Taslima nasrin

Ze wordt de ‘Bengaalse Salman Rushdie’ genoemd. De fundamentalistische mosliminquisitie heeft een prijs op haar hoofd gezet, vanwege de godslastering in haar boeken. Maar vooral omdat ze de ‘vrijheid van de vagina’ bepleit.

HET IS MEESTAL een slecht teken als een schrijver voorpaginanieuws is. Hoe vaak is de reden niet de dood, een rechtszaak, een schandaal? Als een schrijver maar vaak genoeg in de politieke kolommen van de krant opduikt, wordt hij van persoon van vlees en bloed een papieren personage. Zoals de Engelse schrijver Martin Amis direct na het uitroepen van de fatwa van ayatollah Khomeiny heel raak formuleerde: Salman Rushdie was tijdens de affaire naar de voorpagina’s verdwenen.
Rushdie is inmiddels een levende legende geworden. Zijn naam valt samen met de affaire waarin hij tegen wil en dank nog steeds is verwikkeld. Zijn naam is van een schrijversnaam de noemer van een maatschappelijke kwestie geworden, symbool van de barbaarse onderdrukking van de vrijheid van meningsuiting, trofee in de strijd tussen de westerse beschaving en het archaische moslimfundamentalisme. En al herkent hij zichzelf, naar eigen zeggen, niet in de ‘figuur die anderen hebben geconstrueerd en van mijn naam voorzien’, die figuur maakt wel deel uit van zijn leven, hij zit er mooi mee opgescheept.
Hoezeer Rushdie’s naam een klinkend etiket is geworden, blijkt uit 'het geval’ Taslima Nasrin: de vogelvrije dichteres wordt in de media steevast de 'Bengaalse Rushdie’ of de 'Salman Rushdie van Bangladesh’ genoemd. Zeker, er zijn treffende overeenkomsten: september vorig jaar spraken moslimfundamentalisten een fatwa over haar uit omdat zij zich schuldig zou hebben gemaakt aan godslastering. Zij loofden vijftigduizend taka’s, ongeveer 2500 gulden, uit voor degene die haar om het leven zou brengen. Het verschil is dat de doodstraf van Rushdie werd uitgesproken door de toenmalige geestelijke leider van Iran en werd ondersteund door de Iraanse regering, terwijl het vonnis over Taslima Nasrin is uitgeroepen door een tamelijk obscure organisatie van fanatieke Bengaalse moslimgeestelijken, de Raad van Soldaten van Islam. De Jamaat-i-Islami, met twintig parlementszetels de voornaamste fundamentalistische groepering in Bangladesh, heeft zich vooralsnog niet in het conflict gemengd. Khomeiny vonniste, de vinger als het ware op de remote control, een schrijver in een land ver weg; Taslima Nasrin wordt voornamelijk in eigen land bedreigd.
Maar hoe dan ook is een fatwa een gevaarlijke combinatie van middeleeuwse verkettering en de macht van de moderne media. En een ontoelaatbare vorm van terrorisme. De aangevoerde argumenten zijn altijd identiek: beschuldiging van smaad, misdaad, laster en ketterij - kortom, de argumenten van de inquisitie. Ook Taslima Nasrin is voor 'afvallige’ en 'verraadster’ uitgemaakt, 'verwerpelijker dan een prostituee’, en beschuldigd van blasfemie. Begin juni vaardigde de Bengaalse regering een arrestatiebevel uit: Nasrin had in een interview in een Indiase krant 'de religieuze gevoelens van moslims welbewust en met voorbedachte rade geschonden’.
Sindsdien is Nasrin ondergedoken en worden haar familieleden bedreigd.
TASLIMA NASRIN vindt zichzelf geen Salman Rushdie: 'Salman Rushdie schreef tegen de profeet Mohamed, terwijl ik vooral het lot van de vrouwen heb belicht.’ Het is haar stellige overtuiging dat de fundamentalisten religie louter gebruiken om hun eigen, financiele en seksuele, belangen te verdedigen. Met de koran in de hand worden vooral de vrouwen onderdrukt - vandaar dat Nasrin niet zoveel op heeft met het religieuze geschrift. In haar boeken - ze publiceerde zes romans, zes dichtbundels en drie essaybundels - en in haar veel gelezen krantecolumns eist zij onvermoeibaar rechten voor vrouwen op: dochters moeten evenveel erven als zonen; als mannen vier echtgenoten mogen hebben, moet dat vrouwen ook worden toegestaan; vrouwen moeten dezelfde bewegingsvrijheid en dezelfde opleidingsmogelijkheden krijgen als mannen.
Daarnaast wijst ze onverbloemd op de gruwelen die vrouwen worden aangedaan: overspelige echtgenotes worden nog steeds (of beter: weer) gestenigd en verbrand, binnen het huwelijk wordt volop verkracht, vrouwen die een dochter baren zijn maar al te vaak doodsbang voor verstoting. 'Ik zou graag een jongen kopen. (…) Een apetijtelijk ogende jongeman, nog maagd en met een behaarde borst. Ik zou graag een jongen kopen en hem mishandelen als ik daar zin in heb’, dicht ze provocerend, de werkelijkheid ironisch omdraaiend. Want fundamentalistische mannen zien vrouwen slechts als object, als de baarmoeder die hun tot gerief dient en hun zonen baart. Voor Maulana Azizul Haque, de geestelijk leider die haar executie eist, is met name haar ijveren voor 'vrijheid van de vagina’ een grove vorm van godslastering.
De prijs op Nasrins hoofd werd uitgeloofd vanwege haar novelle Lajja, 'Schaamte’, waarin zij de lotgevallen van een hindoefamilie uit Dhaka schetst in december 1992, na de verwoesting van de Indiase Babri-moskee door fanatieke hindoes. Het boek beschrijft hoe moslims in Bangladesh zich wreken op de hindoeminderheid in eigen land en hoe hindoevrouwen worden verkracht. Lajja riep niet alleen fundamentalistische agressie op, het werd ook verboden, hoewel het volgens Nasrin geheel op kranteberichten was gebaseerd. De ironie wil dat Nasrin na de fatwa en het verbod van het boek door hindoe-extremisten in India opeens tot heldin werd gebombardeerd. 'Ik ben tegen elke vorm van extremisme’, was haar commentaar.
DE SCHRIJFSTER woonde na het religieuze decreet acht maanden als een gevangene in haar flat in Dhaka. De overheid had haar paspoort al eerder in beslag genomen, waardoor ze het land niet uit kon. Tot overmaat van ramp vonden onder haar raam met grote regelmaat protestmarsen plaats, waarin duizenden moslims haar dood door ophanging eisten. Zowel de regering als de liberale oppositie lieten na zich van de extremistische woede te distantieren. En dat is, verklaarde Nasrin, een zorgwekkende ontwikkeling: uit angst gooit de regering het steeds vaker op een akkoordje met fundamentalisten. Was Bangladesh na de onafhankelijkheid in 1971 aanvankelijk een seculiere staat, de politiek probeert nu meer en meer de islam aan het land op te leggen. Zes jaar geleden werd de islam staatsgodsdienst, drie jaar geleden kwamen de fundamentalisten in het parlement.
Nu is Taslima Nasrin dan echt ondergedoken en heeft ze de internationale schrijversorganisatie Pen om hulp gevraagd: 'De fundamentalisten kunnen me ieder moment vermoorden.’ In een vraaggesprek met The Calcutta Statesman had Nasrin gesteld dat de koran 'grondig moet worden herzien’. Hoewel ze die gewraakte uitspraak later nuanceerde - ze had op de sharia, de islamitische wetgeving gedoeld en niet op het heilige boek zelf - bleef het arrestatiebevel van kracht. Inmiddels heeft ze, vlak voordat ze onderdook, een onverzoenlijk interview aan Der Spiegel gegeven, waarin ze unverfroren zegt dat de koran niet langer de basis van de wetgeving moet zijn: 'In moderne beschaafde landen worden religieuze boeken niet meer gebruikt. Die hebben immers al die tijd maar een doel gediend: de positie van mannen veiligstellen.’
DE IN 1962 GEBOREN Nasrin is zelf afkomstig uit een redelijk verlichte moslimfamilie. Als dochter van een arts mocht ze medicijnen studeren. Toch had ze al jong oog voor het verschil in opvoeding tussen haar en haar broers: in tegenstelling tot haar broers mocht zij alleen het huis verlaten om naar school te gaan; haar broers werden grootgebracht met het idee dat ze keuzen konden maken in de maatschappij, zij was voorbestemd voor een goed huwelijk.
En al jong ontdekte ze de onvolkomenheden van de koran. Want hoe kon het dat ze op school leerde dat de aarde om de zon draait en dat de koran verkondigt dat de aarde stil staat en op een berg rust? Haar ouders hadden daar geen antwoord op. Tijdens haar schooljaren kwam ze er ook achter dat vrouwen in de islam geen enkele rol speelden: 'Daarom besloot ik me van hun regels verder niets aan te trekken en werd ik atheist.’
Haar eigenzinnige leven - ze weigert de burqaa, de lange sluier te dragen en wil zich niet meer onderwerpen aan een echtgenoot - is onderwerp van roddel en boosaardige boekjes met titels als Taslima kent geen schaamte. Voordat ze het huwelijk afzwoor, was Nasrin drie keer getrouwd. Naast de Bengaalse Rushdie wordt ze dan ook de 'Bengaalse Elizabeth Taylor’ genoemd. Diplomaten fluisteren dat haar eerste man is bezweken aan haar feminisme, aan een 'langzame doodslag’.
Tot nog toe wist Taslima Nasrin zich tegen fatwa en roddel te wapenen, en wel met haar pen. Want in haar gevangenschap is ze blijven publiceren. Zoals Salman Rushdie schreef: 'De literatuur blijft zich verzetten tegen de tirannie - niet op een polemische manier, maar door haar autoriteit te ontkennen, door haar eigen weg te gaan, haar onafhankelijkheid verklarend.’ Dat is ook het enige wat een schrijver kan doen als hij of zij naar de voorpagina 'verdwijnt’: schrijven. En wij moeten niet alleen de kranteberichten over affaires lezen, maar ook de teksten zelf.