Te excentriek

Londen - Amerikaanse invloeden vormen zelden een verrijking voor de Engelse cultuur, of het nu gaat om grijze eekhoorns, Starbucks, lange werkweken, KFC of de kredietcrisis. Om over de verspreiding van Amerikaans idioom in het Engels maar niet te spreken. Echter, niets dreigt zo schadelijk te worden als de nieuwe editie van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Diseases. De Amerikaanse samenstellers van de gezaghebbende bloemlezing van psychische kwalen hebben de lat dermate laag gelegd dat excentriekelingen voortaan officieel gestoord zijn. Dat is tragisch, want er zijn weinig zaken waar de Engelsen zo bedreven in zijn als in lichtelijk gestoord gedrag.
Met name binnen de aristocratie is excentriciteit wijdverspreid, mede dankzij een vruchtbare combinatie van tijd, geld en ongevoeligheid voor andermans oordelen. Legendarisch was bijvoorbeeld de Vijfde Hertog van Portland die als kluizenaar leefde en zowel voor lunch als diner dagelijks geroosterde kippen at. Zijn bedienden voerden deze maaltijden via een ingenieus tunnelstelsel aan. De ondergrondse kamers waren roze geschilderd. Zeker zo gefascineerd door felle kleuren is de Zevende Markies van Bath, befaamd om zijn liefde voor de hippie-couture. Dat is niet de enige sixties-erfenis van de Anton Heijboer-achtige verschijning, wiens vrouw veertig jaar lang concurrentie heeft gehad van 73 wifelets, buitenvrouwen.
Iemand die de grenzen van de excentriciteit zijn hele leven heeft verkend was baronet Sir Hugh Rankin. Hij werkte op de dokken van Belfast, won zilver bij de All-Britain Sheep Judging Competition, was voorzitter van het Britse Moslimgenootschap, vice-voorzitter van de Boeddhistische Wereldorganisatie en vocht als communist voor de onafhankelijkheid van Schotland (‘behalve de Shetlands’). Waar de aristocratische zonderlingen uit de romans van Wodehouse lijken te zijn weggelopen, daar zouden sommige andere Engelsen niet misstaan in Fawlty Towers.
De kastelein Norman Balon bijvoorbeeld, een levende Soho-legende die jarenlang 'lelijke’ en 'saaie’ klanten uit zijn kunstenaarspub gooide, alsmede Amerikaanse toeristen die sandwiches bestelden. Zijn vakbroeder 'Kim’ de la Taste Tickell, gekleed als een achttiende-eeuwse landheer, foeterde graag op Zuid-Londense garagehouders, vredesdemonstranten en vrouwelijke arbeiders uit de plaatselijke kerstversieringfabriek.
Zowel Hugh Rankin als Kim de la Taste Tickell speelde een verdienstelijke rol tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat laatste is typerend. In oorlogsverhalen duiken regelmatig moedige paradijsvogels op. Zo is in het pas verschenen boek Danger UXB: The Heroic Story of the WWII Bomb Disposal Teams een hoofdrol weggelegd voor de Twintigste Graaf van Suffolk die, als altijd uitgedost als een veredelde zwerver, Duitse atoomgeheimen van Parijs naar Londen had weten te smokkelen. Hij kreeg de bijnaam Mad Jack. Gode zij dank was er indertijd geen Amerikaanse zielenknijper in de buurt om hem te behandelen.