Commentaar: Energiebedrijven

Te liberaal voor een goede economie

Nederland loopt graag voorop. Blind van ijver propageert minister Jorritsma van Economische Zaken de liberalisering van de energiemarkt. Zij heeft zo’n schik in de wedren van de vrije markt dat zij is vergeten achterom te kijken, waar het tempo een stuk lager ligt. Op de EU-top in Barcelona, eerder deze maand, hebben vooral de Fransen hier een hoop lol over gehad. Chirac en Jospin beschermen, eensgezind in hun chauvinisme, monopolist Electricité de France. De verkiezingen staan voor de deur en ze zijn wel gek om nu de eigen economie schade te berokkenen. Ondertussen vreet Electricité de France zich rond aan energie bedrijven in omringende landen. Alleen de zakelijke markt mag van Parijs open, maar niet voor 2004.

Paars is daar in de vorige eeuw al mee begonnen. Terwijl de Fransen al die jaren naar hartelust hun goedkope kernstroom aan Nederlandse grootverbruikers verkochten, bleef Frankrijk voor Nederlandse energiebedrijven gesloten. Wel kochten Nederlandse distributiebedrijven als Nuon gretig stroom in over de grens sinds ze af zijn van de verplichte winkelnering bij de vier Hollandse stroomproducenten. De omzetten van onze producenten zakten hierdoor rap weg. Toch ging het marktdiva Jorrits ma nog niet snel genoeg. Ervaringsdeskundige Wim Dik (oud-kpn) kreeg de opdracht de liberalisering in Nederland nóg meer te versnellen. Per 2003 moest de consumentenmarkt vrij zijn.

De energiebedrijven trekken nu aan de noodrem. De producenten zijn ondertussen in buitenlandse handen gevallen, de distributeurs staan voor een ongelijke strijd met de Fransen en de afgelopen jaren zijn er duizenden banen verdwenen. Borssele moet koste wat het kost dicht, maar Nederland importeert steeds meer kernstroom.

Als het zo doorgaat zijn we steeds afhankelijker van buitenlandse centrales. In Californië ging dat goed mis. En waar het allemaal om te doen was, goed kopere elektriciteit, dat laat op zich wachten door de hoge gasprijs en de ecotax. Het lijkt erop dat de minister van Economische Zaken in haar marktroes zo ver is doorgeschoten dat het Nederlandse belang op de tweede plaats komt. Terwijl een beetje chauvinisme voor ’s lands economie best heilzaam zou kunnen zijn.