Tedi moet naar kosovo

BELGRADO - De stad is vuiler dan ooit. De verf is van de gebouwen afgebladderd, de auto’s zijn grijs van modder en stof. De zon schijnt volop, de terrasjes lonken, maar het is buiten niet te harden - door de steenkool waarmee de huizen worden gestookt en de adembenemende uitlaatgassen, want sinds de sancties tegen Servië rijden de auto’s op alles dat op brandstof lijkt.

Oliver, een van de leiders van het studentenprotest vorig jaar in Belgrado, verzekert ons dat de smog na een paar dagen went. ‘Bij jullie is het milieu een politiek item, maar hier… ik wou dat wij de straat op konden voor schone lucht. Dat lijkt me het toppunt van geluk, dat je je daar druk over mag maken.’
Oliver heeft vorig jaar bijna vier maanden lang elke dag gedemonstreerd. 'Ik leefde op straat, ongeschoren, vuil, als een echte revolutionair. Dat ik het zo lang heb volgehouden, kan ik me nu nauwelijks voorstellen. Alsof ik het heb gedroomd.’
Op de koopvideo van B92, een van de twee onafhankelijke radiostations in Belgrado, is een verslag van de demonstraties te zien. Honderdduizend mensen die met lepels op pannen slaan en oorverdovend fluiten om de leugens van de staatstelevisie met lawaai te overstemmen; kinderen en bejaarden die eieren tegen het gebouw van de staatskrant Politika gooien; automobilisten die zogenaamd door 'autopech’ midden op straat blokkades vormen; groepen voetgangers die bij zebrapaden 'wachten om over te steken’ en op die manier het verbod op samenscholing omzeilen: 'Wij willen dat rood groen wordt, hup groen hup, wij willen groen!’ schreeuwt de menigte naar de politie. 'Als dit niet mag, arresteer dan maar het stoplicht’, brult een bejaarde vrouw.
OLIVER HEEFT, vlak na het begin van de demonstraties, samen met zijn vriend Simo de studenten van zijn medische faculteit gemobiliseerd. Zo werd hij een van de leiders van het studentenprotest.
Simo: 'Ons motto was: niet onderhandelen met Milosevic. We wisten dat je dan bedrogen uitkomt. Hij houdt zich toch niet aan wat hij belooft. Milosevic is een dictator, maar niet in de klassieke zin, hij is veel uitgekookter. Hij heeft ons laten protesteren totdat iedereen doodop was. Hij kocht de arbeiders om, dus die sloten zich niet bij ons aan. De boeren ook niet, want ons protest werd op tv doodgezwegen. En toen Milosevic onder druk van het Westen de verkiezingsfraude eindelijk toegaf, viel de coalitie die de demonstraties organiseerde ruziënd uit elkaar. Dus werd Milosevic de lachende derde. Soms vraag ik me af: waar hebben we het allemaal voor gedaan?’
Oliver is het niet met Simo eens. 'Er is wel degelijk wat veranderd. Djukanovic in Montenegro, Plavsic in Republika Srpska, honderden studentenorganisaties die uit het protest zijn voortgekomen, twee onafhankelijke bladen in Belgrado, dat zijn toch hoopvolle zaken.’
OP ZIJN STUDENTENKAMER blijkt Oliver toch bozer en teleurgestelder dan hij zich voordoet. Aan de muur posters van de demonstraties. En van voormalig oppositieleider Vuk Draskovic. Oliver heeft op het voorhoofd van Vuk hamer, sikkel en rode ster getekend. 'Nu hij met de socialisten van Milosevic is gaan samenwerken, vind ik dat hij de communistische ster verdient. Veel van de toenmalige protestleiders hebben nu een baantje bij de regerende partijen gekregen. Een goed salaris, autotelefoon, eigen secretaresse. Schande.’
Oliver is ook boos op het Westen. 'We hebben in 1991 gedemonstreerd, in 1992. Tegen Milosevic, tegen de oorlog in Bosnië. Als het Westen ons toen had gesteund, was het misschien nooit tot een oorlog gekomen. Nu leven we nog steeds in een dictatuur. Het Westen houdt Milosevic in het zadel. Men ziet hem als de vredesduif die de Dayton-akkoorden heeft getekend. Amerika heeft Milosevic nog steeds nodig voor Bosnië.
Ook de guerrilla’s in Kosovo hebben Milosevic nodig. Want als Kosovo zijn autonomie zou terugkrijgen - wat mij de normaalste zaak van de wereld lijkt - dan zouden mensen in Kosovo niet meer te porren zijn voor afsplitsing. Dus staat Milosevic alweer een vreedzame oplossing in de weg. En kunnen wij slechts toekijken. Want no way dat mensen in Servië de straat op zullen gaan voor Kosovo. Wij vinden dat er een vreedzame oplossing gezocht moet worden, maar als de Albanezen aan het schieten slaan, wat moet je dan? Met een spandoek lopen waarop staat: “Wij willen geen geweld”? Dat zou als verraad worden gezien. En de leus: “Kosovo autonoom” kan ook niet als dat voor de Albanezen een onafhankelijk Kosovo betekent. Want Kosovo een onafhankelijke republiek, dat wil hier niemand, zelfs de oppositie niet.’
Oliver is na de demonstraties bestuurslid geworden van Studentska Inicijativa, een van de weinige onafhankelijke studentenorganisaties. 'Wij hebben allemaal een andere politieke opvatting, maar wat ons bindt, is dat we tegen het huidige regime zijn’, legt Oliver uit op het gloednieuwe kantoor van de Inicijativa.
Oliver onderhandelt met de eigenaresse van het pand. Als het huurcontract is getekend, laat de eigenaresse ons weten dat ze medelijden met de jongens heeft. 'Ze bedoelen het goed, maar ze zien niet dat ze worden misbruikt. Wij hebben dagenlang gedemonstreerd, maar de oppositie is geen haar beter dan de rest. Mijn pensioen is sinds november niet uitbetaald.’
AL DRIE DAGEN demonstreren de gepensioneerden in Belgrado. De stoet beweegt zich traag voort richting regeringsgebouwen. Veel doorgangswegen zijn geblokkeerd. De taxichauffeur heeft geduld. Af en toe gebruikt hij zijn toeter om de bejaarden die op fluitjes blazen te ondersteunen. 'Eigenlijk zouden veel meer bejaarden de straat op moeten gaan. Wat ze wordt aangedaan is godgeklaagd. Maar veel van de thuisblijvers zijn ooit communist geweest. Zoals mijn vader. Hoe slecht het nu ook gaat, hij wil maar niet inzien dat het de schuld is van de regering. Als ik zeg dat Milosevic zijn pensioen niet uitbetaalt omdat hij de oorlog in Kosovo moet betalen, scheldt hij me uit voor landverrader. Dat we het zo arm hebben komt volgens hem door de sancties. Dan zeg ik tegen hem: “Pa, ga de straat op, er lopen in Belgrado tienduizend manke jongens rond. Hebben zeker door de sancties hun eigen benen opgegeten.” Maar die ouwe gelooft me niet.’
Op de staatstelevisie wordt die avond gemeld dat de pensioenen van november per 1 maart zullen worden uitbetaald. Over de demonstraties geen woord. Ook een verslag van het 'zeer vruchtbare bezoek van de Amerikaanse afgezant Robert Gilbert aan president Milosevic’. We zien de mannen handen schudden. De stem vervolgt: 'Gilbert heeft verder verklaard dat Amerika de toekomst van Kosovo uitsluitend binnen de grenzen van huidig Joegoslavië mogelijk acht en de recente terroristische acties van Albanezen sterk veroordeelt.’ Dan volgen beelden van een begrafenis. De stem laat weten dat duizenden mensen in Djakovica hebben getreurd om de dood van de heer Ristic, vader van vier kinderen. 'De heer Ristic is door Albanese terroristen om het leven gebracht.’
'Dat bedoel ik’, zegt Oliver, 'al weet je dat het nieuws niet waar is, hoe kom je er achter wat wél waar is? Bij de staatstelevisie vertellen ze vier keer een leugen, de vijfde keer is het waarheid geworden.’
Oliver is geboren in Subotica, een stadje dichtbij de Hongaarse grens, 200 kilometer van Belgrado. De snelweg leidt door korenvelden, akkers en weilanden. Twee keer moeten we tol betalen. Oliver vindt het absurd. 'De weg is niet eens af. Milosevic is ooit met de bouw begonnen als verkiezingsstunt. Na de verkiezingen zijn de werkzaamheden gestaakt.’
Olivers moeder is geboren in Belgrado. Haar vader was vroeger communist in hart en nieren. Toen Tito na de Tweede Wereldoorlog aan de macht kwam, raakte haar vader verbitterd. 'Tito ging in het voormalige koninklijke paleis wonen. Mijn vader kon dat niet verkroppen. Hij leverde zijn partijboekje in en verbood ons met communisten om te gaan.’
Olivers vader is Kroaat en nooit lid van de partij geweest. 'Toen ik zeven was, is mijn vader door de communisten vermoord. Hij werd, net als alle rijke boeren, onteigend en gedwongen in een zadruga, een soort kolchoz te werken. Als je dat weigerde, ging je naar de gevangenis. Daar werd je zo gemarteld dat je na een jaar vanzelf dood ging. Daarom haatte ik van kindsaf aan de communisten.’
Toch hebben de ouders van Oliver jarenlang op Milosevic gestemd. Behekst door de media, zeggen ze: 'We zagen elke avond op televisie dat Serviërs en Montenegrijnen in Kosovo door de Albanezen werden verdreven. Dat Servische vrouwen, zelfs jonge meisjes werden verkracht. Afschuwelijk. Toen kwam Milosevic. Een ex-communist, dat wel. Maar hij was de enige die er iets aan deed. Hij sloeg met de vuist op tafel en riep: “Niemand mag in Kosovo Serviërs verkrachten of slaan.”’
Olivers vader is landbouwkundig ingenieur, zijn moeder werkt als lerares op een middelbare school. Van een oudtante erfden ze een boerderijtje met wat kippen, ganzen, varkens en schapen. Vader gaat elke dag na zijn werk eerst naar de boerderij. Drie, vier uur per dag is hij bezig met het verzorgen van de beesten. 'Aan die beesten hebben we ons leven te danken. Tijdens de oorlog was door de sancties mijn salaris gedevalueerd tot 30 DM per maand. Daar had ik nooit eieren en melk van kunnen kopen voor de jongens, laat staan vlees.’
De avond voor onze komst heeft hij een varkentje geslacht. 'Mijn kinderen vinden het gruwelijk als ik een beest slacht, maar let op hoe ze straks smullen.’
Tijdens het eten laat hij foto’s van de demonstraties van vorig jaar zien. Die vormden een keerpunt in zijn leven. Omdat zijn zoon Oliver er aan deelnam, ging hij met zijn vrouw een keer met de trein naar Belgrado. 'Toen ik al die energie zag, was het voor mij duidelijk dat alles wat ik op tv zag leugens waren, dat het regime uit leugenaars bestaat.’ Toen heeft hij een scheidsrechtersfluitje gekocht om samen met andere demonstranten in het gezicht van de politieagenten fluiten. Ook in het gezicht van zijn zoon Tedi, een politieagent die in de cordons van Milosevic stond opgesteld.
Oliver houdt tijdens het eten zijn blik op zijn bord gericht. Hij is apetrots dat zijn vader en moeder aan de kant van de demonstranten zijn gaan staan. Maar het is hem niet gelukt zijn broer Tedi zo ver te krijgen dat hij het politie-uniform uittrekt. 'Mijn broer was er ook van overtuigd dat Milosevic bij de verkiezingen stemmen had gestolen. Maar de politie is bij ons net zoiets als het leger. Als je wegloopt, kun je de kogel krijgen. En wat moet hij zonder baan? Hoe moet hij dan zijn kinderen te eten geven? Als gedeserteerde agent krijgt hij nooit een andere baan.’
Terwijl Oliver en zijn ouders herinneringen aan de demonstraties ophalen, gaat de telefoon. Het is Tedi. Hij wordt volgende week naar Kosovo gestuurd. De moeder van Oliver is in tranen. 'Hij heeft er alles aan gedaan om niet te hoeven gaan, maar ze hebben niet genoeg mensen, hij moet nu toch.’ Vader zwijgt. Oliver mompelt: 'Domme smeris, domme smeris.’
Toch vindt Olivers moeder dat het terecht is dat er politie naar Kosovo gaat. 'Kosovo is Servië, altijd geweest. Al onze kloosters staan daar, het is de bakermat van de Servische cultuur. Nu hebben de Albanezen daar de meerderheid, maar dat is alleen omdat ze zo veel kinderen hebben gekregen sinds de oorlog. Als Kosovo zich afscheidt, moeten de Serviërs die daar al eeuwen wonen, opeens Albanees leren om het onderwijs te kunnen volgen. Ze zouden een minderheid worden in eigen land. En op school moeten ze leren dat Serviërs onderdrukkers zijn. Dat kan toch niet.’
'Maar geweld lost niets op’, zegt Oliver. 'Je hebt toch zelf gezien wat er gebeurt als de politie geweld gebruikt!’
Oliver huivert nog bij de herinnering. 'De avond voordat Milosevic de verkiezingsfraude had toegegeven, liet hij agenten op het volk inbeuken, uit wraak. Ze sloegen iedereen die ze tegenkwamen. Ze knuppelden een journalist zowat dood. Ik was zo woedend dat ik een steen naar ze heb gegooid. Pas later realiseerde ik me dat ik mijn eigen broer had kunnen raken.’
'Dat kon je niet, want Tedi was er die avond helemaal niet bij, hij was hier in Subotica’, zegt Olivers vader.
'Dat weet ik, pa. Maar volgende week is hij er wel bij. Volgende week slaat Tedi misschien in op mensen in Kosovo…’
Dan wordt het stil in de huiskamer. Oliver speelt op verzoek van moeder zachtjes wat liedjes op de piano. Ze neuriet mee met tranen in haar ogen. Vader probeert een lamp te repareren, maar de peertjes die hij indraait, exploderen de een na de ander.
TERUG IN BELGRADO ontdekken we bij het uitladen twee plastic tasjes in de achterbak. Verse eieren, kaas, ingemaakte paprika’s, vlees, drank. Olivers moeder lacht aan de telefoon: 'Zo zijn we nou eenmaal opgevoed hier. Al ’t goede wat je hebt, moet je met elkaar delen. Iedereen in Joegoslavië heeft dat zo geleerd. Het is alleen jammer dat velen het zijn vergeten.’