Stefan Hertmans, Harder dan sneeuw

Te veel aanzet

Stefan Hertmans

Harder dan sneeuw

Meulenhoff, 284 blz., € 17,50

Op een dag krijgt uitgeverijmedewerker John de Vuyst een enveloppe met vreemde stempels erop, «een soort combinatie van cyrillisch en Arabisch schrift». Er zit een brief in die hetzelfde onleesbare handschrift bevat en dit schrift komt sterk overeen met de opschriften op een munt van de Khazaren, een volk «dat ergens in de buurt van de Kaukasus leefde tussen 650 en 950», en dat twee religies tegelijk aanhing. Tegelijkertijd vinden op verschillende plaatsen grote bomaanslagen plaats en uit persberichten blijkt dat men de daders vooral in de buurt van Azerbeidzjan moet zoeken, in de buurt dus van waar de Khazaren leefden.

Men begrijpt, dit wordt een roman waarin de held betrokken raakt bij een sinister complot dat niets meer of minder dan de grondslagen van de hele westerse beschaving aan het wankelen zal brengen. En uiteraard bereidde ik me alvast voor op een cynische held, gepeperde seksscènes, ontvoeringen, onbegrijpelijke moorden, vermommingen en raadsels die uiteindelijk opgelost worden. Dat laatste komt er jammer genoeg niet van. Hertmans had er blijkbaar geen zin in het plot helemaal rond te krijgen en dus krijg je op de laatste vijf bladzijden niet een schurk die vlak voor hij de afgrond in wordt geduwd nog even uitlegt hoe het allemaal in elkaar zat.

In zijn stijl sluit Stefan Hertmans aan bij de jachtige, harde-kerelsstijl, die bij dit genre naadloos lijkt te passen. Zie de eerste zin: «Het was een windstoot als een klap van een reusachtige hand; de auto leek een onverhoedse, gemene duw te krijgen.» Natuurlijk weten wij, doorgewinterde lezers van dit type boeken, dat dit begin in een klap de toon en de sfeer van de hele roman wil neerzetten. Die reusachtige hand, dat is dat complot, die windstoot en die gemene duw, die vertegenwoordigen uiteraard het noodlot dat de wereld van de held zal laten instorten.

Je zou zeggen dat in dit boek alle bouwstenen voor een pakkende avonturenroman aanwezig zijn, maar ik kreeg er niet het gevoel bij dat dit soort boeken zo onweerstaanbaar kunnen maken. Dat dromerige gevoel van betrokkenheid bij de onverschrokken held, die blijde verrassing bij de razendsnelle plotwendingen en de kinderlijke blijdschap over exotische taferelen in onbekende landen waar nog het recht van de sterkste openlijk wordt uitgeoefend. Ach, was ik zelf een schurk met een glazen oog en onjuiste beleggingen: vrouwen uit alle windstreken en van alle leeftijden zouden mijn deel zijn. Maar Hertmans kreeg het gevoel bij mij niet voor elkaar. Ik geloofde zijn plot niet genoeg, terwijl ik voor een onwaarschijnlijkheid meer of minder niet terugschrik. Te veel is onduidelijk en onuitgewerkt.

Als je het goed bekijkt is helemaal niets uitgewerkt. De verhalen over de Oost-Europese origine van alle joden blijven geheel in de lucht hangen en het idee dat er een bom in de maak is die alleen Arabieren kan doden, berust natuurlijk nergens op. Maar Hertmans komt er toch keer op keer mee aanzetten. Zonder dat er verder iets mee gebeurt. Het dubbelgangermotief van de man met de rode haren en het glazen oog blijft in aanzetten steken. Alles blijft een aanzet.

Zou deze roman dan een pastiche zijn over dit uitgekauwde, maar nog lang niet weggezette genre? Ik geloof er niets van. Daarvoor is de ernst van het geheel te groot, de liefdesscènes zijn te serieus, de dood van de moeder van de held is er te ernstig met de haren bij gesleept, het ge-oreer over allerlei actuele internationale zaken is te zwaar aangezet.

Hertmans wilde in eerste instantie een mooie, lekkere potboiler schrijven en hij haalde de ingrediënten allemaal bij de juiste potboilerbakkers in huis. Maar toen hij zelf aan de slag moest bleek het toch niet mee te vallen en nam hij zijn toevlucht tot allerlei bij dit genre ongepaste literaire trucs: bijvoorbeeld het onaffe plot, het niet-opgeloste raadsel en de verschillende vertelperspectieven. Hij nam het genre niet serieus genoeg. Misschien is er toch ook sprake geweest van onderschatting.

Maar ik heb geen zin hem al te hard aan te vallen over dit merkwaardige, ongelijke en niet erg avontuurlijke boek. Het ziet er de laatste jaren naar uit dat Hertmans bezig is zijn schrijfwijze grondig te veranderen en dit boek is een resultaat daarvan. Hij heeft blijkbaar zijn buik vol van zijn vroegere mooie, maar ook weinig spectaculaire prozawerk (zie bijvoorbeeld Naar Merelbeke uit 2001). In zijn laatste verhalenbundel Als op de eerste dag (2003) kwam hij al met een heel ander jargon aanzetten: porno en harde actie. Hij zoekt naar een nieuwe toon en stijl en probeerde die uit op dit genre. Voor lopig nog niet geslaagd.