Profiel: Hans Dijkstal

«Te veel een politicus»

Maandagavond, Brasschaat, even over de Belgische grens. De klinkerweg rond het Kasteel van Brasschaat staat vol geparkeerd met auto’s uit de hogere prijsklassen, hier en daar een Nederlands kenteken. In net pak gestoken seniore heren begeleiden parfumwolken verspreidende dames naar de entree. Marmer op de vloeren, halogeenspots in het plafond; er valt geen historisch detail aan het kasteel te ontdekken. Partijmedewerkers, herkenbaar aan de VVD-button op het revers, dirigeren het gezelschap een trap af, een hoek om, naar een pastelkleurige zaal waar zo’n 150 rieten fau teuils in de richting van een podium staan opgesteld. Een camera staat gericht op Nina Brink, eens topvrouw van het teloorgegane internetbedrijf World Online. Ook deze Nederbelgische belastingvluchtelinge wilde graag Hans Dijkstal horen spreken. Tegen achten zit de zaal tjokvol.

«Zodra er twijfel is over de vraag of ik de goede wel ben, stel ik mijn zetel ter beschikking», had diezelfde Dijkstal in een vraag gesprek met de Volkskrant van november jongstleden gezegd. Het ging nog goed met de VVD toen dat interview werd afgenomen. In peilingen was de partij zelfs af en toe de grootste. Dijkstal werd door de krant neergezet als opvolger van Kok, als de nieuwe premier van Nederland. Niet alleen in de tekst, ook in de begeleidende foto’s. Waar veel andere VVD’ers zich met graagte laten portretteren achter het stuur van hun blinkende bolide, of al sigaar rokende op de veranda van een Goois optrekje, werd dit verhaal over Hans Dijkstal geïllu streerd met foto’s van de VVD-lijsttrekker in een windjack op een oerdegelijke Union-fiets met trommelremmen in de duinen bij Den Haag. Wim Kok had het in campagnetijd niet anders gedaan.

Twijfel over de vraag of Dijkstal de goede wel is, was de laatste maanden welhaast aan de orde van de dag. Vanaf het moment dat Pim Fortuyn zijn entree maakte in de Nederlandse politiek ligt de VVD-lijsttrekker flink onder vuur. De eerste desastreuze peiling rolde eind januari binnen, ongelukkigerwijze precies in het weekend van de Algemene Ledenvergadering op sportcentrum Papendal, waar werd besloten over VVD-verkiezingsprogramma en -kandidatenlijst. Om 28 zetels ging het, rampzalig heette dat toen (nu staat de partij op 24). Op Hans Dijkstal werd zware druk uitgeoefend. De partijbaronnen, de voorzitters van de lokale afdelingen van de VVD, eisten met zoveel woorden dat hun nieuw verkozen lijsttrekker zich duidelijk zou uitspreken over zijn premierschap én dat hij de strijd zou aangaan met Pim Fortuyn, toen nog de lijsttrekker van Leefbaar Nederland. De achterban verwachtte klare taal inzake vreemdelingenbeleid, fileproblematiek en al die andere traditionele VVD-thema’s.

De partij verlangde van Dijkstal dat hij stevig van leer zou trekken. Maar Dijkstal deed allesbehalve dat. In Nederland kennen we geen gekozen premier, redeneerde hij, en daarom zou het «staatsrechtelijk onjuist» zijn op zo’n manier campagne te voeren. In zijn langverwachte slottoespraak op Papendal noemde hij de naam van Fortuyn niet één keer. Dijkstal negeerde de druk vanuit zijn partij en bleef waar mogelijk het paarse beleid verdedigen. Hij bezwoer een campagne te willen voeren met nadruk op de uitgangspunten van de VVD, en niet te willen reageren op uitlatingen of programmapunten van het kale Rotterdamse gevaar. Voor de achterban was de redevoering een domper. Na Papendal werd de kritiek op hem luider en luider. Er werd zelfs getwijfeld of het lijsttrekkerschap hem wel op zijn lijf was geschreven, en volgens vertrouwd VVD-concept kwam erelid Hans Wiegel weer even om de hoek kijken. Partijvoorzitter Bas Eenhoorn zag het wel voor zich, Wiegel als premier. Maar hoeveel twijfel er ook was, Dijkstal stelde niet zijn zetel ter beschikking, zoals hij vijf maanden eerder nog in de Volkskrant had aangekondigd.

Afgelopen zaterdag kwamen de partijbaronnen bijeen om een definitief besluit te nemen over de te volgen koers. Na afloop bleek dat Dijkstal dan eindelijk toch is gezwicht. Hij beloofde zich feller op te stellen, zich steviger te gaan afzetten tegen Pim Fortuyn en in heldere «Jip-en-Janneke-taal» zijn standpunten weer te geven. Het in Den Haag verzameld journaille kreeg zaterdagmiddag meteen een voorproefje van de nieuwe Hans Dijkstal. «Wat mij als een graat in de keel steekt is dat wij in Nederland meer asielzoekers krijgen dan de landen om ons heen», verklaarde hij toen hem werd gevraagd een voorbeeld te geven van de vernieuwde eenvoudige VVD-boodschap. De predikaten links-liberaal en sociaal-liberaal, die Dijkstal vanaf zijn eerste politieke betrekkingen met trots heeft gedragen, schenen plotseling niet meer op hem van toepassing. De Dijkstal die sedert zijn aantreden in de Wassenaarse gemeenteraad in 1978 de meer gematigde lijn vertegenwoordigde, de Dijkstal die ten tijde van het Des Indes-beraad al met PvdA- en D66-vertegenwoordigers de weg bereidde voor het door de Wiegel-adepten zo verafschuwde paarse kabinet, de Dijkstal die in nóg selecter gezelschap met de «bende van Wassenaar» bij hem thuis de paarse puntjes op de i zette; díe Dijkstal moest maar zo snel mogelijk worden vergeten.

De Nederbelgen van de VVD-afdelingen Brussel en Antwerpen kregen in Brasschaat afgelopen maandag de primeur. Omdat de VVD de enige partij is die over deze aanzwellende groep economische vluchtelingen geen banvloek heeft uitgesproken — in België wonen inmiddels negentigduizend Nederlanders — hoeft Dijkstal niet direct te vrezen dat dit deel van het electoraat hem in de kou zal laten staan. Na het hectische Haagse weekje zou je denken dat de lijsttrekker de campagne nieuwe stijl op een vruchtbaarder locatie van start zou doen gaan, maar de bijeenkomst stond nu eenmaal zo gepland. En bovendien: zo content is de achterban nu ook weer niet over de tot nu toe gevaren koers. In België woont, laten we zeggen, de wat meer conservatieve vleugel van de partij. «Tot nu toe vind ik het VVD-optreden volkomen mislukt», zegt een van de aanwezige VVD-leden. «Dijkstal had zich veel meer moeten uitspreken tegen de linkse kerk. Hij is te veel een politicus.»

De als showmaster ingehuurde Martijn de Greve, in het dagelijks leven journalist bij Busi ness News Radio, vraagt «een warm applaus voor uw fractievoorzitter en uw lijsttrekker». De lange Dijkstal hupt het podium op. Achter hem staat een schermpje met de campagneleus: «Elke dag van de partij». Dijkstal vertelt dat hij op weg hierheen ter hoogte van de grens z’n chauffeur halt had laten houden. Hij was langs de weg op een heuveltje gaan staan en had in Nederlandse richting getuurd. Is het werkelijk zo’n rokende puinhoop? Is het onderwijs er echt zo’n rotzooitje? En de gezondheidszorg? «Ik erger mij mateloos aan de wijze waarop sommigen in de politiek menen Nederland in diskrediet te moeten brengen. Terwijl we in de toptien van meest welvarende landen staan.» Hij zegt niet te kunnen accepteren dat mensen als Fortuyn en Marijnissen het beeld oproepen van Nederland als ontwikkelingsland. Lieden die dat beweren zijn volgens hem «de weg kwijt». Achter in de zaal beginnen journalisten driftig op hun laptopjes te tikken. Dijkstal doet eindelijk wat de partij al zolang van hem verwacht: de strijd aangaan met Fortuyn. Liefst negen keer laat hij de naam Fortuyn in zijn speech wederkeren, onderwijl driftig, on-Dijkstals gebarend.

Dijkstal zegt Fortuyns verkiezingsprogram in boekvorm, De puinhopen van acht jaar paars, tot zich te hebben genomen. Veel is hij te weten gekomen over ’s mans jeugd, «waar ik liever niets van weet». Wij hebben allemaal onze belevenissen, zegt Dijkstal, «ik kan u verzekeren dat ik mijn portie ook wel heb gehad, maar dat zet je toch niet in een politiek pamflet?» Dit moet de «Jip-en-Janneke-taal» zijn die VVD-voorzitter Bas Eenhoorn zo vurig wenste. Dijkstal zegt dat hij in het boek op «bizarre, waanzinnige punten» is gestuit. Het kan toch niet dat Fortuyn mobiliteit wil afremmen door ambtenaren in hun buurt onder te brengen in speciale ICT-paviljoens, «terwijl hij gelijktijdig alle computers uit het onderwijs weg wil hebben»? En dan Fortuyns wens de dienstplicht opnieuw in te voeren. «Als land- en luchtmacht moeten worden afgeschaft, zal het overvol worden op die boten van de marine.» Economische vluchtelingen of niet, als Dijkstal de verdiensten van VVD-kamerlid Henk Kamp roemt, wiens plannen door tegenwerking van een kamermeerderheid van overwegend linkse partijen niet uitgevoerd konden worden, treedt de applausmachine in werking. Nog een Fortuyn-sneer: «Ik hoop niet dat Rotterdam onbestuurbaar wordt.»

De showmaster vraagt Dijkstal of hij bekomen is van het bewogen weekje. «Met mij gaat het wel goed nu», zegt hij. «Vergeet niet, er is in Rotterdam iets dramatisch gebeurd, stelt u zich voor dat niemand er wakker van had gelegen.» Vandaar de ophef binnen zijn partij, wil Dijkstal maar zeggen. In de zaal brult een man iets over de Schelde die uitgediept moet worden. De microfoon zwenkt naar een volgende spreker in de zaal. «Laatst sprak mijn Belgische buurman mij aan. Zeg Brammeke, wat is er in uw land aan de hand met die kaasbol met al z’n praatjes. Ik zei: de VVD heeft een motor die niet draait. Jullie moeten dringend de olie verversen.»

«Het is niet dat ik u uw vragen niet gun», zegt de showmaster, «maar we moeten door met het programma.» Enkele minuten later is dat ten einde. Journalisten nemen de VVD-lijsttrekker apart. Een mevrouw in bontjas, pumps aan de voet, overdadig opgemaakt, schuift hen terzijde: «Jullie zijn totaal links geworden, meneer Dijkstal. Vroeger met Wiegel, toen was de VVD tenminste nog rechts.»

De baronnen zullen echter tevreden zijn met het verhaal in België. Voor Dijkstal zelf blijft het wennen. Hoewel, VVD-kopstukken roemen de prachtige oneliners die de lijsttrekker ook de afgelopen jaren binnenskamers wist te produceren. Het uitspreken van die oneliners liet hij meestal aan anderen over. En wát tekstschrijvers voor Dijkstal zelf ook op papier zetten, hij kijkt er niet naar. Hij spreekt uit zijn hoofd, houdt een overwegend inhoudelijke redevoering zonder al te veel opzienbarende hoogtepunten. «Prima, al die bespiegelingen», zegt Ferry Houterman, Amsterdams VVD-prominent en campagnespecialist, «maar in campagnetijd moet je meer staccato spreken en met korte statements komen. Fortuyn vraagt er gewoon om hard aangevallen te worden. Dat vindt hij prettig. Hans moet met mannentaal komen, zonder rechts door te slaan.»

Mannentaal, dat was na het vertrek van Frits Bolkestein als VVD-leider meer iets voor Henk Kamp, Pieter Hofstra en Geert Wilders — Dijkstals drie adjudanten die stonden voor de harde lijn in de kamerfractie. Dijkstal was de man met het oliekannetje, eerst als vice-premier onder Paars-1, waar hij de lieve vrede in het kabinet bewaakte, de laatste vier jaar als fractievoorzitter van de op een na grootste regeringsfractie. Niettemin werd hij in 1999 kamerlid van het jaar. Asielwoordvoerder Henk Kamp vindt het begrijpelijk dat Dijkstal nu met het asielbeleid aan de haal gaat om de Fortuyn-stemmers na de gemeenteraadsverkiezingen weer terug te halen. «Dijkstal heeft mij indertijd gevraagd het te gaan doen en in vier jaar heb ik geen moment tegenwerking gehad. Al zei hij niet veel, ook hij vindt immigratiebeperking belangrijk. De boodschap is alleen iets genuanceerder. Dat hij grote groepen in de samenleving niet negatief wil benaderen, wat Fortuyn lijkt te doen, vind ik een goed uitgangspunt.»

Boven, aan de bar. Dijkstal tracht de kritiek van een handjevol ontevreden VVD-ers te pareren. «Herinnert u zich die Gümüs nog», zegt hij. «Het hele land was in rep en roer over een illegaal.» Z’n gehoor luistert niet. «Waarom zou ik niet op Fortuyn stemmen?» zegt een rood aangelopen Nederbelg die zich voorstelt als Jacques Verduijn, reeds twaalf jaar woonachtig in België. Er is recentelijk vier keer bij hem ingebroken, zegt hij. Dat het op Belgisch grondgebied is, maakt niet. «Het is diezelfde Joegoslavische bende waar u het in uw speech over had», zegt hij. Dijkstal excuseert zich. De camera van Den Haag Vandaag wacht. «Ik garandeer u dat een hoop VVD-stemmers als ik Fortuyn gaan stemmen», roept Verduijn hem na. «Natuurlijk, ik weet dat hij er een puinhoop van gaat maken», zegt hij tegen z’n vriend T. Wintermans, die hem tot bedaren tracht te brengen. «Fortuyn heeft vast geen oplossingen», raast Verduijn voort, «maar hij luistert tenminste naar het volk. De zittende politici niet. We voelen ons bedonderd. Zagen jullie ook die Belgische minister bij Buitenhof, zondag? Die had vroeger een kroeg, dan heb je de arrogantie niet.»

Volgens Verduijn is de hele avond een «marketingspel» geweest. «Er was niks spontaans aan. We zijn beziggehouden. Die vragen waren voorgekookt.» De heer Gips, tandarts in ruste, nipt aan een glas witte wijn. «Ik heb geen hoge pet op van die Pim Fortuyn», zegt hij, «maar ik weet niet of onze Hans Dijkstal de strijd met hem wel aankan. Het was beter vanavond, maar nog lang niet perfect. Als Wiegel hier had gesproken, was het dak eraf gegaan.»

Op een tafel bij de uitgang vindt het NederBelgischMagazine, voor Nederlanders in België en een ingestoken kiezersregistratieformulier gretig aftrek. In het voorwoord roept Robert Maarschalkerweerd op «om uw stem in Den Haag te laten horen», vooral omdat «Nederland over pensioenuitkeringen aan Nederbelgen vanaf 1 januari 2003 gaat heffen».