José Saramago zorgt voor opschudding in Portugal

Te veel politici, te weinig politiek

In zijn nieuwste boek Ensaio sobre a lucidez stelt de Portugese Nobelprijswinnaar José Saramago de parlementaire democratie ter discussie. Zijn remedie: een overwinning van de blanco stem. Wederom wordt hij beschuldigd van blasfemie.

Al maanden voordat zijn nieuwe roman Ensaio sobre a lucidez (Essay over de luciditeit) verscheen, kondigde José Saramago, de Nobelprijswinnaar van 1998, een «duivelse polemiek» aan die in hevigheid de commotie zou overtreffen rond O evangelho segundo Jesus Cristo (Het evangelie volgens Jezus Christus), waarmee de Portugese schrijver zich in 1992 de woede van de conservatieve vleugel van de katholieke kerk op de hals haalde. De profetie werd vervuld: de nieuwe Saramago sloeg bij verschijning in als een bom en stond garant voor verhitte debatten en hoge verkoopcijfers.
Dit keer boort Saramago geen religieus taboe aan, maar een taboe dat wellicht nog dieper ingrijpt: in Ensaio sobre a lucidez wordt de parlementaire democratie ter discussie gesteld, met de media erbij. Saramago is al uitgemaakt voor «antidemocraat», «stalinist» en «tegen stander van de westerse waarden». Hier is kortom sprake van een behartenswaardig boek.
In Saramago’s nieuwste allegorie worden in een imaginair land verkiezingen gehouden. Als de stemmen zijn geteld blijkt zeventig procent van de kiezers een blanco stem te hebben uitgebracht. Verwarring alom. Besloten wordt de verkiezingen overnieuw te doen. Dit keer stemt tachtig procent blanco. Wat volgt is de totale ineenstorting van het systeem en de belofte van een nieuw tijdperk, dat niet langer wordt overheerst door de schijntegenstellingen tussen «links» en «rechts». Ensaio sobre a lucidez is voor Saramago’s doen een erg optimistisch boek, doch zijn critici zien er vooral een bevestiging in van Saramago’s veronderstelde orthodox-communistische sympathieën.
In elk geval heeft Saramago duidelijk gemaakt dat hij de blanco stem als politiek wapen ook graag buiten zijn roman in praktijk ziet gebracht. In Spanje stemden bij de voorlaatste verkiezingen al zevenhonderdduizend mensen blanco, en in Frankrijk is er zelfs een blanco-partij. Ook in Nederland was er al eens een stem-blanco-beweging. In Argentinië behaalde de blanco stem al eens een overwinning, maar dat was een verkapte stem op de op dat moment verboden Peronistische Partij.
«Een handjevol blanco stemmen is een grap. Een blanco meerderheid is een machtig politiek wapen», aldus José Saramago. In zijn kafkaesk getinte politieke satire groeit de blanco stem uit tot een vreedzame revolutie. De blanco stem is in werkelijkheid inderdaad een legitiem instrument in de parlementaire democratie. In tegenstelling tot wat velen denken is een blanco stem niet ongeldig en wordt ze bij de tellingen wel degelijk apart geregistreerd. Het is dus inderdaad mogelijk dat de blanco stem op een dag uitgroeit tot een machtsfactor. Alleen: door wie zou die macht moeten worden bekleed? Het is die vraag die in Saramago’s boek centraal staat. De traditionele machten verliezen hun legitimiteit en daarmee gaat een heel systeem teloor. Wat te doen?
Bij de presentatie van Ensaio sobre a lucidez, verleden maand in Lissabon, trad Saramago in discussie met twee vaandeldragers van de Portugese democratie: oud-president Mário Soares namens links en ex-minister (en wellicht presidentskandidaat in de toekomst) Marcelo Rebelo de Sousa namens de rechterflank. Van beide kanten kreeg de schrijver het hard te verduren, al weigerden ze Saramago af te doen als een antidemocraat, zoals zijn vele Portugese tegenstanders deden.
Saramago (81) liet weten dat het hem er inderdaad om te doen is geweest de praktijk van de parlementaire democratie ter discussie te stellen: «In deze wereld wordt alles ter discussie gesteld, alles is onderwerp van debat, maar de democratie is daarvan verschoond, is zuiver, ontoegankelijk, onaanraakbaar.» In werkelijkheid, aldus de schrijver, is de parlementaire democratie helemaal niet zo zuiver, want ze wordt achter de schermen gemanipuleerd door de economische machten die het echt voor het zeggen hebben. De vrije pers, die dit alles ten minste kenbaar zou moeten maken, slaagt daar niet in, deels uit onmacht, deels omdat zij op «kameleontische wijze» met ditzelfde systeem is verknoopt en «dienstbaar» is aan deze belangen, aldus Saramago: «De regeringen zorgen ervoor dat de economische machten zo weinig mogelijk obstakels op hun weg vinden.»
Saramago benadrukt dat hij niet tegen de democratie op zich is. Alleen het huidige partijenstelsel is wat hem betreft een achterhaald fenomeen. Tegenover het weekblad Visão verklaarde hij: «De politieke partijen zijn niet gecreëerd in het paradijs, door Adam en Eva, ze hebben een beperkte levensduur van hooguit twee of drie eeuwen. Ze gaan niet voor eeuwig mee. Het zou daarom goed zijn voor ons burgers om ons daarop voor te bereiden. Natuurlijk, ideologieën sterven nooit uit. Maar daarom zouden we nog niet afhankelijk van partijen hoeven te zijn, er zijn andere vormen om die ideologieën te organiseren, om met nieuwe vormen en ideeën te komen, uit de samenleving zelf ontsproten. Partijen zijn niet van goddelijke komaf. Vroeger zei men dat er buiten de kerk geen verlossing mogelijk was, nu zegt men hetzelfde van de partijen.»
Zulke uitspraken zetten kwaad bloed bij een groot deel van de Portugese commentatoren. Voortdurend schermen zij met het communis tische verleden van Saramago. Hij stelt het democratische systeem ter discussie omdat hij geen democraat is, luidt de kern van de kritiek.
Saramago behoort inderdaad van oudsher tot de militanten van de PCP, de communistische partij van Portugal, die nog altijd een machtsfactor van belang is. Vijf jaar geleden, bij de dood van fadoster Amália Rodrigues, baarde Saramago nog groot opzien met zijn mededeling dat Amália — tot dan toe beschouwd als het symbool van de Estado Novo van dictator Salazar — in het geheim de communistische partij had gesteund met geld. Het gaf aan dat hij goed vertrouwd was met de binnenwereld van de partij waarvan Henry Kissinger vreesde dat ze na de Anjerrevolutie in Portugal de macht zou veroveren.

Saramago trad in 1969 toe tot de PCP, de toen nog verboden partij van de charismatische verzetsheld Álvaro Cunhal. Als adjunct-hoofd redacteur van de krant Diário de Notícias stond Saramago direct na de Anjerrevolutie van 25 april 1974 bekend als een communistische hardliner. Zo zou hij verantwoordelijk zijn voor het ontslag van 24 journalisten van de krant die het hadden gewaagd de veronderstelde communistische koers van de krant te bekritiseren. Saramago zou later alle verantwoordelijkheid voor dit massaontslag ontkennen. In 1976 verliet hij de journalistiek om zich aan de literatuur te wijden. In 1987, bij de Portugese parlementsverkiezingen, was Saramago kandidaat namens de CDU, een kleine, radicaal linkse partij waarvoor hij als lijstduwer fungeert bij de komende Europese verkiezingen. Critici stellen dat het hypocriet is van Saramago om te functioneren binnen een systeem waarvan hij zelf beweert dat het «bedrieglijk» is.
Zowel de PCP als de CDU nam de belaagde schrijver in bescherming. Ze stelden in hun reacties op Ensaio sobre a lucidez dat Saramago slechts een literaire allegorie heeft geschreven, en geen verkapt stemadvies. Dat laatste mag echter worden betwijfeld: tijdens het debat met Mário Soares en Marcelo Rebelo de Sousa gaf de Nobel-laureaat wel degelijk aan dat hij in de toekomst graag ziet dat de blanco stem vaker wordt toegepast om het ingeslapen politieke establishment wakker te schudden.
Dat Saramago zich geen illusies maakt over de Portugese politiek is bekend: «Er zijn hier te veel politici, ook bij de pers, en er is te weinig politiek.» De schrijver toont zich ook niet erg begaan met de aanstaande viering van de dertigste verjaardag van de Anjerrevolutie: «Zonder de Anjerrevolutie zouden we precies even ver zijn als nu. Europa zou niets anders hebben toegestaan. De revolutie was op zich goed maar nu hebben we het woord aan de stilte gegeven, de stilte van de apathie, inertie, alsof we niets te maken hebben met het land waarin we leven.»
In de jaren negentig toog Saramago in vrijwillige ballingschap naar het Spaanse eiland Lanzarote, verontwaardigd over de lobby van de Portugese regering van Cavaco Silva die wilde voorkomen dat Het evangelie volgens Jezus Christus werd bekroond met de Europese literatuurprijs. Saramago eiste officiële excuses van de Portugese staat, maar kreeg die nooit. Hij blijft dus in Spanje wonen, al betaalt hij belasting in Portugal en brengt hij ook daar zijn — blanco? — stem uit.
Saramago’s permanente aanvaring met het conservatieve volksdeel van Portugal komt vooral voort uit de controverse rond zijn als blasfemisch en onchristelijk aangemerkte roman over Jezus, waarin de heiland niet als een godheid maar als een gewoon mens wordt beschreven. De verontwaardiging werd overigens lang niet door iedereen binnen de Heilige Moederkerk gedeeld. Bisschop Dom Januário Torgal Ferreira van Porto nam het voor de auteur op en stelde dat Saramago een succesvolle poging had ondernomen de tolerantie binnen de kerk te testen: «Saramago heeft het gezicht van de kerk gewassen.» In het algemeen is Saramago in conservatieve kring in Portugal weinig populair. «Alleen iemand zonder enige literaire scholing kan denken dat Saramago een geweldige schrijver is», schreef de conservatieve politicus en literair criticus Vaso Pulido Valente in het weekblad O Diabo.
Saramago zelf gelooft niet dat de blanco stem daadwerkelijk een oplossing is voor de dilemma’s van de wereld: «Het boek zal niets veranderen aan hoe de wereld in elkaar steekt, maar ik zou graag zien dat het iets verandert in de geest van degene die het leest.»

Ensaio sobre a lucidez komt volgend jaar in Nederlandse vertaling uit bij Meulenhoff