Michel Faber, De Fahrenheit-tweeling

Tederheid

Michel Faber

De Fahrenheit-tweeling

Vertaling van The Fahrenheit Twins door Harm Damsma en Niek Miedema

Podium, 312 blz., € 18,

Ergens in het collectieve geheugen, aan een van zijn literaire randen, bevindt zich de grote stortplaats van afgedankte verhaalpersonages. Het gaat om een immense hoop van gedumpte karakters die wel even de hoofdrol mochten spelen in een kort verhaal, maar niet de moeite waard werden gevonden om een roman lang uitgediept te worden.

De boeiende personages uit de verhalenbundel De Fahrenheit-tweeling komen er ook te liggen. We hebben maar voor een hemeltergend korte tijd kennis met ze mogen maken, hoewel we betrokken zijn geweest bij vaak cruciale momenten in hun leven. In de bundel maken we Neil mee wanneer zijn vrouw op waanzinnige wijze achter het beest aangaat dat de twee net hebben overreden. We treffen een dictator aan die de enige vrouwelijke arts die zijn leven kan redden moet overreden hem te opereren. Probleem: ze zit al jaren gevangen, in zijn opdracht. Dougie die zijn vrouw vermoordt en het daar niet bij laat, de man die zijn dochter terugbrengt naar zijn ex-vrouw nadat het kind een weekeinde bij hem en zijn nieuwe vriend te logeren is geweest. De Fahrenheit-tweeling met hun ouders, er zijn er zo veel. Soms gebeuren er onverklaarbare dingen om deze mensen heen. Vaak weten we niet waar het met ze naartoe zal gaan of hoe precies het zo gekomen is. Sommige van hen zijn zo in zichzelf gekeerd dat ze weinig aangedaan lijken te raken door wat om hen heen gebeurt.

Vele theorieën kunnen worden ge maakt omtrent de merites van het korte verhaal. Joost Zwagerman komt met een omschrijving als hij een definitie suggereert van Ambrose Bierce: «De roman: een kort verhaal met heel veel opvulsel.» Een ander zal misschien zeggen: «De roman: heel veel opvulsel met soms een kort verhaal.» Hoe dan ook, had Joost Zwagerman in zijn bloemlezing ook Engelstalige auteurs met een Nederlands paspoort opgenomen, dan had Michel Faber in Zwagermans baksteen een plek verdiend.

Elk van Fabers verhalen cirkelt rond een dramatisch conflict in het leven van een persoon, in sommige komen verscheidene betrokkenen in het vizier van de schrijver. Alle verhalen wekken de indruk dat de uitgezette dramatische lijnen net zo goed nog verder uitgewerkt hadden kunnen worden en dat dat de levensloop van de karakters nieuwe keuzes en obstakels had opgeleverd. Daarom lijkt het soms werkelijk een vuile rotstreek wanneer Faber een verhaal laat eindigen en zijn lezers smachtend naar meer achterlaat.

Uiteindelijk gaan de verhalen vaak over tederheid in veranderende werelden. Die tederheid hangt over het moment dat de ex-junkie voor het eerst weer even echt contact maakt met haar afgenomen zoontje. En tederheid is er wanneer de aan computerspelletjes verslaafde Manny uit zijn cocon wordt gesleurd door het buurmeisje dat hem zomaar een woord als «delicaat» te binnen doet schieten. Of bij de arme moeder in een achterstandswijk die een te duur scherm op haar raam laat monteren zodat ze voortaan uitkijkt op de live feed van een idyllische tuin. Tederheid is er zelfs, en hier is Faber aan het pesten, bij de jonge moeder Christine die op zo’n onschuldige wijze haar baby mishandelt dat het verhaal te gruwelijk wordt om gemakkelijk uit te kunnen lezen.

De lezer van Michel Faber is als Andy, de kwijlende idioot die na vijf jaren krijsend in een verzorgingstehuis te hebben doorgebracht plotseling weer beter wordt en er niet in slaagt weer echt thuis te komen in zijn gezin. Wat er allemaal is gebeurd, weet hij niet, maar voelen doet hij van alles. Voelen zonder precies te weten, zo vergaat het de kwijlende imbeciel die deze verhalen leest.