Beveiligingsmultinational G4S en de asielindustrie

Te losse handjes

Privatiseringen hebben het lot van migranten in handen van commerciële bedrijven gelegd. Een spoor van schandalen is het gevolg. Nu trekt beveiligingsfirma G4S zich terug.

Op 18 februari 2014 kwam er een einde aan het toch al uitzichtloze leven van de Iraniër Reza Barati. In zijn poging het Australische vasteland te bereiken, was hij gestrand in een vluchtelingenkamp op Manus Island, een van de eilandstaatjes in de Pacific die door Australië betaald worden om bootvluchtelingen te herbergen. Daar had Barati te horen gekregen dat zijn hoop op asiel in Australië zinloos was. Maar net als pakweg duizend lotgenoten was blijven of teruggaan ook geen optie: ze konden geen kant op.

Die februarinacht ontaardde de schrijnende situatie in een treffen tussen de asielzoekers, de lokale bevolking en de ingehuurde kampbewakers van het internationale beveiligingsbedrijf G4S. De zaak liep volledig uit de hand, tientallen asielzoekers raakten zwaargewond. Ook Barati liep ernstige hoofdwonden op, onder andere door toedoen van een G4S-bewaker. Hij stierf nog diezelfde nacht, op 23-jarige leeftijd.

Het is een nieuwsbericht dat makkelijk zou zijn af te doen als een betreurenswaardig incident, dat zich vele duizenden kilometers verderop afspeelde. Maar op vrijwel elk continent staan beveiligers met het rode G4S-logo op de borst voor de ingangen van overheidsgebouwen en bij de screeningpoortjes van vliegvelden. Met ruim zeshonderdduizend mensen in dienst behoort de beveiligingsgigant tot de grootste werkgevers ter wereld. Het runnen van álle vreemdelingendetentiecentra van Australië behelst in die periode dan ook slechts een bladzijde van de omvangrijke portefeuille, waarvan expansie het hoofddoel is.

Zo kon het gebeuren dat in het jaarverslag van G4S met heel andere ogen werd teruggeblikt op 2014. Het incident op Manus bleef onbenoemd; enkel het kort daarop beëindigde contract kreeg een vermelding in een bijzin. Daarentegen presenteerde de multinational trots de resultaten van haar ‘Care and Justice’-afdeling, waar onder meer gevangenissen en asielcentra onder vallen. De inkomsten binnen die divisie waren in een jaar tijd gestegen van 586 miljoen euro naar 605 miljoen euro, waardoor Care and Justice inmiddels negen procent van de totaalopbrengsten leverde. Opgewekt noteerde het bedrijf zijn vooruitzichten: ‘Hoewel de markt voor Care and Justice-diensten zich voornamelijk concentreert in het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Australië en Nieuw Zeeland, zien we dat een aantal landen de mogelijkheid aan het verkennen is om dit soort diensten in de toekomst uit te besteden aan de private sector.’

G4S blijkt de situatie goed in te schatten. Wanneer in 2015 in Europa de migratiecrisis in volle omvang uitbreekt, heeft de beveiligings- en defensie-industrie de stellingen betrokken om direct in te kunnen springen op de toegenomen vraag naar diensten als de beveiliging van asielcentra en vreemdelingendetentie. Met dank aan de terroristische aanslagen van 2001 in de VS en later in Europa, die de weg effenden voor intensiever contact tussen publieke en private veiligheidsdiensten.

Sindsdien verlopen de relaties een stuk soepeler, vertelt Yvan De Mesmaeker, voorzitter van het in België gevestigde veiligheidsplatform European Corporate Security Association (ecsa). Het overlegforum is opgericht in 2005 en beoogt voornamelijk een hecht netwerk tussen de overheidsdiensten, beveiligingsbedrijven en de vraagkant te bevorderen. Regelmatig zit ecsa aan tafel met de top van Europese veiligheidsagentschappen zoals Eurojust en Europol, hoge ambtenaren van de Europese Commissie en diplomaten van de Navo. G4S behoort tot de vijf ‘premium’ leden, wat het bedrijf extra inbreng in de organisatie geeft. De Mesmaeker zelf is het wandelende uithangbord van deze organisatie. Alle nieuwjaarsborrels en veiligheidscongressen loopt hij af om namens ecsa de mantra te verkondigen: publieke en private beveiligingsdiensten moeten veel nauwer samenwerken, alleen op die manier kan publieke veiligheid worden gegarandeerd.

Afgelopen najaar was De Mesmaeker weer gespreksleider op het jubilieumcongres van de Confederation of European Security Services (CoESS), de Europese koepelorganisatie voor beveiligingsbedrijven. Opnieuw blijkt G4S een van de drie belangrijkste geldschieters. Vertegenwoordigers van de firma hebben zich samen met voormannen van andere bewakingsreuzen als Securitas en Prosecur verzameld in een statige congreszaal aan de Tiber in Rome. Ook Ard van der Steur, voormalig vvd-minister van Veiligheid en Justitie, loopt er rond, als nieuwbakken voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche. Er worden handen geschud en schouders beklopt, men is duidelijk bekend met elkaar.

Tijdens een koffiepauze vertelt De Mesmaeker hoe sinds 9/11 de verhoudingen in de beveiligingswereld zijn veranderd. Volgens hem wordt de sector een stuk serieuzer genomen. ‘Vroeger werd beveiliging toch gezien als een soort omhooggevallen conciërge’, memoreert hij. ‘Maar wij vonden dat er scherper onderscheid gemaakt moest worden tussen safety en security. Dat zijn twee totaal verschillende zaken.’ Security, legt hij uit, is immers een integraal vraagstuk, waarbij heftige gebeurtenissen in razend tempo door de hele wereld kunnen doordreunen en voor verhoogde veiligheidsrisico’s kunnen zorgen. ‘Een beslissing die in Syrië of Irak wordt genomen, kan een paar uur later impact hebben op een dorp in België. Daarom moeten we met iedereen om tafel: uiteraard met ondernemingen die beveiliging nodig hebben, maar ook met de inlichtingendiensten, hoofden van politie en defensie en met de diplomatie. Think global, act global.’

Volgens De Mesmaeker is het cruciaal dat de hoofden van de bedrijfsbeveiliging van grote ondernemingen en instellingen gegevens uitwisselen met inlichtingendiensten. Om dat soort samenwerking te bevorderen heeft hij zelfs een klasje opgericht, waarin onder meer Belgische en Nederlandse publieke beambten leren over de veiligheidsuitdagingen waarmee ondernemingen zich geconfronteerd zien. Desondanks mag er nog wel een tandje bij, aldus De Mesmaeker. ‘Er zijn nog zoveel psychologische obstakels. Misschien dat je drie dagen na de Brusselse aanslagen even de aanzet zag om in beweging te komen, maar daar is het helaas bij gebleven.’

Toch blijkt tijdens de conferentie hoezeer overheid en bedrijfsleven elkaar inmiddels binnen de veiligheidsbranche kunnen vinden. Verheugd prijst CoESS-directeur Marc Pissens in zijn openingswoord de ‘constructieve relaties’ die zijn organisatie de afgelopen dertig jaar heeft opgebouwd binnen de Europese overheid. Met een groot gebaar nodigt hij de hoofdgast van het congres uit om het podium te betreden: de ‘zeer dierbare collega’ Hans Das, een hoge ambtenaar op de afdeling terrorismebestrijding bij de Europese Commissie.

Das steekt op zijn beurt de loftrompet over de ‘uitstekende relatie’ met CoESS en laat in zijn toespraak doorschemeren dat meer samenwerking wel degelijk in het verschiet ligt. ‘Op vliegvelden of tijdens sportwedstrijden is het jullie beveiligingsdienstverlening die een extra paar ogen verschaft om te beschermen tegen potentiële dreigingen’, spreekt hij de zaal toe. ‘Ik ben er vol van overtuigd dat het gevecht tegen terrorisme niet alleen door de veiligheidsdiensten en politie kan worden gewonnen. We moeten een systeem van systemen incorporeren waarbinnen we samenwerken. Alleen dan zijn we effectief. Het verstevigen van publieke en private partnerschappen is de juiste manier van voortgaan om het algemene publiek te beschermen. Die benadering ondersteunen we als Commissie, maar proberen we ook actief te promoten onder onze lidstaten.’ De toespraak wordt met een warm applaus beloond.

Intussen is er ook in de lidstaten minder schroom om private beveiligingsbedrijven als verlengstuk van publieke diensten in te zetten. Dat geldt zeker voor de asielindustrie. Wanneer het afgelopen decennium grote groepen vluchtelingen aan de grenzen van Europa aankloppen, springt G4S handig in op de toenemende vraag om beveiliging. Zo maakt Griekenland het in 2012 wettelijk mogelijk om de bewaking van asielzoekerskampen aan beveiligingsfirma’s over te laten. Binnen een jaar heeft G4S verschillende contracten in handen. In 2014 wordt in Oostenrijk voor het eerst een vreemdelingendetentiecentrum gerund door een privaat beveiligingsbedrijf, G4S krijgt de primeur.

Een jaar later bereiken de migratieaantallen hun hoogtepunt en pieken tegelijkertijd de winstmarges binnen de Duitse beveiligingssector. Daar zien bewakingsbedrijven als G4S hun inkomsten in een jaar met maar liefst vijftien procent toenemen tot zo’n zeven miljard euro, dankzij de explosieve vraag naar beveiligers voor vluchtelingencentra. En België gaat in diezelfde periode eveneens door de pomp, wanneer toenmalig staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken een aanbesteding uitschrijft voor tienduizend nieuwe noodopvangplaatsen. Voor het eerst kunnen ook bewakingsfirma’s een gooi doen naar de beveiliging daarvan. Markant detail: precies in die periode is jurist Lies Verlinden door Francken aangesteld als adviseur asielzaken. Ze is afkomstig van G4S. De privatiseringsslag levert het bedrijf miljoenencontracten op voor het managen van het asielcentrum bij Turnhout en de asielboot bij Gent.

In Nederland is het bedje voor de industrie reeds jaar en dag gespreid. Tussen de bewakingsbedrijven vindt levendige concurrentie plaats. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (coa) laat desgevraagd weten dat het al sinds de vorige eeuw het grote beveiligingsbedrijf Trigion inhuurt voor de veiligheid van asielcentra. G4S heeft later ook verscheidene malen getracht de contracten in handen te krijgen, maar kreeg tot nu toe telkens de deksel op de neus. Bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (ind) versloeg G4S in 2010 concurrent Securitas voor het contract voor aanmeldcentrum Ter Apel, hoewel volgens het ministerie van Justitie en Veiligheid momenteel alle beveiligingsdiensten van de ind door de Rijksbeveiligingsdienst, Trigion of Securitas ingevuld worden. Hetzelfde geldt voor de vreemdelingendetentiecentra: tot dit jaar had G4S het contract bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (dji) in handen, stelt Justitie. Onlangs trok Trigion dat naar zich toe.

Zo probeert iedereen gauw een graantje mee te pikken van de geldstromen die loskomen nu migranten in heel Europa de grenzen passeren. Illustratief zijn commerciële adviesrapporten zoals die van het Amerikaanse consultancybureau Homeland Security Research, dat naar eigen zeggen onder andere de Navo en de EU van analyses voorziet. Voor een slordige 4500 dollar kunnen hun klanten een doorwrocht handboek toegestuurd krijgen over hoe het bedrijfsleven optimaal kan profiteren van de migratiecrisis. ‘Deze uitdaging biedt miljardenkansen voor de defensie-, ict- en beveiligingsindustrie voor het leveren van effectieve functies, geïntegreerde systemen en het maximaliseren van beveiliging en productiviteit per geïnvesteerde dollar’, belooft het rapport, waarin volgens het promopraatje op de website nauwkeurig de trends (‘tussen 2015 en 2020 groeit de grensbewakingsindustrie met 104 procent’), beschikbare fondsen en zelfs de relevante ambtenaren om te belobbyen zijn uitgetekend. In het dankwoord is een lange lijst politici, beleidsmakers en experts opgenomen die ‘direct of indirect’ een bijdrage hebben geleverd aan de marktverkenning, onder wie verscheidene G4S-vertegenwoordigers.

G4S blijkt niet in staat om te voldoen aan de zware eisen die het werk met wanhopige en ­suïcidale mensen vergt

Op een terrasje in Utrecht leunt Mark Akkerman met gefronste blik achterover in zijn stoel. Al jaren doet hij voor zijn campagnegroep Stop Wapenhandel onderzoek naar de nauwe banden tussen de Europese Unie en de beveiligings- en defensie-industrie, die volgens hem grote gevolgen heeft gehad voor de opzet van het Europese migratiebeleid. Hij ontdekte bijvoorbeeld dat de Europese Commissie al in 2008 de bouwstenen heeft gelegd voor de oprichting van een geïntegreerd grenscontrolesysteem, dat in staat is migratieprocessen zo precies mogelijk in kaart te brengen om de ‘krachtige strijd tegen ongeregelde migratie’ te kunnen uitvoeren. Dit onderzoeksproject werd uitbesteed aan verschillende grote defensiebedrijven, die zich in Brussel hadden opgeworpen als ‘experts’ en via grote lobby-organisaties als de European Organisation for Security (eos) toegang tot de Europese werkgroepen hadden gekregen.

Daar zagen ze hun kans schoon om hun paradepaardjes zoals drones en onbemande voertuigen in de opzet van het onderzoeksproject te fietsen. Uiteindelijk zou dat als beveiligingssysteem onder de naam Eurosur onderdeel worden van het Europese grensagentschap Frontex. Dit is volgens Akkerman nog maar het begin. ‘Je ziet hoe het hele discours aan het veranderen is’, vertelt hij. ‘Alles gaat tegenwoordig over veiligheid. Zelfs waar dat nog niet tot concrete successen leidt, kun je stellen dat een bedrijf als G4S op z’n minst indirect belanghebbende is van die trend.’

In 2013 verscheen een nieuwe studie van CoESS. Dat rapport, dat in aanwezigheid van Europese beleidsmakers werd gepresenteerd op de jaarlijkse internationale veiligheidsconferentie, promootte dat private bedrijven diensten kunnen aanbieden die ‘vooreerst behoorden tot het exclusieve domein van de publieke autoriteiten’. Ook het transport van ‘illegale immigranten’ werd als mogelijk uitbreidingsterrein gesuggereerd. In bijvoorbeeld de Verenigde Staten had G4S daar immers de nodige ervaring mee opgedaan. Overheden zouden hiermee veel geld kunnen besparen, aldus de aanprijzing.

Al twee jaar later concludeerde CoESS-voorvrouw Catherine Piana dat het de goede kant op ging met die ambities. ‘Meer taken die tot voor kort door de politie of publieke autoriteiten verzorgd werden, zijn nu uitbesteed aan private bedrijven’, verklaarde ze opgetogen tegenover The Economist, kort nadat G4S opnieuw een primeur te pakken had: het zou het eerste private bewakingsbedrijf zijn dat door het Europese asielagentschap easo in de arm wordt genomen om hun medewerkers te beveiligen bij een zogenoemde ‘migrantenhotspot’ in Griekenland.

Toch beginnen in die periode van winstkansen op de hoofdkantoren van G4S zelf alarmbellen te luiden. Naast de opbrengsten die op de Care and Justice-afdeling worden binnengeharkt, klinken in de kantlijnen van de jaarverslagen zorgen door over het imago dat de bewakingssector aan het opbouwen is. ‘Binnen immigratie, asiel, deportatie, jeugddetentie en vergelijkbare diensten, dragen teruglopende marges en een groter reputatierisico bij aan een uitdagender werksituatie’, wordt terugblikkend op 2015 genoteerd.

Het is niet lang zoeken naar het waarom van de constatering. In enkele jaren tijd hebben de schandalen zich huizenhoog opgestapeld, met name rond de Care and Justice-divisie. Nog voor de dood van de Iraniër Barati op Manus Island komt in 2010 de Angolees Jimmy Mubenga om het leven wanneer G4S-bewakers op een deportatievlucht vanuit Groot-Brittannië te hardhandig zijn tegenstribbelingen te lijf gaan. In Zuid-Afrika wordt het bedrijf in 2013 noodgedwongen uit zijn taken gezet wanneer de situatie daar helemaal uit de hand gelopen is en verhalen over mishandeling van gevangenen de kop opduiken. In 2014 concludeert de Britse Rekenkamer dat zowel G4S als concurrent Serco zonder enige relevante ervaring de huisvesting van asielzoekers op zich had genomen en legt hun aanzienlijke boetes op voor de gebrekkige uitvoering daarvan. Bij de hotspot in Griekenland beschuldigen mensenrechtenadvocaten de G4S-bewakers ervan dat ze het asielproces frustreren.

In de VS duiken in 2015 in de media afschrikwekkende verhalen op over door G4S gerunde jeugdcentra. In datzelfde jaar worden in het Europees Parlement vragen gesteld over de verlenging van het contract dat de Europese Commissie met G4S heeft voor het bewaken van de eigen gebouwen in Brussel, in het licht van hun betrokkenheid in de Palestijnse bezette gebieden. In grote lijnen klinkt de kritiek hetzelfde: G4S probeert optimaal winst te maken door in ieder land de grenzen van de wetgeving op te zoeken en zijn personeel minimaal te scholen en te betalen. Juist in gevoelige sectoren als detentie en asiel leidt dat tot levensgevaarlijke situaties.

Ook op het kantoor van beveiligersvakbond FNV Beveiliging in Amsterdam verschijnt direct een blik van herkenning in de ogen van bestuurder Tanja Schrijver wanneer G4S ter sprake wordt gebracht. Over de beveiligers zelf geen kwaad woord. ‘Het is zwaar voor beveiligers die met vreemdelingen werken. Ze worden geconfronteerd met emotionele situaties, bijvoorbeeld als iemand uit zijn plaat gaat omdat een familielid ver weg is overleden. Ze bouwen vaak echt een band op met de mensen die daar zitten.’ Met het bestuur van G4S heeft ze minder goede ervaringen. ‘G4S probeert alles altijd volgens zijn eigen regels te doen en het personeel zijn eigen arbeidsvoorwaarden op te leggen, waarbij G4S bijvoorbeeld beknibbelt op het ziekteverlof. Terwijl ik vind dat je niet krenterig moet doen, juist als je zo’n groot bedrijf bent.’

Wat G4S ook niet helpt, is dat de Europese Commissie tijdens de migratiecrisis weinig bijdraagt aan de verdere uitbesteding van concrete beveiligingstaken. Ter vergelijking: het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties nam het voortouw door het gigantische vluchtelingenkamp Dadaab in Kenia onder toezicht van G4S te zetten, waar overigens vorig jaar geruchten over corruptie en omkoping de kop opstaken. Maar de EU laat de praktische invulling van de veiligheid rond migratiecentra aan de lidstaten zelf.

Er bestaat immers niet zoiets als een Europese asielautoriteit, vertelt Jorrit Rijpma, als universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden gespecialiseerd in Europees migratierecht, vanuit zijn werkkamer. ‘Er is ook geen Europees coa, dat verantwoordelijk is voor de opvang van asielzoekers. De rol van het Europees Asiel Ondersteuningsbureau easo is er enkel om nationale asielautoriteiten te ondersteunen en hun onderlinge samenwerking te coördineren. Lidstaten kunnen wel aanspraak maken op Europese gelden om hen te helpen bij de opvang van asielzoekers, maar uiteindelijk bepalen zij zelf de manier waarop ze dat doen.’ Rijpma wijst erop dat dit ook precies ‘het wat lafhartige excuus’ is dat de EU opvoert wanneer de schrijnende situaties in de hotspots op de Griekse eilanden aan de kaak worden gesteld. ‘Dat is niet de verantwoordelijkheid van Europa’, aldus Rijpma. ‘Dat neemt overigens niet weg dat de opvang van asielzoekers wel degelijk aan Europese minimumstandaarden moet voldoen. Het Europees recht schrijft alleen niet voor dat die opvang moet worden uitbesteed aan private partijen. Het verbiedt dat overigens ook niet.’

Al die tegenvallers gaan de Care and Justice-afdeling van G4S niet in de koude kleren zitten. Het bedrijf moet zelfs een tegenvaller inboeken van enkele tientallen miljoenen euro’s wanneer blijkt dat het in Engeland te zuinig had gerekend om aan de rap toegenomen vraag voor de huisvesting van asielzoekers te voldoen. De firma ziet zich bovendien genoodzaakt enkele gevoelige taken af te stoten, zoals de Israëlische contracten en de beveiliging van enkele jeugdcentra in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk.

De genadeslag volgt in september 2017, opnieuw in Engeland. Op undercoverbeelden van de bbc is te zien hoe G4S-bewakers in een uitzetcentrum nabij Londen de gedetineerden bespotten en mishandelen. Een van de vreemdelingen wordt bij zijn keel gegrepen tot hij in ademnood komt. Net als in 2014 in Australië blijkt G4S niet in staat om te voldoen aan de zware eisen die het werk met wanhopige en suïcidale mensen vergt. Zowel de overheid als G4S wordt aangeklaagd wegens onrechtmatige en onmenselijke behandeling. Vijftien bewakers moeten vertrekken.

Deze keer kan G4S niet luchtig over de gebeurtenissen heen stappen. Het schandaal leidt er zelfs toe dat er in het Britse parlement steeds meer stemmen opgaan om een einde te maken aan het hele Britse systeem van vreemdelingendetentie, waar uitgeprocedeerde asielzoekers vaak jarenlang opgesloten zitten zonder te weten waar ze aan toe zijn. Zelf kondigt de firma aan grondig intern onderzoek te doen.

Wanneer in de herfst van 2019 G4S-topman Graham Levinsohn, verantwoordelijk voor Europa en het Midden-Oosten, het podium van de CoESS-conferentie bestijgt, blijkt ‘immigratie’ dan ook volledig uit zijn woordenschat verdwenen. ‘G4S trekt zich terug uit de asielindustrie’, kopten de Britse tabloids, met nog eens een brede uitmeting van alle incidenten van de afgelopen jaren. Hoewel alles erop wijst dat vanwege die schandalen de aftocht wordt geblazen, wil G4S tegenover de pers alleen kwijt dat de focus wordt verlegd naar hun gevangenisportefeuille. Een diepe nederlaag voor het bedrijf dat ooit Engeland als springplank zag om ook op het vasteland van Europa de asielindustrie naar zich toe te trekken. En een kostbare: de beveiligingsmultinational maakte jaarlijks miljoenen winst met hun migratieactiviteiten in het Verenigd Koninkrijk. Dat geld moet nu binnen andere bedrijfsdivisies gevonden worden.

Ook in andere landen, zoals België en Australië, is G4S naar eigen zeggen inmiddels niet meer actief in de asielindustrie. In reactie op de vraag of dit betekent dat het bedrijf zich ook buiten Engeland terugtrekt uit de migratiebranche, licht een persvoorlichter per e-mail enkel toe dat de nadruk van het bedrijf nu ligt op beveiliging, beveiligingstechnologie en diensten rond cash. ‘Zaken die buiten deze gebieden vallen hebben niet dezelfde prioriteit wat betreft ontwikkeling, investeringen en innovatie’, aldus de firma.

Niets van dit alles wordt tijdens het CoESS-congres aan de Tiber echter expliciet benoemd in de bijdrage van de kleine, kale Levinsohn. Noch is hij beschikbaar om de pers te woord te staan. In een paar powerpointsheets wandelt hij gauw door de nieuwste G4S-plannetjes. Data, dat is het nieuwe toverwoord. Niet mankracht, maar slimme camera’s hebben de toekomst. ‘Daarmee kunnen we trends inventariseren’, aldus Levinsohn. ‘Het gaat erom hoe we gegevens binnenhalen en gebruiken om onze klanten te beschermen. Het probleem is daarbij niet zozeer het binnenhalen van informatie; dat hebben we al in grote hoeveelheden. De uitdaging is nu om dat zo te kunnen analyseren dat we het optimaal kunnen gebruiken voor onze veiligheidsbehoeften.’

Levinsohn overhandigt de microfoon aan de volgende spreker. Nog voor het congres ten einde is, heeft hij de zaal verlaten.


Dit artikel werd mogelijk gemaakt dankzij steun van Journalismfund.eu