Media

Te groot voor kennis

Een paar dagen geleden verscheen een nieuw boek van David Weinberger dat (opnieuw) de moeite van het overdenken waard is. Opnieuw, want Weinberger en zijn vrienden gooiden de knuppel al eerder in het hoenderhok - in 1999 onder meer met de Cluetrain Manifesto en in 2007 met Everything Is Miscellaneous.

Beide geschriften gaan over hetzelfde onderwerp als de meest recente publicatie: de manier waarop het internet onze wereld verandert en ons (on)vermogen daar adequaat op te reageren. In het beroemde manifest (‘the clue train stopped there four times a day for ten years and they never took delivery’) beweert Weinberger in 95 (!) stellingen dat het internet de markt voorgoed anders heeft gemaakt, in Everything Is Miscellaneous dat alle bekende classificatiesystemen, waaronder in de eerste plaats de als Dewey Decimal Classification bekend staande bibliotheekordening, hun waarde hebben verloren. In zijn nieuwe boek vervolgt hij dit spoor en stelt dat het bestaande kennisconcept door het internet volstrekt achterhaald wordt. Vandaar de fraaie en alleszeggende (onder)titel: Too Big to Know: Rethinking Knowledge Now That the Facts Aren’t the Facts, Experts Are Everywhere, and the Smartest Person in the Room Is the Room. Hoewel dit boek in Nederland nog niet verkrijgbaar is, is er op het net al zoveel over te lezen (zie bijvoorbeeld www.toobigtoknow.com) dat de inhoud geen geheim meer is.
Toen Francis Bacon zo'n vierhonderd jaar geleden beweerde dat ware kennis van de wereld gebaseerd was op verifieerbare feiten gooide hij het dominante denken volledig overhoop. Ware kennis was tot dat moment immers altijd van God gegeven en slechts bekend bij degenen die door hoofdletter Hem uitverkoren waren. Bacon verwees heel deze gedachte naar de fabeltjeskrant en veraardste c.q. democratiseerde kennis: eenieder die over voldoende feiten beschikte, kon tot ware kennis komen.
Dit nu is precies wat Weinberger c.s. aanvechten. We staan opnieuw op een keerpunt, beweren zij (vandaar dat getal 95 in hun eerste publicatie, het verwijst natuurlijk naar Luther), en moeten leren inzien dat door het internet feiten niet langer zijn wat ze lijken. Vandaar ook dat Too Big to Know begint met een variant van de beroemde uitspraak dat iedereen recht heeft op zijn eigen mening, maar dat de feiten gemeenschappelijk zijn: facts are sacred, comment is free in de korte samenvatting. Die tijd zou voorbij zijn. Om het in mijn woorden te zeggen. Net zoals middeleeuwers ervan overtuigd waren dat priesters wisten hoe de wereld in elkaar stak, zo geloofden wij tot voor kort dat we wat feiten betreft op wetenschappers konden vertrouwen. We lazen hun boeken, hoorden hun verhalen en vormden op basis daarvan al dan niet een eigen mening. Zelden echter twijfelden we aan hun feiten: de wetenschap was de kerk van de geest.
Die tijd is voorbij en in zoverre zijn recente affaires als die rond Stapel en Poldermans ook veelzeggend. Want al gingen zij vanzelfsprekend te ver, ze illustreerden wel de tendens waar ook Weinberger op wijst: dat we ons te meer dankzij internet realiseren dat de door de vertegenwoordigers van de wetenschap vermelde feiten minder hard zijn dan ze lijken. Voor dat besef hoef je niet eens de deur meer uit. Pak een boek, willekeurig, neem een passage en bekijk de daarin vermelde feiten. Ga naar internet, tik een paar van die feiten in en binnen afzienbare tijd blijkt dat het allemaal veel ingewikkelder is dan de persoon in kwestie stelt: tegenover zijn feiten staan zoveel tegenfeiten dat de uitkomst nauwelijks anders dan een vraagteken kan zijn. Om tot die conclusie te komen hoef je ook geen specialist te zijn, ja zelfs niets anders te doen dan de gehanteerde begrippen intikken. Doe je dat, dan zie je de wereld bij elke muisklik verder verpulveren. 2 + 2 is zonder twijfel 4, maar als je naar internet gaat en '2 plus 2 isn’t 4’ intikt, krijg je toch verrassend veel verwijzingen, niet alleen naar Orwells 1984 maar ook naar wiskundige wijsheden die althans ik maar zeer ten dele kan volgen.
'Networked knowledge may or may not be truer about the world’, stelt Weinberger aan het eind van zijn boek, 'but it is truer about knowing.’ Hij bedoelt: het is mogelijk dat we dankzij het internet meer of minder weten over de wereld maar één ding is zeker: we weten meer over ons weten, we weten beter hoe betrekkelijk het is. Zonder het nu meteen met zijn radicale conclusies eens te zijn, vind ik dat een mooie en verstandige uitspraak. Dit laatste geldt ook zijn andere, veel saaiere stelling dat we weten dat de wereld wat kennis betreft op z'n kop staat maar nog geen idee hebben wat de uitkomst hiervan zal zijn. De wereld is altijd te groot geweest voor onze kennis. Tegelijkertijd hebben we desondanks altijd geprobeerd zowel die wereld als de kennis daarover in kaart te brengen. Vermoedelijk heeft Weinberger gelijk: het wordt tijd voor een andere strategie.