United States of Trump #19: Sanders stopt

Te voorzichtig

Groene-redacteur Casper Thomas schrijft vanuit Washington over het Amerika van Donald Trump. In aflevering negentien: Sanders stapt uit de race. Tijd voor een autopsie van de revolutie.

Steunbetuigingen voor Bernie Sanders © Patrick Semansky / AP

Bernie Sanders staakt zijn campagne, maar blijft formeel presidentskandidaat om zoveel mogelijk druk uit te kunnen oefenen op de agenda van de Democraten. Na twee mislukte pogingen om van buitenaf het presidentskandidaatschap namens de Democraten te veroveren, wordt ‘the bern’ op een waakvlam gezet. De fase die nu aanbreekt is die van autopsie van de revolutie.

De komende tijd zal er worden teruggeblikt op waar het misging voor Sanders. Ieder antwoord kun je in een van twee categorieën plaatsen. 1) Sanders had moeten winnen, maar externe factoren blokkeerden zijn pad naar het presidentskandidaatschap. Noem het de hegeliaanse blik, vooral in trek bij Bernie-fans. Sanders als president was de onvermijdelijke koers van de geschiedenis die werd gedwarsboomd. Categorie 2) zoekt de oorzaak bij Sanders en zijn campagne zelf. 

Als voorschot hier een aantal diagnoses die onvermijdelijk in de verschillende autopsierapporten zullen opduiken, uit beide categorieën:

De democratische partij-elite heeft Bernie voor de tweede keer aan de kant geschoven. Met deze stelling kwam de Trump-campagne aanzetten nadat Sanders aankondigde te stoppen. Zo hoopt Trump teleurgestelde Bernie-kiezers naar zijn kamp te halen. Het is een variant op de klacht die klonk uit kamp-Bernie: de top van de Democratische partij spant samen tegen onze kandidaat. Journalistiek onderzoek zal hopelijk uitwijzen of er centrale regie zat achter het moment waarop alle kandidaten stopten en zich vlak voor Super Tuesday achter Biden schaarden – Elizabeth Warren uitgezonderd.

Maar belangrijker is het moment dat daaraan voorafging. Sanders verloor met aanzienlijke marges in South-Carolina, net als vier jaar geleden. Sanders had vier jaar de tijd om een groter deel van de Afro-Amerikaanse kiezers voor zich te winnen, maar slaagde daar onvoldoende in. In South Carolina koos 48 procent van de stemmers voor Biden, en 61 procent van de zwarte kiezers, mede dankzij een cruciale steunbetuiging van partijgigant Jim Clyburn. Geen enkele andere kandidaat kwam daar bij in de buurt. Voordat Sanders’ rivalen de gelederen sloten, liet een onmisbaar deel van het electoraat weten niet mee te willen doen aan de revolutie. Als Sanders in eerste instantie opzij was geschoven, was het door kiezers.

Het is de schuld van Elizabeth Warren. Als enige tegenkandidaat met een sterk progressieve agenda heeft Warren het verwijt gekregen dat ze Bernie’s electoraat in tweeën spleet. In principe is het omgekeerde natuurlijk even waar. Waar twee kandidaten strijden om dezelfde kiezer, zijn beiden verantwoordelijk voor de opdeling. Niemand heeft a priori recht op een kiezersgroep. De vraag is of de twee elkaar echt hebben dwarsgezeten. In Texas was het aantal stemmen voor Sanders en Warren bij elkaar opgeteld ontoereikend om Biden te verslaan. Een andere goede peilstok is Michigan, waar Sanders 36,4 procent van de stemmen won, zonder last te hebben van progressieve concurrentie in de gedaante van Warren. Die was op dat moment al uit de race gestapt. Biden won alsnog, met ruim de helft van de stemmen. In Michigan was het de revolutie tegen de restauratie, in een een-op-een gevecht. De laatste trok meer kiezers.

Dollars uit het bedrijfsleven werden ingezet om Sanders tegen te houden. De Amerikaanse verkiezingen draaien om geld, zo is het bekende beeld. Maar deze ronde lijkt die wijsheid te ontkrachten. ‘Ik was de arme kandidaat’, grapte Joe Biden in een debat met Sanders. Inderdaad had Bernie een goedgevulde campagnekas, dankzij talloze kleine donaties van kiezers. Biden was praktisch blut. Als geld inderdaad doorslaggevend is, dan had Sanders moeten winnen. Daarbij is ‘corporate money’ een rekbaar begrip. Sanders was zeer populair bij de werknemers uit de tech-industrie. Apple-personeel gaf van alle kandidaten het meest aan Sanders. In de campagnespotjes en boeken waarin Sanders de greep van het bedrijfsleven op de politiek aan de kaak stelde, ligt het accent dan ook op klassieke industrie: banken, vliegtuigmaatschappijen, de farmaceutische sector. Buiten de oproep om Big Tech op te breken, hield Sanders Silicon Valley buiten schot.

De media voerden campagne tegen Sanders. Dit lijkt vooral voor de tv-zenders te gelden. Een grote krant als The New York Times publiceerde anti-Sanders-stukken, maar heeft ook een columniste als Elizabeth Bruenig, die juist uitgesproken pro-Sanders is. In een van haar stukken maakte Bruenig het punt dat Sanders in tegenstelling tot andere kandidaten geen steun kreeg van de ‘pundits’, de politieke commentatoren. Nog los van het feit dat ze zelf een pundit is, zijn er publicaties als The Intercept van Glenn Greenwald en het nieuwe Current Affairs van Nathan Robinson, beiden pundits die voor Sanders pleitten. Ook het tijdschrift The Nation steunde Sanders expliciet. Het Amerikaanse medialandschap hangt aan elkaar van zeer specifieke politieke voorkeuren.

Sommige publicaties steunden Sanders, de meeste niet. Net als de kiezers eigenlijk. 

Sanders trok onvoldoende nieuwe kiezers. Een massale opkomst van jongeren bij de stembus was de manier waarop de Bernie-campagne dacht te winnen. Uit onderzoek van Brookings bleek dat Iowa de enige staat was waar de opkomst van kiezers tussen de 17 en 29 hoger was in dan in 2016. In Texas, de rapst groeiende staat van Amerika, kwamen er deze keer minder jonge kiezers naar de stembus dan vier jaar geleden. De jongerenrevolutie, en daarmee ook de Sanders-campagne, was achteraf gezien haar hoogtepunt al voorbij.

Bernie vocht twee campagnes tegelijk. ‘Ik heb nieuws voor het Republikeinse establishment. Ik heb nieuws voor het Democratische establishment. Ze kunnen ons niet tegenhouden’, twitterde Sanders eind februari. Het idee van strijd tegen de Democratische partij was een terugkerend thema in zijn campagne. Tegelijk kwam het Sanders-team met spotjes waarin Obama – méér establishment wordt het niet – lovende woorden sprak over Bernie. Misschien kan het niet allebei tegelijk, tegen een partij zijn en erbij willen horen. Sommigen vonden dat hij had moeten kiezen. ‘Uiteindelijk verloor Sanders omdat hij niet het lef had te doen wat Trump deed: onbeschroomd breken met het eigen partijestablishment’, concludeerde Bruno Maçães, auteur van History Has Begun: The Birth of a New America. Een interessante gedachte. Misschien was Sanders te voorzichtig.

De boeken die uiteenzetten waarom de Sanders-revolutie faalde zullen ongetwijfeld geschreven worden, en zoals bij iedere revolutie zullen de rivaliserende verklaringen over elkaar heen buitelen. Onmiskenbaar is dat duizenden kiezers niet vonden dat Sanders de beste kandidaat is om het tegen Trump op te nemen. Voor nu geldt: links zette zijn geld opnieuw op Sanders en verloor. Het midden keek liever terug dan vooruit en kwam met Joe Biden. Voor de Democraten zijn de voorverkiezingen twee passen op de plaats.