De 5 sterkste verzetsgedichten volgens Piet Gerbrandy

‘Tegen alles dat niet leuk is’

Op 27 januari organiseert De Groene Amsterdammer in samenwerking met de SSBA salon en de Fusie een filosofische nachtconferentie over ‘De mens in opstand, of: hoe wij ons nog kunnen verzetten’, een avond met lezingen en artistieke interventies. Voor professor, dichter en poëziecriticus Piet Gerbrandy schuilt in dichten het nooit ophoudende verzet: ‘Een gedicht is altijd een tijdelijke overwinning.’

‘In de meest abstracte zin is poëzie een houding zoeken tegenover alles in de wereld dat niet leuk is. Het meeste van wat ons overkomt, daar hebben we niet om gevraagd. Het is eigenlijk een hele opgave om door het leven heen te komen.’ Piet Gerbrandy is een romanticus. Als kind werd hij aangetrokken door poëzie als door een kinderliedje: ‘Het ritme, de klanken, wat je met je mond doet, wat je met je borstkas doet.’ Als intellectueel koos hij voor de oneindige literaire mogelijkheden: een dichter verzet zich niet enkel tegen de wereld, maar ook tegen de grenzen van de taal. ‘Hiermee geef je het betekenisdragende deel van de woorden een extra impuls, maar maakt ook duidelijk dat betekenis geven in het licht van de eeuwigheid onzin is. Je raakt de lezer in heel zijn gelaagdheid, meer dan bij een intellectueel betoog of roman.’

Gerbrandy startte als leerkracht en academicus, maar ging van theorie naar praktijk in 1996 en debuteerde met Weloverwogen en onopgemerkt. Ondertussen schreef hij meer dan een dozijn bundels en ontving hij daarvoor in 2013 de Jan Campertprijs – oorspronkelijk een bekroning van de scherpste verzetspen. ‘Wanneer ik schrijf, maak ik een deel van de werkelijkheid behapbaar op dat moment. Dat lukt nooit echt, en dus moet ik de volgende dag weer opnieuw beginnen. Net daarom is poëzie altijd een tijdelijke overwinning.’ Het valt Gerbrandy dan ook niet licht om te schrijven. Over ‘taalplezier’ zul je in zijn werk nooit iets lezen: ‘Ik heb vaak helemaal geen zin om gedichten te schrijven. Je schrijft gedichten omdat ze moeten geschreven worden. Daar is helemaal niets leuks aan.’

Dat hij nooit een postmoderne dichter zal worden, komt vooral door zijn oprechte geloof in authenticiteit: ‘Het is mogelijk om mekaar te kennen: waarden, gevoelens, engagement, ze bestaan. Ik heb geen zin om daar laatdunkend over te doen. Dat is ook wat me drijft als docent, ik wil jonge mensen iets meegeven waarvan ik vind dat het er echt toe doet. Er zijn zoveel mensen met die drang en de wereld zou er veel slechter aan toe zijn als die mensen dat niet deden.’ Zijn nieuwe bundel, die deze maand verschijnt, is een zoektocht naar die bijna letterlijke authenticiteit, naar plekken waar niemand ooit is geweest. ‘Vorige week is er een nieuwe haai ontdekt in Vietnam, een spookhaai, dat vind ik nou opwindend.’

Poëzie moet volgens Gerbrandy proberen om greep te krijgen op krachten die je niet in de hand hebt, in een wereld waar je je niet helemaal thuis voelt: ‘Alle gedichten die dat niet doen zijn overbodig. Zij die dat wel doen, blijven eeuwig leven.’

Medium horatius

Dit gedicht is vooral een poging om duidelijk te maken hoe je onder een dubieus regime toch een normaal en goed leven kunt proberen te leiden, een poging om een fatsoenlijk mens te blijven. Horatius leefde en schreef onder de militaire dictatuur van keizer Augustus, de man die het Romeinse keizerrijk er terug bovenop hielp, maar ook de man die de eerste boekverbranding dirigeerde. Horatius heeft zich tijdens de burgeroorlog tegen de militaire dictatuur van keizer Augustus verzet, samen met zijn vriend Brutus. Ze verloren, en leefden verder in een soort van compromis met het regime.

‘Dichters denken altijd dat ze iets nieuws hebben gevonden, maar elk nieuw gedicht is te herleiden tot iets in de Oudheid. Alles is oud. Dat is ook niet erg, aan de wezenlijke dingen die dichters in de Oudheid bezighielden is gewoon niets veranderd.’ Voor Gerbrandy is Horatius een van de allergrootsten. Hij kreeg zijn Latijnse verzen voor het eerst te horen in de vijfde klas: ‘Ik dacht toen, wauw, dat zoiets bestaat, dat dit kan met taal.’ Horatius bracht hem groot. ‘Ik leerde van hem vooral het economisch omgaan met taal. Elk overbodig woord is eruit gehaald. Hij heeft het over grote kwesties in een hele compacte ruimte.’

Medium faverey

De gedichten van Hans Faverey zijn voor Gerbrandy een ijkpunt in de Nederlandse poëzie. ‘In het begin kon niemand er wat mee, het leken allemaal losse woorden die niet met mekaar te maken hadden.’ Voor de gedichten van Faverey moet je als lezer meer moeite doen. ‘Je leest en herleest, je maakt het gedicht als het ware opnieuw en wordt er helemaal onderdeel van. Het is taal die zichzelf tot een onmogelijke machine wringt en uiteindelijk zichzelf ongedaan maakt.’

Hans Faverey is voor Piet Gerbrandy een atheïstische godzoeker, een zeer religieuze man die niet in God geloofde. In zijn poëzie klonk een steeds explicieter verzet tegen de dood. Twee jaar na het schrijven van dit gedicht stierf hij aan longkanker. ‘Die nachtvlinders, de meest fragiele wezens die er zijn, komen in opstand tegen het reptiel dat hem gaat doden. Dat is verzet tegen de dood.’

Medium oldebarneveldt

‘Ik vind het ontroerend dat een man van zeventig nadenkt over gruwelen waar hij dichtbij is geweest.’ In dit gedicht brengt Vondel een ode aan de wandelstok waarmee de republikein Johan van Oldenbarneveldt in 1618 naar het schavot moest klimmen, nadat hij veroordeeld werd door prins Maurits van Oranje voor zijn niet-prinsgezindheid. ‘Met de woorden: “Maak het kort”’, lacht Gerbrandy. Vondel was toen twintiger. ‘Die Van Oranjes waar Nederland mee wegloopt waren helemaal niet zulke mooie jongens. Er zijn trouwens drie musea in Nederland die beweren het stokje te bezitten.’

Vondel had een kousenwinkel in de Warmoesstraat. Het was een man uit de middenstand die Latijn leerde op zijn twintigste, zich tegendraads tot het katholieke geloof bekeerde op zijn vijftigste en uiteindelijk toch een plaats veroverde in het dichters-establishment. ‘Hij is nu vooral bekend van zijn toneelstuk Lucifer, maar toch is Vondel een dichter die ten onrechte weinig wordt gelezen.’

Medium lehman2

‘“De liefde is een inktvis”, ik was meteen verkocht. Als er één dier is dat je niet associeert met liefde is het wel een inktvis. Voor mij is het een ode aan de inkt, het schrijverschap.’

Dit gedicht van Lehmann liet Nederland kennismaken met het surrealisme. Het verscheen in de Schone zakdoek, een magazine dat verscheen in Utrecht tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het was een soort kweekvijver voor vooraanstaande literatoren. Lehmann was een poets’ poet en een archeoloog: hij leefde in de marge, maar was bekend bij alle dichters. ‘De kern hiervan is dat zij gewoon doorgingen met het schrijven van bijzondere dingen onder de Duitse bezetting. Het is het bewijs van een droomwereld die interessanter is dan de grauwe werkelijkheid. Het ademt enkel heel subtiel iets van de spookachtige werkelijkheid.’

Medium gedicht

Het werk van Ter Balkt is één grote protestactie tegen de wereld. Piet Gerbrandy heeft hem goed gekend. ‘Het was een man die altijd in verzet was tegen zichzelf en tegen de wereld.’ De twee nostalgische mannen vonden elkaar in hun zoektocht naar authenticiteit. ‘Voor Ter Balkt was de ziel uit de mens, uit het landschap, uit de wereld.’ Hij wees met de vinger naar de moderne beweging. Hij wilde terug naar een organisch verband tussen de mens en omgeving. ‘Ter Balkt was een boerenjongen. Hij was niet hoogopgeleid, kon niet aarden in de stad en in de hele literaire wereld. De enorme bewondering voor hem van mededichters heeft daar niets aan veranderd.’