Opheffer

Tegen de regels

Vrijheid is niet populair meer. Het is niet meer nastrevenswaardig. Geen uitgangspunt. Na de Tweede Wereldoorlog was er een enorme drang om vrij te zijn. De populariteit van het existentialisme valt voor een deel te verklaren uit het feit dat het een bevrijdingsfilosofie was – Sartre en De Beauvoir stonden model voor de nieuwe vrijheid. Ongebonden zijn, kunnen kiezen wat je wilt. Of een keuze in vrijheid kunnen maken.
Dat het humanisme zich na de oorlog ging organiseren heeft daarmee te maken. Onkerkelijk zijn was een teken van vrijheid. Het generatieconflict dat zich in de jaren zestig openbaarde, was eveneens een teken van vrijheid. Die vrijheid heeft zijn aantrekkelijkheid verloren om redenen waarover ik slechts kan gissen.

Men wil zich houden aan regels. Als ‘regels regels zijn’ hoef je niet na te denken over afwijkingen. Buitenissigheden sluit je dan uit. Als Verdonk het heeft over ‘regels zijn regels’, dan zit daar niet alleen een vorm van ideologie achter, maar ook angst: als zij zich niet aan de regels zou houden, zou ze helemaal verketterd kunnen worden, en met meer recht, want ze houdt zich dan niet aan de regels. Liever gebonden zijn dan vrij, want vrijheid houdt het risico in dat je wordt weggestemd.

Je ziet het ook aan de roep om normen en waarden. Dat is in feite een roep om vrijheid te beperken. Je moet je houden aan bepaalde normen en waarden. Het is de norm dat je zo doet, doe dan niet iets anders, want dat hoort niet. Een avant-garde bestaat alleen bij de gratie van het overtreden van bepaalde normen. Er is nu geen avant-garde en dat heeft te maken met die normen en waarden.

Normen en waarden zijn eveneens vormen van gemakzucht. Je kunt iedereen veroordelen die zich niet aan die normen en waarden houdt. Tussen regels zijn regels en normen en waarden zit weinig licht, en het probleem is dat door het gemak dat regels en normen en waarden geven, de populariteit ervan toeneemt. Wanneer ik zeg: overtreed de normen, overtreed de regels, dan maak ik me niet populair. Toch zou dat eigenlijk moeten.

De democratie is aan strikte regels gebonden, en dat is waardevol. De democratie dient in laatste instantie u en mij te beschermen. Maar de paradox van de democratie voel je onmiddellijk wanneer er iets gebeurt wat niet gebruikelijk is, niet normaal.

Het generaal pardon.

Hoe je daar ook over denkt, er is door de nieuwe linkse meerderheid in de Kamer gebruik gemaakt van de democratie. Dat mag: regels zijn regels. Maar omdat het cda nu in een moeilijk parket komt te zitten, valt Balkenende terug op een bekend patroon. Hij beroept zich op normen en waarden. Hij beweert dat het niet normaal is om zulke zwaarwichtige beslissingen door de Kamer te loodsen als het kabinet demissionair is. Waar haalt hij dat vandaan? Het is een truc. Hij maakt op dat moment zijn eigen norm, zijn eigen regel, en beweert vervolgens dat er een regel en een norm zijn overtreden.

Vervolgens wil de demissionaire minister de motie van de Kamer niet uitvoeren. Dat is tegen de regels. Althans, tegen de norm. Ze behoort nu af te treden, maar ze is feitelijk al afgetreden. Normen, regels, waarden – het begint allemaal door elkaar te lopen.

Als normen en waarden, deugden en ondeugden, regels door elkaar gaan lopen, wordt de vrijheid eveneens geweld aangedaan. Vrijheid gedijt namelijk het best bij de ongeschreven regels. Vrijheid heeft een mate van ‘vanzelfsprekendheid’ nodig. Vrijheid moet niet precies geformuleerd worden, want een precieze definitie beperkt de vrijheid.

Het wordt tijd dat de vrijheidsgedachte terrein wint.

Tegen normen en waarden, tegen regels, voor de verwarring en de anarchie!