Beveiligingsmultinational G4S en de VVD-lobby

Te koop: openbare orde en veiligheid

De private veiligheidsbranche haalt steeds meer opdrachten binnen die voorheen door de overheid werden geregeld. En het zijn opvallend veel VVD’ers die de belangen van de beveiligingssector behartigen.

Als VVD-prominent Annemarie Jorritsma iets wil regelen, nodigt ze mensen bij haar thuis in Almere uit. De strakke bakstenen villa, een zogeheten kangoeroewoning voor de hele familie, heeft ze met haar dochters ontworpen en laten bouwen. En in deze woning heeft ze in 2012 als burgemeester van Almere vaak ‘opinieleiders’ over de vloer, om onder het genot van een hapje en een drankje te praten over ‘haar’ gemeente.

Zo vergapen landelijke verslaggevers van onder andere De Telegraaf, de NRC en de nos zich aan een portret van Mick Jagger aan haar muur. ‘Almere wil de stad van het experiment zijn’, vertelt de burgemeester terwijl de journalisten zich tegoed doen aan een lange tafel vol Marokkaanse lekkernijen, aangerukt door haar vaste cateraar.

Maar niet alleen journalisten frequenteren de kangoeroewoning. Ook ondernemers zijn van harte welkom. Zo ook de top van G4S, met ruim 540.000 werknemers de grootste beveiliger ter wereld. In 2012 verschijnt burgemeester Jorritsma in een reclamefilmpje van deze multinational. ‘G4S kwam op een brainstormavond bij mij thuis, met de gedachte “we moeten iets doen met camera’s”, en dan op een innovatieve manier.’

Een voice-over neemt het hier even over. ‘Het nieuwste wapen van G4S in de strijd tegen inbraak is een netwerk van beveiligingscamera’s.’ Het is een kolfje naar de hand van de burgemeester, al moet zij nog wel even de Algemene Plaatselijke Verordening (apv) wat aanpassen, want zomaar mensen filmen en die beelden bewaren mag niet in de openbare ruimte. Zeker niet als een privaat bedrijf dit doet.

Maar met Jorritsma is toestemming zo geregeld. ‘We balanceren op de grens van de wet’, zegt ze in de G4S-reclamespot. ‘We zoeken ook echt de grens van de wet op. Maar ik ben er echt van overtuigd dat dat ook moet.’

De molenaarsdochter uit de Achterhoek manifesteert zich als politieke cheerleader van deze zogeheten publiek-private samenwerking (een term die in zwang is) op het gebied van de openbare orde en veiligheid. De brainstormsessie bij de burgermoeder thuis blijkt uit te monden in een zeer lucratieve deal voor G4S. Het bedrijf mag niet alleen camera’s ophangen op bedrijventerreinen, ook levert het 55 buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) die surveilleren door de straten van Almere.

In een gezamenlijke folder bewieroken G4S en de gemeente elkaar en constateren tot eigen tevredenheid dat ‘men iets bijzonders heeft neergezet in publiek-privaat Nederland’. Als het de openbare orde en veiligheid betreft, wordt samenwerken met het bedrijfsleven dé politieke oplossing. Jorritsma predikt dit waar ze kan. Bijvoorbeeld op het vijftigjarige jubileum van Hoffmann Bedrijfsrecherche. ‘We nemen afscheid van de verzorgingsstaat waarbij de overheid alles dient te regelen’, zegt ze dan.

Als voorzitter van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (vng), de club die voor álle gemeenten spreekt, vormt zij de commissie-Jorritsma en maakt ze een rapport waarin wordt gepleit voor meer samenwerking met private partijen in gemeenten. Om het de lokale bestuurders wat makkelijker te maken dringt ze aan op een certificeringssysteem, zodat een gemeente een bedrijf vooraf niet meer zo intensief hoeft te toetsen.

Waar Jorritsma en G4S in 2012 nog ‘iets innovatiefs’ met camera’s bedachten, wordt vier jaar later, in 2016, een convenant getekend voor zogeheten sensing, simpel gezegd: het gebruik van sensoren (camera’s, bewegingsdetectie, lasers) bij de politie om boeven te vangen. Ard van der Steur, vvd-minister van Veiligheid en Justitie, tekent. Net als een andere vvd-prominent, oud-wethouder en oud-Kamerlid Laetitia Griffith, die voorzitter is van de Nederlandse Veiligheidsbranche.

Het departement, de politie en de private sector gaan intensiever samenwerken, meldt een bericht op het platform Security Management. Ze gaan camerabeelden en allerlei data uit andere sensoren delen. ‘Politie en beveiligers komen elkaar in hun dagelijkse werk tegen in het gebruik van sensing’, jubelt de vakpers, ‘en kunnen door hun gezamenlijke inspanning Nederland veiliger maken. Op deze manier wordt binnen de veiligheidsketen de kans om op heterdaad te betrappen groot.’

Over centen rept niemand. Maar dit is duidelijk een groeimarkt waarin heel veel valt te verdienen. ‘Het aantal sensoren neemt naar verwachting toe van vijf miljard naar vijftig miljard in vijf jaar’, voorspelt Emerce. ‘De sensoren worden goedkoper, breder toepasbaar, vaker gebruikt en kunnen ook steeds meer in netwerken functioneren.’

Drie jaar later, het is oktober 2019, glundert de Europese G4S-leider Graham Levinsohn op een podium in Rome. De Europese federatie van beveiligingsbedrijven (CoESS) bestaat dertig jaar en viert feest. De crème de la crème uit de Europese beveiligingswereld luistert naar Levinsohn. Hij ziet de toekomst zeer rooskleurig. ‘We hebben al miljoenen camera’s hangen die allemaal gigantische hoeveelheden data verzamelen.’ G4S en de andere bedrijven hebben goud in handen, want ‘die camera’s kunnen ons helpen trends in kaart te brengen en veiligheidsbehoeftes te voorspellen’.

Ook van de partij is Vinz van Es, de Nederlandse bestuursvoorzitter van G4S. Met in zijn kielzog vvd’er Ard van der Steur, de voormalig minister die een samenwerkingsconvenant sloot met de sector om informatie te delen. Tegenwoordig is hij voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche, diezelfde branche waarmee hij als minister afspraken maakte om méér data te gaan delen. Ook hij hoort de speech van G4S’er Levinsohn, die geen doekjes windt om zijn intenties: het ‘oogsten van data’ is topprioriteit voor het bedrijf.

Van der Steur vertelt op het jubileumcongres dat particuliere beveiligers in Nederland taken van de politie kunnen en moeten overnemen. ‘Zorg voor arrestanten, baliewerkzaamheden, het verwerken van aangiftes, het opstellen van meetapparatuur voor snelheidsmetingen van voertuigen, het uitvoeren van alcoholcontroles en dergelijke.’ Zijn toon is alarmistisch. ‘Nederland wordt geconfronteerd met ernstige vormen van zware criminaliteit, uitmondend in de gruwelijke moord op een strafrechtadvocaat, enkele weken geleden’, verwijzend naar de moord op Derk Wiersum, de raadsman van kroongetuige Nabil B. in het Marengo-proces.

De politie, vervolgt hij, kampt met ernstige tekorten. Hij laat daarbij voor het gemak weg dat hij als minister medeverantwoordelijk was voor een enorme bezuiniging van uiteindelijk ruim vijfhonderd miljoen euro bij diezelfde politie. Wel weet hij dé oplossing voor de tekorten. ‘Wij pleiten ervoor taken waarvoor geen gezagsbevoegdheden en bewapening nodig zijn uit te besteden aan particuliere beveiliging.’ Hij hamert op de noodzaak van het onderling uitwisselen van data tussen politie en beveiligers. Daarvoor moet de wet worden aangepast.

Met die bewuste Wet particuliere beveiligingsbedrijven en recherchebureaus was hij als verantwoordelijk bewindsman onbekend, laat hij weten op de site van BBN Beveiliging. ‘Maar inmiddels ken ik hem uit mijn hoofd.’ Bij zijn aantreden als voorzitter, in april 2019, zei Van der Steur dat hij als minister de branche niet echt hoefde te reguleren. ‘Ik hoefde niets in toom te houden.’

Enkele weken na het congres ontmoet Van der Steur een oude bekende (‘dat wordt gezellig’, schrijft hij in zijn blog): Fred Teeven, ook vvd’er en oud-staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Beide mannen kijken wat er voor de veiligheidssector in het Haagse geregeld kan worden. Want in de media presenteert de door de bonnetjesaffaire geplaagde Teeven zich als heel gewone buschauffeur in de regio Haarlem, die niets meer met Den Haag te maken wil hebben. Maar zijn ‘echte’ baan, waarmee de centen binnenkomen, is lobbyist.

‘We maken ons met z’n allen druk over de Chinese overheid die alles in de gaten houdt. Hier gebeurt ondertussen precies hetzelfde, maar dan over de band van het bedrijfsleven.Veel schimmiger’

Hij heeft een eigen recherche- en adviesbureau en lobbyt sinds eind maart 2019 voor de Vereniging Erkende Beveiligingsbedrijven (veb). Hij stelde zich daar tijdens de algemene ledenvergadering voor als een persoon die veel met beveiliging te maken heeft gehad. ‘Ik kan voor u de deuren openen en het woord voeren. Niet alleen over wetgeving trouwens. Als u gehoor wilt in politiek Den Haag zult u onderwerpen moeten agenderen. Daarbij is het wel handig als je mensen kent en die ken ik wel. In de politiek, ook bij vno-ncw en MKB-Nederland. Vergeet de Vereniging van Nederlandse Gemeenten niet. Als je daar een ingang hebt, hoef je niet naar alle gemeenten met je standpunten.’

Samen bereik je meer, vertelde hij ook. ‘Tijdens mijn politieke carrière heb ik mij altijd hard gemaakt voor betere samenwerking tussen publieke en private veiligheidsorganisaties. Ook was ik altijd voorstander van een betere informatie-uitwisseling tussen overheid en bedrijfsleven.’ Daarom moet de overheid de veb voortaan weten te vinden, wist Teeven. Als er behoefte is aan een advies over cameratoezicht, bijvoorbeeld. ‘Als de overheid het heeft over de bewaartermijn van beelden, mag u daar als sector best iets van vinden.’

In Nederland hangen honderdduizenden camera’s. Bij de politie zijn er in totaal 228.530 geregistreerd, blijkt uit cijfers die de techsite VPNGids.nl in december vorig jaar opvroeg. Dit is slechts een topje van de ijsberg, want het registreren van camera’s is niet verplicht. De politie vraagt dit wel aan particulieren en bedrijven, omdat dan na een mogelijk misdrijf sneller beelden kunnen worden gevonden. Het grootste deel van deze camera’s is van bedrijven en die staan meestal gericht op de openbare weg. Daar zijn strenge regels voor. ‘De Autoriteit Persoonsgegevens moet toezicht houden, maar de vraag is of dit adequaat gebeurt.’

De Groene Amsterdammer doet samen met het actualiteitenprogramma EenVandaag een grootschalig onderzoek naar privatisering van de gemeenten. Als het de regels rondom cameratoezicht betreft, zijn de eerste resultaten niet bemoedigend. De bewaartermijn van de beelden mag in beginsel niet langer bedragen dan strikt noodzakelijk, met een maximum van vier weken. Maar die termijnen zijn, aldus onze enquête, niet bij alle 355 gemeenten doorgedrongen. Het toezicht wordt vaak uitbesteed aan een bedrijf. Vaak bewaart de politie de beelden, maar soms ook niet. Zo bewaart de gemeente Veere de beelden drie dagen op een laptop, Schiedam houdt zich keurig aan de regels en hanteert 28 dagen, maar Twenterand houdt de beelden twee maanden vast. Omdat nogal wat gemeenten simpelweg niet willen antwoorden, loopt ons onderzoek nog en zullen we er later dit jaar op terugkomen. We kunnen al wel duidelijk stellen dat het uitbesteden van veiligheidstaken aan private partijen niet leidt tot grotere transparantie. Tientallen gemeenten willen ‘met het oog op veiligheid’ of ‘privacy’ geen enkele vraag beantwoorden over hoe cameratoezicht is geregeld: zelfs niet over de bewaartermijnen van camera’s gericht op de openbare weg.

Dit gaat over camera’s, maar er is dus ook nog zoiets als sensing, of vooral de data van sensoren (die eigenlijk alles registreren wat beweegt) die bedrijven, politie, Openbaar Ministerie en overheid makkelijker kunnen delen, dankzij het convenant dat oud-minister Van der Steur in 2016 tekende. Alleen werd dit convenant nooit officieel met de Tweede Kamer gedeeld. Na veel heen en weer mailen spreekt de voorlichter van Veiligheid en Justitie ineens van een ‘intentieverklaring’ en volstaat het persbericht. Ze verwijst daarbij naar twee berichtjes op websites van de beveiligingswereld.

‘Ik ben echt niet per se een tegenstander van publiek-private samenwerking op dit gebied, maar dat moet natuurlijk wel transparant gebeuren’, zegt cda-Kamerlid Chris van Dam. ‘Het had niet misstaan als de minister de Kamer wat actiever had geïnformeerd, zeker op zo’n gevoelig onderwerp.’ Volgens SP’er Ronald van Raak paste de minister een truc toe door via achterdeurtjes sensing met het bedrijfsleven te delen. ‘De Kamer was hier nooit mee akkoord gegaan. Ik wil nu met terugwerkende kracht weten welke initiatieven er allemaal sinds 2012 zijn ontplooid, welke overheden daarbij betrokken zijn geweest en welke informele en formele afspraken er zijn gemaakt. Kom maar door.’

Kees Verhoeven van coalitiepartij D66noemt ‘de vergaande inzet van technologie zonder waarborgen’ sowieso al een zorg. ‘Maar dat de Kamer hier amper over is geïnformeerd, maakt het wat mij betreft nog erger.’ Hij noemt de grote technologische mogelijkheden waarmee mensen worden bespioneerd en de politiek die daar al mee worstelt. ‘Als een minister dan ook nog eens juist op dit vlak convenanten gaat ondertekenen waar proeftuinen uit voortkomen waarin mensen worden gevolgd en de minister dit niet officieel meldt aan de Tweede Kamer, is dat echt heel slecht. De minister weet ook dat dit niet kan.’

Ard van der Steur wil niet meewerken aan dit artikel. Maar dat er al proeftuinen zijn, blijkt als Kamerleden er per ongeluk op stuiten. ‘Ik las een artikel in de krant over een proeftuin in Roermond met sensoren en ken toevallig een diender uit de regio, dus besloot ik een kijkje te gaan nemen’, vertelt Kamerlid en oud-politieman Van Dam. Hij hield een ‘positieve indruk’ over aan het werkbezoek, maar vindt het vreemd dat hij niet door het ministerie is gewezen op deze projecten, die voortvloeien uit een convenant dat hij niet kent. ‘Dit zijn heel gevoelige dingen en dan verwacht ik van de minister een actieve opstelling – dat had hem niet misstaan.’

Collega-Kamerlid Farid Azarkan van Denk, blijkt uit de Kamerstukken, liep in november ook per toeval tegen een proeftuin aan. ‘Begrijp ik goed dat er bijvoorbeeld in Roermond wordt gewerkt met het sensingsysteem?’ vroeg hij in november 2019 tijdens een debat met de huidige minister van Veiligheid en Justitie, Ferdinand Grapperhaus (cda). ‘Waarbij aan de hand van een aantal criteria wordt bepaald hoe groot de kans is dat je opgepakt wordt? Dat werkt met een soort puntensysteem waarbij er bijvoorbeeld wordt gekeken of een auto een Pools of Roemeens kenteken heeft, of er vier mannen inzitten, et cetera?’

De minister antwoordde dat de politie ‘niet meer’ etnisch profileert. Voor de rest wordt er inderdaad geëxperimenteerd, vervolgt hij, met ‘het slim combineren van camerabeelden en nummerborden om bijvoorbeeld zakkenrollers sneller te identificeren’. De minister zegt dat er wordt samengewerkt met de Technische Universiteit Eindhoven en dat de privacy wordt gegarandeerd. Hoe dat gebeurt blijft de vraag, over het convenant zei hij niets.

Het delen van informatie via sensing is big business voor de beveiligingsindustrie. Dat was ook de boodschap op de zogeheten Kick-off Veiligheid & Beveiliging 2019 in het Louwman Museum in Den Haag. Vooral op het gebied van samenwerking tussen bedrijfsleven en overheid is nog een wereld te winnen, echode het tussen de klassieke automobielen. De politie was present, net als het Openbaar Ministerie en enkele verzekeraars. Deze nieuwjaarsreceptie werd georganiseerd door de vijf samenwerkende lobbyclubs die de particuliere beveiliging bedienen. Maar slechts drie grote spelers bestieren de markt echt. De sector zette volgens Security Management in 2018 een kleine 1,2 miljard euro om in Nederland. Hiervan waren drie bedrijven goed voor ruim 1 miljard euro, oftewel 83 procent van de totaalomzet. Deze grote drie heten G4S (376,2 miljoen euro), Trigion (356,1 miljoen) en Securitas (353 miljoen).

Ze beveiligen rijke personen, havens, overheidsgebouwen, evenementen en centra voor asielzoekers. Maar ze leveren ook bewakers in gevangenissen. En ze gebruiken steeds meer technologie. Informatie is goud waard en die informatie is dus volop te vinden in het publieke domein. Deze bedrijven leveren aan gemeenten niet alleen boa’s, maar zijn ook in te huren voor cameratoezicht, het verwerken van boetes en als alarmcentrale buiten kantooruren.

De boa’s worden onder meer ingezet tegen mogelijke kroeggevechten in de kleine uurtjes, of ze patrouilleren door de winkelstraten en probleemwijken. Op bedrijventerreinen hebben ze alle taken van de politie soms al overgenomen, en parkeerboetes worden in groten getale uitgeschreven door private bedrijven. De boa’s slaan kentekens op, hebben bodycams en bezitten allerlei privacygevoelige informatie waar flink wat geld mee valt te verdienen.

Oud-staatssecretaris Teeven was dagvoorzitter van de nieuwjaarsreceptie en toonde zich volgens de Vereniging van Beveiligingsprofessionals een groot fan van de publiek-private samenwerking. ‘Iedereen is van goede wil, maar er zijn nog vele uitdagingen voordat we bijvoorbeeld tot een goede onderlinge informatie-uitwisseling zullen komen.’ Met oog op de krapte op de arbeidsmarkt hamerde hij erop mensen vooral zo ‘effectief mogelijk’ in te zetten, de overheid moet ‘wat vaker de vaste protocollen loslaten’, aldus de vvd’er.

Het zijn opvallend veel VVD’ers die de belangen van de beveiligingssector behartigen, blijkt uit onderzoek van De Groene Amsterdammer en maandblad Quote. We noemden al de liberale coryfee Jorritsma (thans fractievoorzitter in de Eerste Kamer), Griffith (oud-Kamerlid) en de oud-bewindspersonen Teeven en Van der Steur. Maar er is bijvoorbeeld ook nog René Hiemstra. Deze commercieel directeur van G4S is sinds 2013 lid van de gezaghebbende partijcommissie (nu ‘thematisch netwerk’) Veiligheid en Justitie en was vorig jaar nog kandidaat-Eerste-Kamerlid.

Tjibbe Joustra: ‘De politie moet terug naar de maatschappij om het gevoel van veiligheid te vergroten. Er valt veel capaciteit vrij te spelen als taken worden overgelaten aan particuliere beveiligers’

Of neem Alexander Sakkers, de oud-burgemeester (vvd) van Eindhoven die in 2006 in de problemen kwam toen hij commissaris werd bij VCV International. Dat bedrijf leverde beveiligingscamera’s in Heerlen, waar hij eerder burgemeester was, en ook in Eindhoven. Onder druk van de raad van laatstgenoemde gemeente moest Sakkers zijn commissariaat aan de wilgen hangen, want de schijn van belangenverstrengeling lag zo wel heel erg op de loer.

Sakkers werd door partijgenoot minister Ivo Opstelten in 2012 benoemd tot voorzitter van een speciale taskforce die de criminaliteit moest terugdringen. Op de jaarlijkse vakbeurs Safety and Security Amsterdam presenteerde Sakkers alvast de samenwerking tussen overheid en private bedrijven als oplossing. ‘De tijd is lang voorbij dat de gedachte van “vadertje staat regelt het wel” nog valide kan zijn.’ Een tastbaar rapport van de taskforce is er nooit gekomen, dus de meerwaarde blijft volstrekt onduidelijk. Hoewel Sakkers De Groene Amsterdammer vertelt de klus gratis te hebben geklaard, laat het departement weten dat hij een bescheiden vergoeding van 6250 euro kreeg.

Op een D66’er na (voorzitter Boele Staal bij de Federatie Veilig Nederland) vinden we in de beveiligingssector alleen maar vvd’ers. ‘Als dit het beeld is, alles is vvd, dan moet je je wel gaan afvragen of dat beeld voldoende onafhankelijkheid heeft’, zegt Brenno de Winter, onafhankelijk digitaal privacy- en beveiligingsexpert. ‘Als de democratische controle rond zo’n gevoelig dossier zo wordt beïnvloed, dan is dat natuurlijk problematisch, want er is nog steeds discussie over de effectiviteit van camerabewaking. Je moet dat wel goed wikken en wegen.’

Wim Voermans, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden, noemt het vvd-netwerk ‘brisant’. ‘Het is vooral kwalijk dat hier bewust op lijkt te worden aangestuurd door een aantal politieke kernspelers. We maken ons met z’n allen druk over de surveillance society die China aan het worden is, omdat de overheid alles in de gaten houdt. Hier gebeurt ondertussen precies hetzelfde, maar dan over de band van het bedrijfsleven. Schimmiger, veel schimmiger.’

De vvd’ers zelf antwoorden niet of nauwelijks op vragen van De Groene Amsterdammer. Alleen Annemarie Jorritsma neemt de moeite uitgebreid te antwoorden. Ze verwerpt het idee van geritsel met G4S tijdens een van de thuissessies in Almere. Die ‘brainstormsessies’, benadrukt ze, gingen over allerlei onderwerpen. ‘Soms omdat wethouders daar behoefte aan hadden, soms omdat ik daar zelf behoefte aan had. Wij nodigden dan deskundigen uit zowel de private als de publieke sector uit. Aanwezig waren hoogleraren, vertegenwoordigers van andere gemeenten, van bedrijven of van andere organisaties.’ Ze herinnert zich over het cameratoezicht dat ‘in die tijd de regelgeving niet adequaat was en daar hebben wij toen inderdaad de grenzen opgezocht om ook die terreinen veiliger te krijgen. Ik was daar enthousiast over en heb voor dat model dus ook graag reclame gemaakt.’

De beveiliging had lang niet altijd zoveel politieke vrienden. Sterker, we moeten terug naar 2009 om de eerste politieke vriend van de branche te vinden. In dat jaar wordt Tjibbe Joustra, die eerder Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding was, de nieuwe voorzitter van de Vereniging van Particuliere Beveiligingsorganisaties – die later de Nederlandse Veiligheidsbranche gaat heten. Deze voormalig topambtenaar, naar verluidt groot liefhebber van de monotone Duitse krimi Tatort, stelt zich meteen ten doel om veel meer overheidstaken binnen te slepen. Daarover geeft hij onder meer twee interviews in Het Financieele Dagblad. ‘De politie moet terug naar de maatschappij om het gevoel van veiligheid te vergroten’, zegt de spreekbuis van de veiligheidsbranche. ‘Er valt veel capaciteit vrij te spelen als dergelijke taken worden overgelaten aan particuliere beveiligers. Ik ben ervoor om het geweldsmonopolie van de politie op te rekken en de schroom daarover te laten varen.’

In 2010 verschijnt het verkiezingsprogramma van de vvd. ‘Een aantal beveiligingstaken kan goedkoper worden uitgevoerd’, staat in het programma. ‘De politie kan zich dan richten op de echte politietaken. De veiligheid op straat wordt eveneens bevorderd door het inzetten van gemeentelijke toezichthouders.’ Een van de scribenten is vvd-prominent Tjibbe Joustra. In het FD praat hij tegelijkertijd als lobbyist van de branche. ‘De markt van de private beveiliging, zoals bedrijventerreinen, winkelcentra en horeca, is verzadigd. En de criminaliteit op bijvoorbeeld de bedrijventerreinen is teruggebracht tot nul. Hierdoor ontstaat een verschuiving in de beveiliging. We zien het in de arrestantenzorg en in de justitiële inrichtingen, zoals gevangenissen.’

Met het eerste kabinet-Rutte wordt de lobbyist en auteur van het vvd-programma op zijn wenken bediend. Er worden mogelijkheden onderzocht om het Nederlandse gevangeniswezen te privatiseren. Het is staatssecretaris Teeven die voortvarend aan de slag gaat. Hij gaat naar Prison Parc, in het zuiden van Wales. Deze Britse gevangenis, met vijftienhonderd gedetineerden, wordt gerund door G4S, de multinational die kort na het bezoek van Teeven een persreis voor Nederlandse journalisten organiseert. Het is verantwoord om de verzorging van gevangenen uit te besteden, is de boodschap.

De branche van Joustra jubelt ondertussen dat de totale omzet van een miljard euro in 2002 inmiddels is opgelopen tot krap anderhalf miljard in 2010. Volgens de Nederlandse Veiligheidsbranche is dat niet dankzij (terreur)dreiging, maar vooral dankzij een terugtredende overheid: ‘Bedrijventerreinen zijn een goed voorbeeld van een plek waar de marktwerking heeft toegeslagen. Vroeger waren het politieagenten die daar surveilleerden, maar nu zie je daar bijna alleen nog maar particuliere beveiligers’, zegt een woordvoerder tegen Nu.nl.

In 2011 wordt Joustra, die al sinds midden jaren zeventig ronddoolt onder de Haagse stolp, voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (ovv). Ondanks zijn politieke benoeming, waar zijn voorganger Pieter van Vollenhoven openlijk over ontstemd is, etaleert Joustra zich als een venijnige luis in de pels van de overheid. Er komen kritische rapporten. Veel kritische rapporten. Over de MH17. Over het ongeval met een mortiergranaat in Mali. Over brandgevaar in seniorenwoningen. Over de brand bij Chemie-Pack in Moerdijk. Ook produceert Joustra een onafhankelijk onderzoek over onafhankelijk onderzoek en waaraan dat moet voldoen.

Voor dat laatste rapport, uit maart 2018, wordt Joustra ook zelf geïnterviewd. Hij legt uit hoe onafhankelijke onderzoekers bijbanen kunnen hebben zolang die ‘verenigbaar’ zijn met het autonome onderzoekswerk. ‘Ik zou bijvoorbeeld niet in de raad van commissarissen van een groot bedrijf als Shell of van een groot ziekenhuis gaan zitten, omdat er een reële kans is dat de Onderzoeksraad voor Veiligheid zo’n organisatie later in een onderzoek tegenkomt.’

Een curieuze opmerking, aangezien Joustra zelf zetelt in de Raad van Advies van G4S. Dat deze onderneming ooit eens onderwerp voor de Onderzoeksraad voor Veiligheid zal zijn, is alles behalve ondenkbaar. Sterker nog, beveiligingsbedrijf Securicor – dat later fuseerde tot G4S – was al een keer betrokken bij onderzoek van de ovv. In 2005 leverde de onderneming bewakers aan detentiecentrum Schiphol, waar elf vreemdelingen in een allesverwoestende vuurzee om het leven kwamen. De betrokken instanties schoten ernstig tekort, concludeerde de ovv (toen nog onder leiding van Van Vollenhoven) een jaar later. Op de vraag van De Groene Amsterdammer wat het verschil is tussen de hypothetische ovv-onderzoeker die een bijbaan bij Shell heeft (volgens Joustra immers een faux pas) en hijzelf die als ovv-onderzoeker beveiligingsbedrijf G4S van betaald advies voorzag, is hij ‘niet voornemens te reageren’.

Hij verwijst ons bij alle vragen over zijn handelen door naar zijn opvolger bij de lobbyclub Nederlandse Veiligheidsbranche, partijgenoot Ard van der Steur, die ons ook niet te woord wil staan. Joustra reageert ook niet op het gegeven dat hij – ook als onafhankelijk onderzoeker – de particuliere beveiligingssector een warm hart bleef toedragen. De ovv onderzocht in 2014 het ongeval met de Monstertruck in Haaksbergen. Kort daarop zei Joustra in het huisblad van de Nederlandse Veiligheidsbranche dat kleinere gemeenten zo nodig externe expertise moesten inhuren.

In het tijdschrift Fem Business sprak hij in datzelfde jaar lovend over particuliere beveiligers, die volgens hem meer taken van de politie kunnen overnemen, zoals de afhandeling van inbraken. Wel moet het delen van informatie tussen overheid en private partijen makkelijker worden. ‘Informatie delen is cultuurgevoelig en een cultuur verander je niet zomaar.’ Daar is wel wat uitleg voor nodig. Maar: ‘We vinden het nu de normaalste zaak van de wereld dat de politie geen parkeerovertredingen meer uitschrijft. En dat zij zich niet meer bekommert om de bewaking van bedrijventerreinen. Het is dus een kwestie van gewenning.’

Die gewenning zag de sector ondertussen wel op luchthavens ontstaan. De sector verwijst hierbij naar de terreuraanslagen in New York, Londen en Madrid. ‘Voor de aanslagen stond terreur verder van ons af. Daarna is iedereen ervan doordrongen dat het hier ook kan gebeuren’, analyseerde een woordvoerder van G4S in 2011. Zo hadden mensen voor de aanslagen grotere moeite met de inbreuk op privacy door bijvoorbeeld camera’s in de openbare ruimte. ‘Daar hoor je nu niemand meer over. Twintig jaar geleden vroegen we ons nog af of we dat überhaupt wilden. Nu zien mensen dat als een voldongen feit.’

Om de gewenning een handje te helpen wordt het evangelie van waakzaamheid en terreuraanslagen in dezelfde periode op radio en tv volop gepredikt door ‘veiligheidsexpert’ Glenn Schoen. Hoewel hij een graag geziene gast is, wordt slechts sporadisch genoemd dat Schoen betaald adviseur is van G4S en een financieel belang heeft bij het promoten van particuliere beveiligers.

Het oplepelen van allerhande doemscenario’s door de veiligheidsindustrie – soms met een publieke of quasi-wetenschappelijke pet – stuit hoogleraar Wim Voermans tegen de borst: ‘Ik heb me al eerder boos gemaakt over de “angstindustrie”: de veiligheidsdeskundigen uit de private sector die je eerst de daver aanjagen met allerlei spookscenario’s, om je vervolgens een heel dure oplossing te verkopen. De vraag is wat nu uiteindelijk goedkoper is: uitbesteden, controle kwijtraken en hoofdprijs betalen, of het gewoon aan de overheid overlaten?’


Dit is het tweede deel van een serie over de beveiligingswereld. Het eerste deel verscheen vorige week en lees je hier. De reeks is mede mogelijk gemaakt door de Vlaams-Nederlandse Journalistenbeurs en het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten, fondsbjp.nl. Het volgende deel, over de lobby in Brussel, verschijnt in mei