Media

Tea Party

Als we afgaan op recente opiniepeilingen en berichten in de serieuze media zullen de Amerikaanse kiezers volgende week de rechts-populistische Tea Party een plaats in het centrum van de macht bezorgen. Niet dat deze beweging van conservatieven, antibelastingactivisten, orthodoxe christenen, wapenlobbyisten, rechtse liberalen, haviken en veel, heel veel witte ontevreden burgers van boven de vijftig en van buiten de grote steden, veel zetels in de Senaat of het Congres zal veroveren.

Het gaat veeleer om de neveneffecten van haar optreden. De Tea Party drijft veel politici naar rechts en dreigt daarmee de politieke balans te doen omslaan. Zo is nu al te voorspellen dat veel milieumaatregelen van de regering-Obama zullen worden afgestemd of teruggedraaid. Een aantal grote energiebedrijven spekte volgens de New York Times om die reden de verkiezingskassen van Tea Party-gezinde kandidaten.
De Tea Party is, goed beschouwd, een merkwaardig fenomeen. Zij is geen partij maar een beweging, die haar naam ontleent aan de fameuze Tea Party in Boston, in het jaar 1773, een demonstratieve actie tegen de Britse koloniale belastingpolitiek en een mijlpaal in de aanloop naar de Amerikaanse onafhankelijkheid. De Tea Party vormt geen eenheid, maar bestaat uit een bijna onwaarschijnlijke coalitie van groeperingen en individuen, zonder duidelijke structuur, vaak lokaal georiënteerd maar overal luidruchtig aanwezig. Wat de aanhangers gemeen hebben, is hun weerzin tegen big government, de miljardensteun aan de banken en de hervorming van de gezondheidszorg. De Tea Party sniert tegen de ‘liberale en intellectuele elite’, Obama en 'zijn tsaren’ die onder het mom van sociale politiek en klimaatbescherming hun macht proberen uit te breiden.
De nieuwe populisten zijn geen 'gewone’ politieke tegenstanders: ze verafschuwen, haten, Obama en alles waar hij voor staat. Wie daarvan niet overtuigd is, zou op het web een paar geschikte zoektermen moeten intypen: nazi, communist, moslim, crimineel, terrorist, homo - of allemaal tegelijk. Tot welke paranoïde aantijgingen deze weerzin kan leiden, liet een van de helden van de beweging, Glenn Beck, zien. In een interview gaf hij lucht aan zijn 'ergste vrees’: een Reichstag moment, een catastrofe als 9/11, die de regering vervolgens in de schoenen van de conservatieven zou schuiven om vervolgens de republiek en de constitutie af te schaffen - zoals Hitler had gedaan in februari 1933, na de Rijksdagbrand.
Glenn Beck is geen zonderling. Deze tot mormoon bekeerde activist, schrijver en mediaproducent is een van de meest bekeken talkshow-hosts op de populaire zender FoxNews en heeft bovendien een miljoenenpubliek met een nation wide radioshow. In zijn programma’s steunde hij de Tea Party vanaf het begin, vroeg in 2009, zoals hij eerder pal stond voor dat andere boegbeeld van populistische Republikeinen, Sarah Palin.
De reactie op de opkomst van het rechtse populisme en zijn luidruchtige protagonisten, die hun tegenstanders een Tea Party Revolution en een Battle for America in het vooruitzicht stelden, was nogal lauw, soms zelfs badinerend. Maar naarmate de beweging groeide en een toenemend aantal Republikeinse politici, onder wie Sarah Palin en Newt Gingrich, zich gewillig naar hun kant liet overhalen, keerde de stemming. Nu worstelt niet alleen progressief Amerika, maar ook het politieke midden met de vraag hoe ze dit fenomeen moeten begrijpen. En de wetenschap.
In een aantal recente publicaties spelen figuren als Beck een belangrijke rol, niet zozeer als politieke figuur, maar als exponent van de veranderingen in het Amerikaanse medialandschap. Volgens Jill Lepore, hoogleraar Amerikaanse geschiedenis aan Harvard en stafmedewerker van het weekblad The New Yorker, heeft vooral het verval van de dagbladpers - in de VS dramatischer dan in Nederland - bijgedragen aan de radicalisering van het publieke debat. Aanhangers van de Tea Party halen hun informatie voor tweederde van FoxNews, en verder van gelijkgestemde blogs en websites. Van een uitwisseling van ideeën is al lang geen sprake meer, aldus Lepore in een inzichtelijke studie over de strijd om de erfenis van de grondleggers van de VS en - uiteraard - de historische Tea Party.
Lepore is niet de enige - binnen en buiten de VS - die een causaal verband legt tussen het nieuwe populisme en het verdwijnen van serieuze kranten, de enorme concurrentie tussen steeds meer radio- en televisiezenders, en de opkomst van het web. De verklaring ligt voor de hand, maar gaat tegelijk voorbij aan interessante historische parallellen: de geschiedenis laat immers zien dat alle uitgesproken Democratische presidenten - van Roosevelt tot Clinton - te maken kregen met rechts-populistische bewegingen. Veel succes hadden die meestal niet. De vraag is of dat nu anders zal zijn, en of de Tea Party, onder de nieuwe verhoudingen in de media, inderdaad een ander lot beschoren zal zijn.