Fotografie: David Seymour, de grote geschiedenis en kleine mensen

Te midden van de chaos

De foto’s van David ‘Chim’ Seymour, kompaan van grote fotojournalisten, kunnen zowel positief worden gelezen, als ode aan de menselijke veerkracht, als negatief: over de schaduw die het verleden over de toekomst legt.

Chim (David Seymour), Menigte, luisterend naar een toespraak van de socialist Pietro Nenni, Basilica di Massenzio, Rome, 11 maart 1948 © Magnum Photos / Courtesy Chim Estate

Halverwege de jaren dertig maakte de student David Szymin een tamelijk willekeurige keuze die de rest van zijn leven zou bepalen. Zijn ouders, die in Polen woonden, konden de toelage voor zijn studie scheikunde in Parijs niet meer betalen. Deze David, een rustige, ingetogen en bescheiden jongen, kon terugkeren om zijn studie af te maken in Warschau, wat waarschijnlijk had betekend dat hij net als zijn familie en al zijn jeugdvrienden zou zijn vermoord tijdens de Tweede Wereldoorlog. Of hij kon proberen om zijn eigen studie en verblijf in Parijs te betalen. Hij koos het laatste. En even belangrijk: hij koos ervoor om dat te doen als persfotograaf.

In de jaren daarna maakte Szymin, onder de verbastering van zijn naam tot ‘Chim’, snel naam als fotojournalist voor het Franse geïllustreerde maandblad Regards. Hij maakte links-geëngageerd werk van arbeiders en communistische marsen, maakte levenslange vrienden in de legendarische fotojournalisten Robert Capa en Henri Cartier-Bresson en fotografeerde drie jaar lang de Spaanse Burgeroorlog. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog greep hij een reportage over een vluchtelingenschip naar Mexico aan om Europa te verlaten en zich in de Verenigde Staten te vestigen, waar hij met anderen onder meer het fotoagentschap Magnum oprichtte.

De jaren waarin Chim actief was, 1933 tot zijn dood in 1956, vallen precies in het ‘gouden tijdperk’ van de fotojournalistiek. In die periode waren geïllustreerde tijdschriften het belangrijkste massamedium. Bladen als Life, Berliner Illustrierte Zeitung en Picture Post haalden miljoenenoplagen, en fotojournalisten hadden grotere invloed op de publieke opinie dan ooit daarvoor of daarna. Velen van hen waren vurig links en hanteerden hun camera als politiek wapen voor een betere wereld. Zeker in de late jaren dertig, toen de Europese burgeroorlog zich steeds meer begon af te tekenen. En zeker Chim en zijn in deze tijd onafscheidelijke kompaan Robert Capa.

De tentoonstelling opent met foto’s uit deze eerste fase uit Chims loopbaan: reportages en tijdschriftcovers van Regards waarin de gewone arbeider als held wordt afgebeeld en waarin de nauwe band tussen communistische leiders en het volk wordt benadrukt. Daarna volgt meteen het vroege hoogtepunt in Chims carrière: de Spaanse Burgeroorlog, waar hij drie jaar lang verslag van deed. Zoals bij iedereen die hier aan de Republikeinse zijde verslag van deed – steeds betrokkener, steeds wanhopiger – waren dit cruciale jaren in het leven van Chim. En zoals bij die anderen, van Capa tot Hemingway en Orwell, markeerden deze jaren Chim als ‘legendarisch’, een etiket dat het Joods Historisch Museum alvast aan de tentoonstellingsnaam heeft toegevoegd.

Chims foto’s uit de Spaanse Burgeroorlog illustreren goed wat voor fotojournalist Chim was: iemand met meer aandacht voor de uitwerking van de geschiedenis op kleine mensen dan voor de dramatiek van de grote geschiedenis zelf. En iemand die meer dacht en ook beter was in het beeldverhaal, met meerdere foto’s en een narratief, dan in het enkele, iconische beeld. Dat verklaart ook deels waarom Chim altijd in de schaduw is gebleven van Capa, Chims flamboyante, uitbundige vriend die met zijn uitvergrote, deels verzonnen personage veel meer zijn eigen legende creëerde – maar die ook foto’s maakte die tijdgenoten meer verbluften en schokten – dan Chim. Ironisch genoeg werden enkele van Chims foto’s die wél die autonome kracht bezitten lange tijd toegeschreven aan Robert Capa. Daaronder is een foto van een trotse Spaanse jongen met uitrusting en cap van een vrijwilligersbataljon, die een paar jaar geleden nog door het Joods Historisch Museum werd gebruikt in promotiemateriaal voor een tentoonstelling over Robert Capa. Na ontdekking van het negatief is die foto nu terug op dezelfde muren, onder de naam van de werkelijke fotograaf.

Het mag geen verbazing wekken, want kinderen keren in Chims foto’s van de Spaanse Burgeroorlog keer op keer terug: als vluchtelingen, spelend, of aan de borst bij een moeder die ingespannen luistert naar een redevoering in Extremadura. En kinderen zouden een hoofdthema worden in het werk van Chim na de Tweede Wereldoorlog. Twee grote projecten over het oude, verwoeste continent worden in de tentoonstelling uitgelicht. Het eerste is een reportagereis die Chim in 1947 door verschillende landen maakte. Een deel ervan verscheen als We Went Back in het Amerikaanse tijdschrift This Week. Maar de tentoonstelling toont ook nooit eerder gepubliceerd materiaal dat Chim maakte in Nijmegen – bijzonder vanwege die ‘primeur’ en het Nederlandse decor, maar jammer genoeg niet erg bijzonder als beeld.

De strijd tussen links en rechts gaf richting aan het werk van Chim

Intrigerender is een fotoserie die Chim in 1948 maakte in opdracht van Unesco over de weeskinderen van de Tweede Wereldoorlog, maar die in handen van Chim een portret van het continent werden via de jongste oorlogsgeneratie. Op sommige foto’s zijn kinderen klein en weerloos, zoals de oorlogsbaby die in een wiegje letterlijk op de puinhopen staat van het Ruhrgebied, terwijl op de achtergrond de fabriekspijpen alweer roken. Op andere slaan kinderen de wereld van de volwassenen gade, spelen ze in de schaduw van vernield oorlogstuig, of staan ze (zoals in een prachtig beeld) onder harde blikken voor de kinderrechter van Napels. In deze serie is ook de bekende foto van het Poolse weesmeisje Teresa, die hersenbeschadiging had opgelopen door bomscherven, en die op een krijtbord ‘thuis’ tekende als een grote wirwar van lijnen.

Kinderen staan in fotoreportages vaak voor onschuld en een nieuw begin, en ook deze serie valt als een hoopvolle blik op de toekomst te lezen. De conservator van het Joods Historisch Museum ziet het zo, vertelt ze in een podcast over de tentoonstelling: ‘hoopvol’ als centrale interpretatie van Chims werk, met kinderen die een nieuw begin symboliseren. Chims serie wordt dan een ode aan de menselijke veerkracht. Kennelijk zit dat in het oog van de toeschouwer: ik zie het er niet in. De kinderen in Chims werk zijn nooit uitgelaten, nooit uitbundig. Wel zijn er altijd sporen aan ze te zien van of te herleiden naar de schade die ze hebben opgelopen en de oorlog die in hen in leven blijft. Chims kinderserie verbeeldt dan de schaduw die het verleden over de toekomst legt. Zoals de kinderen die onder het vernielde landingsvaartuig spelen op de tentoonstellingsposter, of de Duitse kinderen die in een dierentuin luisteren naar een papegaai die tijdens de oorlog ‘Heil Hitler’ heeft leren zeggen.

Vrouw met een baby aan de borst tijdens een bijeenkomst over landhervormingen bij Badajoz, Extremadura, Spanje, april-mei 1936

Na Chims serie over kinderen verliest de tentoonstelling wat aan samenhang, en dat reflecteert zowel Chims werk als zijn leven. Na oprichting van het idealistische fotografencollectief Magnum in New York in 1947 werkte Chim de eerste jaren vooral aan reportages over Europa, maar vanaf 1950 richtte hij zich – getraumatiseerd door de holocaust en de vernietiging van zijn thuisland zoals hij dat kende – afwisselend op lichtere en juist weer heftige nieuwsthema’s.

In de jaren vijftig vestigde Chim zich in Rome, waar hij aangename foto’s maakte die als vrij standaard human interest of zelfs als faits divers aandoen. Fotojournalistiek had glamour in deze tijd, en Chim begon zich te begeven in kringen van filmsterren en leden van Europese vorstenhuizen. De foto’s die hij in die tijd van hen maakte, waren zeer in trek bij de geïllustreerde bladen en het grote publiek, en leverde Magnum tamelijk veel geld op. Maar in een overzichtstentoonstelling vallen ze ook sterk uit de toon bij de rest van zijn werk. De strijd tussen links en rechts, en de oorlog die daaruit voortvloeide, gaven richting aan het werk van Chim, en zonder die sturende structuur lijkt hij een zoekende fotograaf.

In deze jaren deed hij ook enkele malen verslag van de eerste jaren van de staat Israël, fotoseries die weer het meesterschap en de betrokkenheid bij Chim lijken te wekken. In 1956 neemt hij dan plotseling de beslissing om verslag te doen van de oorlog om het Suezkanaal: een onkarakteristieke beslissing, omdat Chim nooit een echte oorlogsfotograaf was die in het heetst van de gebeurtenissen wilde staan. Een artikel in de New York Review of Books van Chim-biograaf Carole Naggar citeert een mede-fotograaf over hoe Chim een paar dagen eerder te werk was gegaan, in de chaos van een voedselplundering in Suez: ‘Ik zag hem, heel klein, langzaam lopend met zijn camera, chaos overal om hem heen… een eenzaam figuur, volledig kalm, fotograferend. Het was bijna slow motion.’ Enkele dagen later werd hij doodgeschoten toen zijn terreinwagen zonder te stoppen langs een wegversperring van het Egyptische leger wilde. Hij was 44 jaar oud.


Chim (David Seymour): Legendarisch fotojournalist is t/m 19 maart te zien in het Joods Historisch Museum