en gaan, want Bram en zij waren 'in’ Ajax. Hij poetste het zilver en kookte, en dat hij af en toe een borreltje lustte, ach - in je eigen cafe kun je immers geen thee drinken. De enige nachten dat ze zonder elkaar hadden geslapen, was ze met Johnny.
Ze voelde zich moederziel alleen en diep in haar hart hoefde het voor haar niet meer. Natuurlijk, ze had haar Freddie en zijn Joke, haar schoondochter met wie het zo klikte dat het een echte dochter leek. En ze had haar kleinzoons Gaby en Donny. Maar jong hoort bij jong en oud bij oud.
Johnny overleed in 1989, maar gelukkig kreeg hij een standbeeld, waar ze elke zondag met Mike of Peter in haar rolstoel langsreed, voordat ze bij de Shorts of London ging zingen. Dan zei ze: 'Dag lieverd van me. Ik hield van je, schatje. Fijne vriend van me.’ Want zoals er maar een Johan Cruijff was, was er maar een Johnny Jordaan.
Peter Pols: 'In het ziekenhuis lag ze het liefst op een zaal met andere mensen en toen ze tachtig jaar was wilde ze in De Poort tussen de Jordaners zitten om samen liedjes mee te zingen.’
Freddie: 'Ze had altijd het boek van Koos Alberts in haar tas en als hij langskwam zei ze: “Ik heb in je boek gelezen.” Ze leende het onder geen beding uit.’
Ze stierf op 5 augustus 1992. Zoon Freddie dichtte: 'De Westertoren zal zachter slaan. Zij is niet meer, de koningin van de Jordaan.’
Bert Hiddema is auteur van de biografie van Johnny Jordaan, De zon schijnt voor iedereen, verschenen bij uitgeverij Mets.