FILM Burn after Reading

TEGEN DE DOMHEID

Wie ‘Osborne Fox’ heet, kan nooit dom zijn, ook niet als hij halfnaakt en wild met een hakbijltje zwaaiend op en neer holt in de straten van een rijke buurt in Washington, en al helemaal niet als hij wordt gespeeld door de intellectuele acteur John Malkovich. Keerzijde: ben je een ‘Linda Litzke’ of ‘Chad Feldheimer’, dan ben je met je trainingspak en strak gecoiffeerde coupe gedoemd je leven lang de nitwit uit te hangen, wat inderdaad het geval is in Burn after Reading, een nieuwe film van Joel en Ethan Coen waar de energie en schoonheid vanaf druipen.
Osborne haat het als hij wordt ontslagen als analyticus bij de CIA, te meer daar hij wordt ontslagen door minkukels. Osborne gaat thuis z’n vrouw Katie (Tilda Swinton) lekker gezelschap zitten houden met verhalen over hoe geweldig hijzelf wel niet is, zeker in vergelijking met de halve wereld. Katie verbijt zich, Katie verneukt hem waar hij bij staat, Katie, carrièrevrouw, heeft als minnaar de spectaculaire idioot Harry Pfarrer (George Clooney). Wanneer de wegen van Osborne, Pfarrer, Litzke (Frances McDormand) en Feldheimer (Brad Pitt) elkaar kruisen, is de chaos compleet. Litzke en Feldheimer, werkzaam bij een fitnessclub, chanteren Osborne nadat ze een cd van hem, die geheime informatie bevat, hebben gevonden. Litzke doet dat omdat ze geld nodig heeft voor cosmetische chirurgie. En Feldheimer omdat hij te dom is om níet mee te gaan in het bizarre complot. En Pfarrer? Die staat er middenin, maar hij heeft geen idee waarom. Sterker, hij weet nauwelijks iets. Wel is hij gefascineerd door dingen als zijn eigen allergieën en het soort vloer dat in een vertrek ligt, klusjesman als hij is.
Burn after Reading is een screwball comedy van het soort dat Frank Capra, Ernst Lubitsch, Preston Sturges, Howard Hawks en Billy Wilder tussen de jaren dertig en zestig maakten. Kernelementen: snelle dialoog, shakespeareaanse identiteitsverwarring of -verwisseling en een Macguffin om de snelle plot draaiende te houden. De Coens zetten deze traditie voort, maar opvallend is dat hun screwball comedy’s niet worden gerekend tot hun beste werk: Raizing Arizona (1987), The Hudsucker Proxy (1997), O Brother, Where Art Thou (2000) en Intolerable Cruelty (2003). Maar dat is aanvechtbaar. Het recente, met Oscars overladen No Country for Old Men, naar de roman van Cormac McCarthy, wordt bejubeld als een hoogtepunt in hun oeuvre, een toonbeeld van de donkere stijl van de Coens. En toch: het blijft een McCarthy-verfilming. Het grapje van de Coens dat een van hen tijdens het schrijven van het scenario van No Country de paperback van McCarthy vasthield terwijl de ander tekst invoerde, zegt alles. Bovendien, tijdens uitgerekend dat vrijblijvend tikken schreven de Coens Burn after Reading, een film die net als de andere comedy’s wél het merk van originaliteit heeft. Juist dat – durf om iets geheel onverwachts te schrijven, tegen de regels in – máákt deze nieuwe Coen Brothers.
Hun film is een aanklacht tegen de domheid, een traktaat tegen de cultuur van het trainingspak. Het geniale is dat juist die domme mensen heerlijke creaties zijn met karakters zo goed ontwikkeld dat je met gemak met ze meegaat in wat ze doen. Zo krijgt het absurdistische, het nihilistische iets verbazingwekkend rationeels en herkenbaars. Maar Malkovich, juist hij, intellectueel, blijft je bij. Osborne Fox. Wat een naam. Een naam die dreigt te worden weggecijferd in een wereld van idioten. Tot die ene dag…

Te zien vanaf 30 oktober