Te erg

In veel opzichten is Het blauwe licht genadeloos. Het kiest fragmenten uit uitzendingen die je bewust ontweek omdat het je ‘te erg’ leek: wonden aan lichaam en geest, lijken; het gebrek aan integriteit waarmee die werden getoond; botheid van makers van trivialere tv-varianten. Soms zorgt de context niet voor verzachting, wel voor rechtvaardiging: ze zijn gezien en nu ook gewogen - manipulatie, smakeloosheid, schaamteloosheid. Schrale troost maar troost voor wie zich schaamtevol en smaakvol acht.

Soms is Het blauwe licht genadeloos voor panelleden. Niet omdat men de vloer aanveegt met elkaars analysen (hoewel dat voorkomt), maar omdat goed gekozen fragmenten kennelijk weinig kans geven op de vlakte te blijven: in no time ontvouwen zij zichzelf. Dat is een oprecht plezier waar je het gevoel krijgt met een medestander van doen te hebben, of met je meester(es) die ziet wat je zelf minder scherp zag, en zelfs waar je die (h)erkenning niet hebt maar inziet dat die ‘andere’ visie bestaansrecht heeft. Het levert satanisch plezier als je iemand niet moet - van tevoren of ter plekke vanwege het gedebiteerde. Schadenfreude is genadeloos.
Maar Het blauwe licht wordt onverdraaglijk waar ze er volslagen naast zitten - of liever, door de wijze waarop. Een tendens was dit seizoen dat de analyse niet zozeer tv-maker en methode betrof als wel de geportretteerde. Dat is tot je dienst als die Mladic of Karremans heet (wat doen wij thuis anders dan naast de beelden en hun context ook de acteurs beoordelen?), maar niet wanneer het een overlevende in Rwanda betreft in wier emoties niet wordt geloofd vanwege de wijze waarop ze die uit, of een bejaar de Rotterdammer die zegt de zorg voor zijn zieke vrouw niet langer aan te kunnen. Het gesprek over die laatste viel nauwelijks aan te horen. Hij en de maatschappelijk werkster die zijn vrouw trachtte te overreden professionele hulp te aanvaarden, werden in vereniging afgebrand. Genadeloos neergezet als laffige burgerman respectievelijk zalvende hulpverleenster. Nee, hij zou mijn vriend zijn en zij niet mijn ondersteunster, maar de arrogantie van jeugd, gezondheid en scherpzinnigheid liet geen ruimte voor ’s mans maar al te reële lijden.
Arrogantie is inmiddels keurmerk, methode en gimmick geworden. De wisselende gasten mogen het even proberen waarna Stephan minzaam uitlegt hoe het eigenlijk zit. Je ziet Anil Ramdas glimmen van voorpret wanneer zijn makker ademhaalt. Zijn plezier lijkt in drie zaken te schuilen: de kans op een zó gezochte duiding dat alleen lachen uitkomst biedt; de kans op een verbluffend originele en heldere analyse; en vriendschap - inderdaad een kostelijk goed. Stephan tekent wekelijks zijn zelfportret. IJdel, selectief luisterend, zoekend waar niemand zoekt - meestal oprecht, soms om het zoeken zelf. Maar zonder hem scheen het licht minder blauw. En nooit kan hij meer stuk vanwege aperte vijandigheid jegens 'mediapsychologe’ Konijn. Elk van haar analysen er mijlen naast. Moet kunnen. Tot een Albanese programmamaker zijn moeder confronteerde met een interview uit haar jeugd. Het ontbrekende geluid was door dove liplezers ingevuld: communistisch gruweljargon. De moeder kon het niet geloven. Konijn evenmin: dat moesten die doven wel verkeerd 'vertaald’ hebben. De CPN is dood, haar geest leeft in sommige ex-leden voort.