Het diner

Te veel denken

Een paar keer zegt Paul Lohman, een werkloze geschiedenisleraar, in het verhaal dat hij de dingen te vaak ‘doordenkt tot hun ultieme consequenties’. Dat is een mooi, zelfbewust moment in Het diner, Herman Kochs satire over morele chaos.

Misschien verklaart dit spel met ongeoorloofde gedachten het succes van het boek. Immers, wie zo intens doordenkt over de dingen komt vanzelf uit op een afloop die in de echte wereld, die van het niet-denken, nauwelijks acceptabel zou worden geacht.

Het diner is inmiddels een regelrecht internationaal fenomeen. Vertaalrechten verkocht aan tientallen landen. Verfilming aangekondigd met als regisseur de filmster Cate Blanchett. In Nederland lopen de meningen over deze bestseller uiteen. Recent verbaasde Marja Pruis zich in De Groene Amsterdammer erover dat men in het buitenland zo enthousiast reageert. ‘Het diner is immers niet minder, maar ook niet meer dan a good read waarin de meligheid op de loer ligt en waarvan de plot de angel uit het boek haalt.’

‘Plot’ lijkt Menno Meyjes, regisseur van de Nederlandse verfilming, op het lijf geschreven. Hij werkt al jaren in Hollywood als scenarist voor onder meer Steven Spielberg en George Lucas en maakte een aantal jaren geleden ook zijn regiedebuut in Amerika. Zijn verfilming van Het diner ademt juist een on-Nederlandse visie: door zijn ogen gezien heeft Amsterdam, waar het verhaal zich afspeelt, opeens een duistere uitstraling. Het restaurant, primaire locatie voor de verhaalhandeling, is ultramodern, met oppervlakten van staal en glas die soms, door middel van beeldvervorming, effectief de mentale verwarring van de personages reflecteren. Daarnaast creëren scènes in achterstraatjes het beeld van een stad en een samenleving in verval. Deze elementen weerspiegelen de psychologie van plot en personage.

En toch slaagt de film er niet in de complexiteit van het verhaal te vangen. Het dilemma van Paul (Jacob Derwig) – wel of niet zijn zoon Michel (Jonas Smulders) aangeven die verantwoordelijk is voor de gruwelijke moord op een dakloze vrouw – vormt de kern. Maar in de film is zijn perspectief niet overheersend. In plaats daarvan focust Meyjes op het conflict tussen de vier ouders die met hetzelfde probleem worden geconfronteerd, naast Paul ook zijn echtgenote Claire (Thekla Reuten) en zijn broer Serge (Daan Schuurmans) en diens vrouw Babette (Kim van Kooten). Door de confrontatie met het kwaad in de gedaante van hun kinderen zijn ze allemaal machteloos, maar opeens blijkt Claire het antwoord te hebben. Meyjes tovert zijn Claire om tot een archetypische femme fatale, mooi gespeeld door de blonde Reuten die met haar wakkere ogen en gekleed in een rood jurkje werkelijk alle scènes overheerst. Waar Serge en Babette maar aanmodderen in hun poging een antwoord te vinden blijkt Claire geen last te hebben van stagnatie of machteloosheid. Dat komt doordat zij anders dan haar man weinig denkt. Ze ziet geen misdaad in de daad van haar kind. Haar moraal is gebaseerd op moederinstinct.

Uiteindelijk wordt de filmversie door deze wisselende perspectieven nauwelijks meer dan een voorproefje van de roman, of een samenvatting ervan. Misschien vergt Kochs satire een bredere blik, een soort Bonfire of the Vanities-achtig epos waarin de morele chaos en de repercussies van niet kunnen handelen door te veel denken écht tragische proporties aannemen.

Te zien vanaf 7 november