Te weinig stank

De KRO heeft een prachttraditie in dramaseries voor kinderen. Categorie die in leden noch geld veel revenuen oplevert. Toch leken voor Hamelen, Oebele, Q en Q kosten noch moeiten gespaard. Het is niet voor niets geweest: er moeten volop twintigers en dertigers rondlopen voor wie die series het type aangename herinnering oproepen dat voor mijn generatie is verbonden aan de jeugdboeken van Gebr. Kluitman te Alkmaar en aan als magisch ervaren hoorspelen.

Zou De legende van de bokkerijders, waarmee de KRO na lange afwezigheid de draad heeft opgepakt, later hetzelfde effect hebben? Die kans is alleen al kleiner door de overkill aan beelden die kinderen nu over zich heen laten komen. Hamelen zal wellicht nog groepsgewijs zijn bekeken bij buren met televisie - sociale gebeurtenis die beklijft als bezoek aan bioscoop en circus. De bokkerijders drijven in een brede stroom waarbinnen ze concurreren met Klokhuis, VPRO-zondag en Telekids aan de ene en Goede tijden, Bold and Beautiful en All you need is love aan de andere kant.
Zinloze speculatie. Want zelfs als je je tot het programma zelf beperkt zijn er weinig criteria van enige voorspellende waarde: kwaliteit bij voorbeeld speelt maar ten dele een rol. Al zou De bokkerijders prutswerk zijn, een gemaskerde man in zwarte cape kan onvergetelijke indruk maken. Anderzijds is niet uitgesloten dat Leide Tinnegieter zal beklijven door de fraaie manier waarop Joost Prinsen hem speelt.
Opvallendst aan De bokkerijders is de ambitieuze opzet, alleen mogelijk dank zij het meeproduceren door Belgie, Duitsland en Frankrijk. Zodra je terug gaat in de tijd (in dit geval de achttiende eeuw) ben je op voorhand veel extra kwijt aan pruik, pak en locatie. Daar staan, ook in dit geval, mooie plaatjes tegenover die historisch redelijk verantwoord lijken. Al is opvallend dat film- en tv-makers meestal beter de luxe dan de armoe van een tijd visualiseren. In dit geval zijn paleis en gewaad van de kanunnik (mooie rol van Huib Broos) overtuigender dan huis en kledij van de boer die z'n belastingen niet meer kan opbrengen en de mijn in lijkt te moeten. Diens zoontje, in zekere zin de hoofdpersoon, is veel te schoon, zijn haar te zeer bewerkt met Andrelon; zijn zieke zusje is meer engel dan boerenkind en al met al stinkt het gewoon te weinig.
Minstens zo onhistorisch zijn ze ‘van binnen’: het zijn, in taalgebruik en wereldbeeld, kinderen van nu, teruggeplaatst in een historisch decor. Waarschijnlijk detailkritiek voor wie vindt dat De legende wezenlijk onhistorisch is door de wijze waarop de bokkerijders, die Limburgse roversbende, worden verbeeld: te fraai in ethische zin.
Toch zit ik met dat onhistorische niet zo. Karst van der Meulen heeft gekozen voor een spannend avonturenverhaal waarin kinderen een belangrijke rol spelen, zoals in al zijn werk. En met de jonge hoofdpersoon zullen jochies van nu zich makkelijker identificeren omdat hij veel meer op hen lijkt dan op het achttiende-eeuwertje dat hij moet verbeelden. Neemt niet weg dat het kinderacteren vele niveaus lager is dan in Het zakmes of in de verbluffende IKON-jongerenserie Link, donderdags te zien. Jammer.