Te soft het milieu-idealisme is verdwenenin de randen van de nacht en een tunnel van negen kilometer

Welbeschouwd is het paarse beleid vooral D66-beleid, meent deze partij. Maar waarom ziet niemand dat? ‘We zijn niet agressief genoeg, niet machtswellustig genoeg, niet smerig genoeg.’
DE GECHIEDENIS lijkt zich voor D66 te gaan herhalen, als we de peilingen mogen geloven. Volgens de laatste, van vorige week, zou de kleinste regeringspartij acht zetels verlies lijden wanneer er nu verkiezingen zouden zijn, en er dus een schamele zestien overhouden.

Politiek, heeft D66 zelf altijd geroepen, wordt gemaakt door mensen. Maar sinds de democraten vier partijgenoten naar het kabinet-Kok mochten afvaardigen, verliezen ze weer aanhang als vanouds. Ja, die ministers Borst, Sorgdrager, Wijers en - vooruit - ook Van Mierlo zijn toppers, vindt iedereen. En toch, waar in mei 1994 nog 15,5 procent van de Nederlanders aan het onderzoeksbureau InterView vertelde op D66 te zullen stemmen, was dat begin 1995 14,2 procent; begin 1996 13 procent, en vorige maand was daar nog 12,2 procent van over. In de woorden van D66-senator Jan Glastra van Loon: ‘D66 zit partijpolitiek gezien niet op rozen, dat is verdomd duidelijk.’
NU GAAT ER OOK het nodige mis. Meteen al koos de partij de verkeerde departementen. Goed voor het D66-gezicht dat Van Mierlo in het kabinet zit, minder handig dat-ie in het buitenland zit. Buitenlandse Zaken is nooit het terrein geweest waarop D66 zich profileert, noch waar kiezers op afgaan. Bínnenlandse Zaken hadden ze moeten hebben; wellicht was er dan ook wat terecht gekomen van de immer zo hoog in het vaandel gedragen staatsrechtelijke vernieuwing. Nu is het referendum het enige wapenfeit, en dat is ook nog helemaal dichtgespijkerd door de VVD.
'We moeten langzamerhand accepteren dat er gewoon geen meerderheid is voor staatkundige hervormingen en dat we het met de bestaande instituties moeten rooien’, zegt Eddy Schuyer, voorzitter van D66 in de Eerste Kamer. Dat is zuur voor Van Mierlo. 'Ja, dat valt hem echt zwaar.’
Het milieu-idealisme van de partij is verdwenen in de randen van de nacht en in een tunnel onder negen kilometer weiland. Fractievoorzitter Gerrit-Jan Wolffensperger, die overigens fel bestrijdt dat het groene gezicht van zijn partij is verbleekt, geeft toe: 'Vliegveld Beek, de Rijksweg A73: dat hebben we gewoon verloren.’
De keuze voor een voorzitter, Tom Kok, die het als bijbaantje doet, is kenmerkend voor het amateurisme van D66, zegt politicoloog Philip van Praag. 'D66 is een soort negentiende-eeuwse kiesvereniging, die niet sterk staat in de strijd omdat ze niet kan terugvallen op vaste beginselen, geen vaste supporters heeft en geen professionele partijorganisatie. Maar qua ideeën zijn ze hun tijd soms ver vooruit en staan ze al in de eenentwintigste eeuw.’
In veel opzichten zijn de Democraten voorlopers (geweest). Zo ook in de hoofdrol die zij, geïnspireerd door de Amerikaanse politiek, van meet af aan voor de lijsttrekker reserveerden. Wie D66 smalend afdoet als de Van Mierlo BV, zou zich eens moeten afvragen waar de PvdA op het ogenblik zou zijn zonder Kok, en hoeveel we van de VVD zouden vernemen zonder mannetjesmaker Bolkestein. Ja, politiek wordt gemaakt door mensen - en de andere partijen hebben dat ook ontdekt.
Reden te meer voor D66 om nu eindelijk de nieuwe lijsttrekker aan te wijzen. Ingewijden bezweren dat daarover nog geen duidelijkheid is, dat Van Mierlo echt nog niet weet of hij zelf de kar nog eens zal trekken, maar dat deze zomer de beslissing valt. 'Nee, het moet de komende maanden duidelijk worden’, waarschuwt D66-Europarlementariër Laurens-Jan Brinkhorst vanuit Brussel. 'En er is één man die dat gaat bepalen.’ Waarom zet die daar niet wat vaart achter? Brinkhorst, lachend: 'Heeft Hans ooit voortgemaakt met enige beslissing?’
Maar Van Mierlo - die volgens de Jonge Democraten en volgens veel volwassen D66'ers de eer aan zichzelf moet houden - heeft geen tijd te verliezen. Er zijn nog veertien maanden te gaan tot de verkiezingen en hij weet als geen ander dat de lijsttrekker belangrijk is voor de peilingen en dat de peilingen belangrijk zijn voor het zelfvertrouwen en de uitstraling van een partij en dus voor de verkiezingscampagne. D66 kan zich niet nog meer vaagheid permitteren. De partij is onzichtbaar in deze coalitie, schrijven de kranten immers al tweeëneenhalf jaar.
OF WE NU BLIJ moeten zijn met het paarse beleid of niet, zeker is dat het een hoog D66-gehalte heeft. En niet alleen omdat de partij in het midden zit, daar waar links en rechts elkaar nu eenmaal vinden. Ruimere winkelsluitingstijden, flexibilisering - D66 riep het twintig jaar geleden al. 'Als het kabinet alleen maar zou bestaan uit D66'ers, zou je ongeveer dit beleid krijgen’, zegt Wolffensperger. 'Vooral op de belangrijkste sociaal-economische punten worden beslissingen genomen die ons gedachtengoed weerspiegelen. Zie de Ziektewet, zie de WAO.’ Of de kiezer dat ook inziet is echter de vraag, geeft hij toe.
D66 vindt de wereld te complex om die vanuit een beginsel te bekijken, en daar valt natuurlijk veel voor te zeggen. De Democraten wensen te kijken met de open blik van de intellectueel, niet gehinderd door beperkende dogma’s. Ze beginnen met twijfelen, dan gaan ze eens afwegen, nogmaals de voor- en nadelen op een rijtje zetten, om tenslotte met een genuanceerd, pragmatisch antwoord te komen.
D66 is eerder een mentaliteits- dan een programpartij en is ook daarin lange tijd voorloper geweest. Dezer dagen zijn alle politieke partijen bovenal pragmatisch, alleen minder openlijk. Waar D66 kan zeggen: deze beslissing lijkt ons het verstandigst, moeten de anderen er nog bij verzinnen waarom die bovendien liberaal of socialistisch is. Ondertussen schudt Wim Kok zijn ideologische veren af, en als Bolkestein de Navo niet wil uitbreiden, vindt hij alleen GroenLinks aan zijn zijde. Links-rechtsdenken is niet meer van toepassing op de Nederlandse politiek. Het is in zekere zin het gelijk van D66.
MAAR TERWIJL de democraten met hun vurig gewenste paarse coalitie de verhoudingen in de Nederlandse politiek hebben opengebroken en hun gedachtengoed steeds meer wordt overgenomen door VVD en PvdA, plukken zij daar maar weinig vruchten van. 'Het is onze zegen, en tegelijkertijd ons probleem’, zegt Wolffensperger. Want politiek bestaat bij de gratie van polarisatie, maar D66 staat zo dicht bij het regeerakkoord dat er geen reden is om zich daartegen af te zetten. Waarmee de partij wat stilletjes en bleekneuzig overkomt.
Waar VVD en PvdA vechten om een been, gaat D66 er vaak mee heen. Om zich vervolgens met de staart tussen de benen uit de voeten te maken, in plaats van de buit trots te laten zien. Dat is natuurlijk ook voorzichtigheid. D66 heeft al zijn kaarten gezet op paars, en heeft het nu alweer voortdurend over Paars 2. Als dat mislukt, zit de partij onmiddellijk in een identiteitscrisis, want dan zijn er geen compromissen meer die de partij van 'het redelijk alternatief’ op haar conto kan schrijven.
Die onuitputtelijke redelijkheid is bovendien niet makkelijk te vatten in sappige one-liners. Hè?! denkt de kiezer, die al die nuances niet meer kan volgen. Saai, denkt de parlementair journalist, en bergt zijn blocnote weer op. D66 is de brug binnen paars, maar het nadeel is dan dat er dan ook vaak over je heen wordt gelopen. 'PvdA en VVD zijn bezig ons zo'n beetje weg te duwen’, zegt Glastra van Loon. 'Maar natuurlijk’, zegt Brinkhorst. 'Zij zijn er alleen maar op uit om de winst van D66 terug te brengen tot nul.’
En die kans krijgen ze omdat D66 het machtspolitieke spel slecht beheerst. In het debat over de Hogesnelheidslijn opteerde D66 voor de milieuvriendelijkste variant - om er in één adem achteraan te zeggen dat andere opties ook bespreekbaar waren.
'We kunnen ons niet profileren door ons af te zetten, dus moeten we zoveel mogelijk met ideeën komen’, zegt Wolffensperger. 'Dat doen ze juist niet voldoende’, zegt Van Praag. 'Ze springen te weinig in met constructieve bijdragen.’ En anders laten ze de andere partijen ermee aan de haal gaan. Zo profileert de PvdA zich nu als de partij die Nederland de eenentwintigste eeuw zal binnenleiden, maar Wijers zette het thema van de grote infrastructurele projecten als eerste op de politieke agenda. Kok nam het over en noemde het zijn Agenda 2000. Van D66 is over dat thema sindsdien weinig meer vernomen.
Al sinds 1966 hameren de Democraten op meer democratische besluitvorming en een minder autoritaire bestuurscultuur. En wie zou dat niet willen? Nu is er dan heel democratisch een 'verkenningsfase’ afgekondigd voor de besluitvorming rond de tweede Maasvlakte. Maar het zijn Jorritsma en De Boer die daarmee pronken. Dit is een typisch D66-issue maar die partij ziet niet de kans het binnen te slepen als politieke winst.
'D66 moet veel alerter zijn welke dingen zij kan claimen als succes’, zegt Van Praag 'PvdA'ers zijn in het politieke spel, zeker als ze ergens winst zien, keihard en redelijk onbetrouwbaar. Weken vooruitlopend op wat er besloten gaat worden, doen PvdA-kamerleden voorzetten die al heel dicht tegen het kabinetsstandpunt aanliggen. Als het kabinet dat dan inderdaad besluit, kunnen zij dat claimen. D66 doet dat zelden of nooit.’
'Wij zijn het meest veranderingsgezind, maar vaak worden de veranderingen door andere partijen gerealiseerd’, zegt Herman Kernkamp, D66-wethouder en locoburgemeester in Utrecht, spijtig. Ondertussen legt fractievoorzitter Wolffensperger de laatste hand aan de discussienota Voor de verandering en vertelt hij nog eens enthousiast over de pijlers van de partij - 'voor die mensen die D66 nog altijd wat wazig vinden’ - en over alle ideeën die er leven voor de toekomst van Nederland.
'We hebben genoeg ideeën die de moeite waard zijn maar we slagen er vaak niet in om die direct politiek te vertalen’, zegt Kernkamp. 'En misschien strekt ons dat wel tot eer.’
DIE OPMERKING mag typerend heten. Een beetje zelfgenoegzaaam, een tikje te keurig. D66'ers spreken nooit voor hun beurt, en zeker niet met stemverheffing. 'Er zijn weinig straatvechters’, geeft Schuyer toe. 'Dat zit niet in onze genen.’ 'Onze kiezers willen dat ook helemaal niet’, weet Wolffensperger.
Glastra van Loon observeert vanuit de Eerste Kamer: 'De voorlieden van PvdA en VVD zetten voortdurend een grote bek op, want vaak is het niet meer dan dat. De twee grote vechters in de arena zijn Kok en Bolkestein. Die staan tegenover elkaar alsof het alleen maar om hen beiden gaat. Zij zorgen voor het drama en krijgen dus alle publiciteit. Bolkestein blinkt daarin uit, maar ook Kok is een macho, al merk je dat niet omdat hij zo rustig spreekt.’
'Onze nieuwe lijsttrekker’, voegt Van Loon daaraan toe, 'moet daarom niet óók de eigenschappen van een kemphaan hebben, maar moet er tussenin gaan staan met rustige overtuiging. Dat zou het beste gedaan kunnen worden door een vrouw. En ik vind Els Borst geknipt voor die rol. Die zegt niet maar wat om te scoren, maar omdat ze het meent. Haar integriteit zal veel kiezers trekken.’
Hij memoreert de manier waarop Sorgdrager bijna onderuit werd gehaald in het debat over Van Randwijcks gouden handdruk. 'Wolffensperger werd toen verweten dat hij onvoldoende voor haar opkwam, maar veel belangrijker was dat Wallage, tegen alle afspraken in, opeens optrad als fractievoorzitter en de zaak daardoor opeens veel meer gewicht gaf. Wolffensperger had het bewust aan de woordvoerder overgelaten, Bolkestein hield zich ook aan de afspraak, maar door de toonhoogte van Wallage kwam Sorgdrager in het nauw. Dat zijn smerigheden in de politiek die de PvdA zonder blikken of blozen uithaalt.’
Het is de charme en tevens de tragiek van D66: politiek is (óók) smerig en D66 is dat niet. Het is de vraag of de keurige Els Borst - haar naam valt vaker - de partij meer profiel kan geven.
'Ik denk dat ons grootste probleem is dat we naïef zijn, en daar nog trots op zijn ook’, zegt Kernkamp. 'We zijn ook zo verrekte harmoniegericht. Het zijn allemaal redelijke, leuke mensen bij D66. Soms wat te jong, vaak wat te weinig machtsbelust, maar er zitten geen opportunisten bij D66. Daarvoor maken we, eerlijk gezegd, ook te veel fouten.’
'We hebben wat suïcidale neigingen’, vindt Brinkhorst. 'Als de druk erg groot wordt, kijken we niet naar wat de anderen verkeerd doen maar gaan we geweldig wroeten in onszelf.’
'We moeten’, zegt Glastra van Loon, 'agressiever worden. En dat kan ook op een keurige manier - de Engelsen zijn daar meesters in.’
Laurens-Jan Brinkhorst kan het ook. 'D66 moet sterker de agenda van het begin van de eenentwintigste eeuw bepalen’, zegt hij bevlogen vanuit Brussel. 'Als je dat aan Bolkestein overlaat, wordt Nederland een ontzettend egoïstisch, naar binnen gericht land. Dan worden we een soort vrijhandelszone en dan kun je het Europa met een menselijk gezicht - in de manier waarop met buitenlanders wordt omgegaan, waarop de inkomensrijkere solidair zijn met de inkomensarmere gebieden - wel vergeten. Dan krijg je opnieuw nationalisme. Ik zeg: wie op de VVD stemt, stemt op de nationaal-liberale partij.’
Hear, hear! Brinkhorst moet razendsnel als coach naar Nederland worden teruggehaald, voordat zijn partij aan bescheidenheid ten onder gaat.