Brouwer

Te grote oren

Heeft de regering-Bush in het kader van de «oorlog tegen terrorisme» besloten zonder rechterlijke volmacht burgers, journalisten en zelfs congresleden elektronisch af te luisteren? Lezers van James Bamfords intrigerende monografie The Puzzle Palace (1982) over ’s werelds geheimste geheime dienst, het National Security Agency (NSA), zullen niet verbaasd hebben gestaan toen The New York Times en andere kranten enkele weken geleden met dit bericht kwamen.

Politici zagen het bestaan van het NSA in 1998 formeel bevestigd in een rapport van een werkgroep van de Europese Commissie, het zogenaamde Scientific and Technological Options Assessment (Stoa), dat gewijd was aan de activiteiten van deze Amerikaanse afluisterdienst. Sindsdien is het een publiek geheim dat de Verenigde Staten samen met Groot-Brittannië, Canada, Nieuw-Zeeland en Australië stelselmatig alle telefoon-, telex-, fax- en e-mailverkeer in de wereld kunnen onderscheppen. Dankzij het verzamelen en vergelijken van gegevens uit het publieke domein wisten auteurs als Bamford (VS), Nicky Hager (Nieuw-Zeeland), Steve Wright (Groot-Brittannië) en David Banisar (VS) een min of meer duidelijk beeld te schetsen van de aard en werkwijze van de «grote oren» van Washington.

Het NSA maakt gebruik van een netwerk van satellieten, grondstations en computerverbindingen met de codenaam Echelon. Het NSA beheert dit netwerk vanuit zijn hoofdkwartier in Fort Meade, Virginia. Fort George G. Meade is eerder een volwaardige stad dan een militaire basis. Het beslaat 2300 hectare grond tussen Baltimore en Washington en beschikt over banken, postkantoren, kerken, sportvelden en bioscopen.

Het Echelon-systeem is niet alleen bestemd voor militaire doeleinden. Behalve criminelen, terroristen en politieke tegenstanders worden ook Europese politici, bedrijven, vakbonden en actiegroepen afgeluisterd, aldus het Stoa. Het systeem werkt als een elektronisch sleepnet. Het kan alle dataverkeer in een sector, alle berichten met bepaalde trefwoorden (zoals namen, telefoonnummers en IP-nummers van afzenders, maar ook politiek en cultureel beladen termen) en zelfs (dankzij stemherkenningsprogramma’s als Memex en Oratory) alle telefoongesprekken met bepaalde stemprofielen verzamelen, schiften en analyseren met behulp van krachtige computers.

De pan-Europese verontwaardiging die in 1998 losbarstte naar aanleiding van het Stoa was nogal hypocriet. Europese staten deden al jaren hun best het Amerikaanse voorbeeld te volgen. Op 17 januari 1995 onderschreven de Europese ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken per telex een «resolutie over de wettige onderschepping van berichten». Het stuk is niet in de Europese ministerraad besproken en evenmin voorgelegd aan het Europees Parlement of de nationale parlementen. De resolutie, die pas twee jaar later openbaar werd gemaakt, bevatte een opsomming van de vereisten voor producenten, dienstverleners en gebruikers van telecomapparatuur die vrijwel woordelijk overeenkomt met de requirements die de FBI des tijds hanteerde. Zo diende de overheid bij alle providers inzage te kunnen krijgen in alle telefoongesprekken en telex-, fax- of e-mailberichten alsmede alle gegevens over zenders en ontvangers. Op 25 november 1995 ondertekenden de Europese ministers bovendien een geheim «Memorandum van verstandhouding met derde landen» (de «Echelon-landen» alsmede alle Oeso-landen die bereid zijn de requirements te onderschrijven) om druk uit te oefenen op de ontwerpers van telecomnetwerken zodat hun producten «aftapbaar» blijven, teneinde te komen tot een «internationale onderscheppingsnorm» voor de hele branche.

Het Stoa citeerde de Amerikaanse privacy-expert en auteur David Banisar: «Datgene waarvan de Oost-Duitse geheime dienst alleen kon dromen, wordt in hoog tempo werkelijkheid in de vrije wereld.» De reusach tige armslag van moderne afluisterdiensten – hoe onvermijdelijk ook – staat op gespannen voet met de nationale veiligheid en vrijheid die zij moeten waarborgen. Het NSA is altijd een tweesnijdend zwaard ge weest. Het grootste nadeel van Echelon is waarschijnlijk van strategische aard: het systeem heeft de Amerikanen «lui» gemaakt. Ze gaven sinds de jaren zeventig de voorkeur aan elektronisch onderschepte berichten («signals intelligence») boven door mensenhanden verzamelde inlichtingen («human intelligence») met als gevolg dat ze momenteel in de Arabische wereld nauwelijks menselijke inlichtingenbronnen hebben.

Een ander nadeel is dat het NSA niet bestand is gebleken tegen politiek misbruik. Tijdens de hoorzittingen van de Church-commissie in de jaren zeventig bleek bijvoorbeeld dat president Nixon zijn politieke tegenstanders had laten afluisteren. In 1978 werd het afluisteren van Amerikanen op eigen grondgebied bij wet verboden; het NSA mocht alleen nog worden ingezet voor «buitenlandse spionage» en afluisteren mocht enkel met toestemming van een geheim hof, het Foreign Intelligence Surveillance Court (FISC). Het is deze wet die de regering-Bush nu naar eigen zeggen «uit nood» heeft overtreden.

Verzoeken om aftaptoestemming aan het FISC bleven te lang liggen, zei de president. De FBI, die de aanvragen doet, heeft echter nimmer te klagen gehad over gebrek aan medewerking van het FISC. Er lijkt iets an ders aan de hand. Vooralsnog lijkt het FISC te zijn om zeild in «enkele tientallen gevallen» en dat is niet veel, maar de aard van die gevallen kon wel eens zeer gevoelig zijn. Het behoort tot de taken van het NSA om toezicht te houden op de integriteit van de andere Amerikaanse inlichtingendiensten, hun externe activiteiten en contacten met politiek en media. Volgens inlichtingenexpert Wayne Madsen, die claimt goede contacten bij het NSA te hebben, zijn behalve kritische journalis ten als hijzelf ook leden van de Democratische oppositie in Huis en Senaat in opdracht van Bush afgetapt.