Ted meines

Het is helaas niet mogelijk postuum te deserteren, maar de neiging daartoe is onbedwingbaar elke keer dat luitenant- generaal b.d. Ted Meines zijn mond opentrekt voor het uitstoten van enormiteiten. Deze student op het ‘mensvraagstuk’ beweert in het interview door Max Arian (in De Groene van 18 januari) namens 160 duizend veteranen te spreken, dus ook namens ondergetekende. Hoe kom ik van deze vloek af, anders dan door alsnog te deserteren?

Meines heeft een blauwe maandag in Indonesie gediend, in de tijd dat het Indonesische leger de zaak voor 99 procent geklaard had, nadat generaals van het kaliber van de heer Meines er een grote puinhoop van hadden gemaakt. Meines heeft Westerling ‘als positief ervaren’, anders dus dan de vijfduizend arme drommels die Westerling in Zuid-Celebes standrechtelijk over de kling joeg. Meines zegt in het Bantamse achter Poncke Princen te hebben aangejaagd. Dat liegt hij, want Princen heeft met zijn Pasukan Istimewa nooit buiten het gebied van Sukabumi geopereerd. Of is het ook met de geografische kennis van de heer Meines bedroevend gesteld?
Meneer Meines zegt dat hij in zijn veteranenplatform 160 duizend mensen bijeen heeft gebracht. Wie zijn dat? Van de Indie-veteranen hebben zich er nooit meer dan tien- tot twintigduizend georganiseerd. Dat betekent dus dat ten minste zesmaal dat aantal nooit de behoefte heeft gehad zich door luitenant-generaals b.d. als de heer Meines te laten vertegenwoordigen.
Op de standpunten van de heer Meines over de noodzaak van een nationaal debat over de periode 1945-1950 zal ik niet ingaan. Over zijn oordeel over hetgeen minister Pronk over deze kwestie heeft gezegd slechts het volgende: Pronk heeft de neiging zedepreken af te wisselen met nuchtere oordelen. Dat is een belangrijke winst als men het vergelijkt met de praat van de heer Meines.
Ten slotte: ik begrijp de dankbaarheid van Max Arian, maar daarom hoeft men niet zijn kritische vermogen uit te schakelen.
Groningen G. VADERS