Taslima nasrin in de kantlijn

Is het toeval dat ze de afgelopen weken vrijwel tegelijk opdoken in de krantekolommen? Terwijl in grote artikelen wordt bericht dat de fatwa die ayatolla Khomeiny bijna tien jaar geleden heeft uitgeroepen over Salman Rushdie niet meer van kracht is, vermelden kleine stukjes in de kantlijn van de krant dat de jacht op Taslima Nasrin opnieuw is geopend. Na jaren van ballingschap is ze teruggekeerd naar Bangladesh om aan het ziekbed van haar stervende moeder te zitten. Opnieuw lopen honderden islamitische extremisten protesterend door de straten, opnieuw heeft een rechtbank haar arrestatie bevolen.

De ‘Bengaalse Rushdie’, zo werd de schrijfster vier jaar geleden genoemd toen een groepje obscure moslimfundamentalisten een fatwa over haar uitsprak omdat zij zich schuldig zou hebben gemaakt aan godslastering. Een fatwa en de vijandschap van fanatieke moslims, dat hebben Rushdie en Nasrin gemeen. Maar Rushdie is een Engelse schrijver die is vervloekt door een geestelijk leider van een ver land. Een vonnis met afstandsbediening, zo zou je kunnen zeggen. Nasrin daarentegen wordt vooral bedreigd in eigen land. Er kwam een prijs op Rushdies hoofd te staan vanwege een boek waarin hij de profeet Mohamed opvoert; Nasrin heeft de toorn vooral opgewekt met een interview in een krant.
Toen de fatwa over Rushdie werd uitgeroepen, formuleerde de Engelse schrijver Martin Amis heel raak: Salman Rushdie was door de affaire naar de voorpagina verdwenen. Zijn naam was van een schrijversnaam de noemer van een maatschappelijke kwestie geworden. Taslima Nasrin haalt de voorpagina’s niet. Haar lot is nieuws in het kielzog van het nieuws over Rushdie. Als de prijs op het hoofd van Rushdie inderdaad wordt ingetrokken, beraadt het internationale Rushdie-comité zich op opheffing. Misschien moet het comité dat niet doen en zich inzetten voor Nasrin. Opdat zij niet verdwijnt in berichtjes in de kantlijn van de krant.