Te laat en te beperkt

Al jaren wordt hij vurig gewenst door betrokkenen en gedupeerden. Nu komt hij er eindelijk, de parlementaire enquête naar de Bijlmerramp. Of we er zo blij mee moeten zijn, is de vraag. De enquête vindt plaats zes jaar na de ramp. In die tijd zijn gordijnen voor geheugens geschoven en is bewijsmateriaal vernietigd.

In elk geval is zo'n enquête goed voor de democratie, kun je nog denken. Maar net als bij de IRT-affaire zullen er geen koppen rollen. De politiek verantwoordelijken van destijds zitten geen van allen meer op hun post. Maij-Weggen (CDA) die Verkeer en Waterstaat ten tijde van de ramp runde, bevindt zich tegenwoordig in de luwte van het Europarlement. Jorritsma, de vorige minister van Verkeer en Waterstaat, verantwoordelijk voor de afhandeling van de nasleep, leidt nu Economische Zaken. Zij zou als gevolg van de enquête politieke averij kunnen oplopen. Dus hield haar partij, de VVD, een uitgebreide enquête tegen. Met andere woorden, de enquête komt te laat en is te beperkt.
Met zo'n enquête kan de politiek haar traagheid in de Bijlmerkwestie onmogelijk afkopen. Misschien kan ze nog iets goedmaken door nog vóór de enquête de kans op een Bijlmerramp II te verkleinen. Dat betekent een einde maken aan de voortdurende wapenvluchten boven Nederland, aan de enorme onveiligheid rond Schiphol (de kans op een vliegtuigongeluk is nauwelijks nog kleiner dan op een auto-ongeluk) en aan de aanwezigheid van tachtig bewapende Israëlische geheime agenten rond El Al, vastgelegd in een geheim protocol.