Te goed

Op een bepaald moment in mijn leven kon ik klassevertegenwoordiger worden, maar de rector zei tegen mijn klas: ze is te goed. Jullie moeten iemand hebben die jullie beslissingen uitvoert, niet iemand die zelf beslissingen neemt.

Een aantal jaren later kon ik hoogleraar worden, maar de minister zei: nee, jou benoem ik niet. Jij bent gewend dingen zelf te bedenken. Ik moet iemand hebben die wetenschappelijke ideeen uitvoert en die mijn beleid uitdraagt.
Weer een tijdje later kon ik burgemeester worden, maar het toenmalige kabinet zei: nee, we hebben jou liever niet. Jij bent gewend de baas te zijn en te spelen, we hebben liever iemand die uitvoert en die al jaren in dat circuit zit.
Vervolgens stelde een formateur mij voor als minister in een kabinet. Nee, zei de lijsttrekker, haar stel ik niet voor aan de koningin. De koningin ziet liever een kabinet dat uitvoert en niet een kabinet waarin iemand zit die beslissingen wil nemen. Zij zit wel al jaren in de politiek, maar zij is toch niet slecht genoeg, zij is te goed.
Daarom heb ik nu alle begrip voor Ruud Lubbers. Het is mij ook al zo vaak overkomen: ik ben te goed. Ik ben geen uitvoerder, ik ben geen meeloper, ik ben gewend leiding te geven en beslissingen te nemen. Het is erg naar als je zoiets gebeurt. Wat moet je nou nog? Je bent te goed. Iedereen houdt van je, inclusief Kohl - die overigens tegen mij nog nooit bezwaar heeft opgeworpen - je wilt graag een baan, maar wat blijkt? Je bent te goed. Bidden schijnt ook niet meer te helpen.
We zijn er weer, zei Andriessen op de CDA-bijeenkomst, maar Ruud is slechts een dag weggeweest naar Washington. Hij is te goed!